Gastcolumn

Gastcolumn: zij noemen het een autismespectrumstoornis, ik spreek liever van neurodiversiteit

Misschien is neurodiversiteit wel de werkelijke motor achter elke sociale vooruitgang, het losbreken uit de status quo en collectivistisch denken, betoogt gastcolumnist Izz ad-Din Ruhulessin.

Beeld ANP/Lex van Lieshout

Aanvankelijk wilde ik in alle vier de gastcolumns over mezelf schrijven. De redactie vond dat helaas niet zo'n goed idee, maar ik ga er van uit dat ik er wel mee weg kom om de grande finale van deze reeks toch over het onderwerp te laten gaan waar ik het liefste over schrijf.

Iedere schrijver moet in zijn werk een persoonlijk obstakel overwinnen. Iets waar hij liever niet over schrijft. Iets wat hij liever verborgen houdt, of zich voor schaamt, of waarvan hij de consequenties vreest vanwege het stigma. Vandaar dat ik vandaag ga schrijven over iets wat voorheen slechts bekend was bij de vrouwen die het dichtst bij me staan.

Ik ben dertien jaar wanneer een multidisciplinair leger van professionals, na elf jaar onderzoek, vaststelt dat ik ben voorzien een neurologische eigenschap die zij PDD-NOS noemen. Een beperking, een handicap, een stoornis. Zo zegt men. Dat fascineert mij want om eerlijk te zijn vind ik (toen al) de rest van de wereld beperkt, met hun conformistische gedachtegangen, gebrek aan abstractievermogen en doorzichtige sociale theaters.

Een autismespectrumstoornis. Ik heb me nooit kunnen vinden in dergelijke bewoordingen en voelt net zo bevreemdend aan als om na het incident bij de Coop op internet te worden omschreven als "het slachtoffer". Maar de samenleving blijft hardnekkig volhouden dat er sprake is van een ziekte die genezen moet worden, in plaats van natuurlijke diversiteit van neurologische compositie.

Want deze neurologische compositie stelt mij in staat om systemen met soms wel duizenden verschillende onderdelen te ontwerpen en te implementeren, waar ieder onderdeel zorgvuldig is gespecificeerd en waarvoor soms complete teams voor nodig zijn om maar een fractie van het totaal te onderhouden.

In iedere organisatie ben ik degene met nieuwe, frisse ideeën en oplossingen die niemand voor mogelijk had gehouden. De kleinste details en inconsistenties gaan niet aan mijn oog voorbij.

Uiteraard zijn er ook keerzijden. Het duurt jaren voordat ik de paniek- en woedeaanvallen onder controle krijg. Het is slopend om in een grote publieke ruimte, zoals de kantine van een universiteit, elk detail, elk gesprek en elke beweging te moeten waarnemen. Spreken voor een zaal met tweehonderd mensen en tegelijkertijd een paniekaanval onder controle houden vreet energie.

Situaties waarin ik de confrontatie moet aangaan met allerlei onvoorspelbare factoren kunnen ronduit huiveringwekkend zijn. Andere mensen en de irrationele, banale motieven die ten grondslag liggen aan hun gedrag zijn een mysterie. Pitbullgedrag en niet loslaten voordat ik mijn zin krijg (in bepaalde situaties ook een voordeel overigens).

Soit. Aan het eind van de dag geldt het adagium: wat moet moet. Problematischer is de repressieve opstelling van de rest van de samenleving ten opzichte van neurodiversiteit. Hoewel ik mordicus tegen identiteitspolitiek ben, is deze diversiteit een voldongen feit. Misschien is neurodiversiteit wel de werkelijke motor achter elke sociale vooruitgang, het losbreken uit de status quo en collectivistisch denken.

Alle grote denkers in de geschiedenis waren vermoedelijk autisten. In ieder geval de denkers van mijn kaliber, zoals Jean-Paul Sartre, John Locke en John Stuart Mill.

De samenleving begrijpt deze neurodiversiteit niet meer. Zij wil het aan banden leggen. Gegijzeld door klinische trajecten die consequent uitgaan van beperkingen, van anders-zijn, en vooral: van minderwaardigheid. Je bent een probleem voor jezelf, voor je omgeving en dat moet genezen dan wel geneutraliseerd worden. Schoktherapie. En als we er niet uitkomen stoppen we je gewoon vol met medicijnen. Fucking zombie.

Er wordt door sommigen zelfs geopperd om foetussen te testen op deze neurologische eigenschappen en vervolgens te aborteren! De enige reden waarom ik dit niet zou omschrijven als genocide is omdat ik abortus geen moord vind, maar erg ethisch is dit motief niet. Dit neem ik zelfs persoonlijk op, want de deductie die uit deze opvatting volgt is dat ik zelf dus ook beter geaborteerd had kunnen worden. Terwijl ik erg tevreden ben met mezelf en een waardevol deelnemer van onze samenleving.

Onze samenleving moet deze neurodiversiteit gaan herwaarderen, in plaats van er een stigma op te plaatsten. Nog vermoeiender dan mensen die met de Koran in de hand allerlei aannames willen maken, zijn degenen die met de DSM-5 denken te kunnen vaststellen wat ik wel en niet ben. Wij zijn individuen voorzien met bijzondere eigenschappen, die van grote waarde zijn voor onze samenleving.

The struggle is real.

Shoutout naar mijn moeder, Shaina, Souhaila en Laili.

Izz ad-Din Ruhulessin is publicist en deze maand gastcolumnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden