Gastcolumn: Kweek weerstand bij kinderen tegen de waanzin op het web

In plaats van kinderen zelf te laten googlen in het informatiebos op internet, moet het onderwijs de nadruk leggen op solide kennisoverdracht door de leraar, betoogt Sezgin Cihangir. 

Het Malieveld in augustus, waar werd geprotesteerd tegen onder meer de coronaspoedwet van het kabinet.Beeld Hollandse Hoogte

Twee onderwerpen trekken veel aandacht in de media: de gestaag dalende onderwijsprestaties van Nederlandse jongeren en de opmars van complottheorieën op internet, onder andere over corona. Een combinatie van beide is een bedreiging voor de samenleving. Een burger die niet in staat is zich goed te informeren, is vatbaar voor desinformatie.

De opmars van de complotcultuur wordt vooral toegeschreven aan de invloed van internet. Er zijn altijd complotsektes geweest, religie is in zekere zin ook complotdenken (‘alles wordt bepaald door een onzichtbare almachtige’), maar de nieuwe complotcultuur behoort tot het verdienmodel van de grootste, rijkste en machtigste bedrijven ter wereld: de internetgiganten, Google, YouTube, Facebook, Twitter, Instagram, enzovoorts. Complotten en samenzweringen zijn big business.

De aanbieders manipuleren de verspreiders, de verspreiders de aanbieders en samen manipuleren ze de gebruiker om hem/haar van het ene item naar het andere te lokken, steeds verder down the rabbit hole, zoals bekend uit Alice in Wonderland. Eenmaal daar, is het lang klikken om er weer uit te komen. CDA en D66 dienden onlangs een motie in om een onderzoek in te stellen naar de algoritmen die dit proces aandrijven, en om zo nodig de gevaarlijkste te verbieden. De rabbit holes moeten dicht.

Digitale verleidingskunst

Op zich is het goed dat deze gevaarlijke digitale verleidingskunst aan banden wordt gelegd, dat doen we ook met propaganda voor alcohol en tabak, maar het aanbieden van desinformatie behoort tot de vrijheid van meningsuiting en kun je moeilijk verbieden. Bovendien bedient de complotnijverheid zich niet alleen van internet. Op dit moment liggen in vele kiosken stapels van het magazine Gezond Verstand, gedrukt in een oplage van 1 miljoen stuks, en geheel gewijd aan alternatieve coronatheorieën.

Gezond Verstand is geen literair bedoelde grap. Het wil een serieus alternatief zijn voor mainstreammedia, ‘voor iedereen die objectief en waarheidsgetrouw geïnformeerd wil worden’. Met een beetje goede wil zou je de uitgave nog kunnen zien als een lovenswaardige vorm van leesbevordering: er wordt in elk geval gelezen. Geen internet, geen algoritmen, gewoon ouderwetse papieren volksverlakkerij.

Het transparant maken van de verspreiding van desinformatie via internet is zinvol, maar de ware remedie is mensen weerbaar maken tegen desinformatie zelf. Stap één is: goed leren lezen. Lezen is informeren en checken. Lezen is denken. Ons onderwijs schiet hierin ernstig te kort. Nederland kent inmiddels tweeënhalf miljoen ‘halfabeten’. Volgens een recent inspectierapport haalt 40 procent van de basisschoolleerlingen de wettelijk gestelde streefniveaus voor taal niet.

Rechtstreekse kennisoverdracht door een docent heeft in het onderwijs steeds meer plaatsgemaakt voor ‘ontdekkend leren’, waarbij de leerling zoveel mogelijk zijn eigen weg moet zien te vinden en de leraar nog slechts de perifere rol van coach speelt. Vraagt een leerling niet hoe iets nu eigenlijk zit, dan is hij daar ‘nog niet aan toe’ en legt de leerkracht het niet uit. Leerlingen moeten vooral ‘generieke vaardigheden’ aanleren .De laatste modegril in onderwijsland: ‘21st century skills’.

Informatiebos

‘Google het maar!’, zegt de leraar. ‘Kijk maar op YouTube!’ En daar gaan ze, het grote informatiebos in, waar zin en onzin, feit en fictie, desinformatie én echte informatie met elkaar zijn verstrengeld tot een onontwarbaar struikgewas waar afzenders zich verschuilen, agenda’s verborgen blijven en motieven verheimelijkt. Waar niemand is die ze kan waarschuwen voor bedrog en de weg wijst naar serieuze, wetenschappelijk verantwoorde informatie.

Om informatie te kunnen wegen en beoordelen, moet je het begrijpen, en om iets te begrijpen, is kennis nodig. Met louter ‘generieke vaardigheden’ lukt dat niet. In plaats van kinderen het internet op te sturen, moet het onderwijs ze er misschien juist wat meer vandaan houden en ze voeden met kennis die gevalideerd en solide is.

Het aan banden leggen van de verleidingstactieken op internet is een goed idee, maar laten we niet denken dat we de complotcultuur onder controle krijgen zonder het onderwijs te verbeteren. Kijk naar influencer Famke Louise, kijk naar Lange Frans. Dankzij hun generieke vaardigheden en 21st century skills zijn ze rijk, succesvol en voor veel jongeren een rolmodel – maar met het scheiden van waarheid en waanzin hebben ze grote moeite.

Nederland is bezig een grote onderklasse te creëren van laaggeletterden, met een lage weerstand tegen onzin en gevaarlijke verzinsels. Het effectiefste middel tegen dit soort bijgeloof is deugdelijk onderwijs. Nog een reden om direct te stoppen met het onzalige Curriculum.nu, dat een recept is voor intellectueel (ver)dwalen, en om alle aandacht te richten op en te investeren in betere kennisoverdracht. En lezen, lezen, lezen.

Sezgin Cihangir is directeur van het Nederlands Mathematisch Instituut.

Reacties

Scheiding computer en smartphone
Een offlinedieet is geen optie. Het gaat om het vergroten van digitale geletterdheid, een beter begrip van de computer, het omgaan met programma’s en uiteindelijk zelf programmeren. Daar is iedereen in principe voor, maar hier is in het onderwijs nog steeds geen aandacht voor. Natuurlijk wordt huiswerk op de computer gemaakt, zoeken leerlingen zaken op via internet en krijgen in tijden van corona instructie via videoverbindingen. Dat is in deze crisisperiode vitaal en we kunnen, nu scholieren en studenten thuis moeten blijven, deze apparaten niet zomaar afpakken. Het digitale onderwijs loopt idealiter via pc’s, laptops of tablets, waarbij de afleidende sociale media kunnen worden uitgezet. In veel gevallen gaat het debat eigenlijk om inperking van smartphonegebruik. Dan loopt alles door elkaar heen en heb je onderwijs, training en vermaak tezamen op een klein schermpje. Dit probleem heeft verder niets te maken met het leren onderscheiden van bronnen. Die vaardigheid was vroeger ook hard nodig. Fake nieuws is van alle tijden. Wat we allereerst moeten leren is het aanbrengen van die scheiding tussen schoolcomputer en privé telefoongebruik, niet in de laatste plaats de volwassen zelf.

Geert Lovink, Hogeschool van Amsterdam.

Vergroot digitale geletterdheid 
Ja, goed onderwijs is het antwoord op het gat tussen digitaal geletterde en digitaal laaggeletterde leerlingen. Dat gat wordt groter, volgens onderzoek. Goed onderwijs start met: woordenschat. Kun je naar behoren teksten lezen en duiden, dan kom je ook digitaal een heel eind. Net zo fundamenteel is, inderdaad, kennis: weten leerlingen meer, dan beoordelen ze online informatie beter. Maar leerlingen bij internet vandaan houden en ze louter laten lezen? Dat volstaat niet. Ze moeten níeuwe taalvaardigheden opdoen: bijvoorbeeld begrijpen hoe hypertekst werkt, wat echt anders is dan lineaire tekst. Op school kunnen álle leerlingen dit leren, ook zij die deze bagage niet van huis uit meekrijgen. Goed onderwijs is daarom ook onderwijs in digitale geletterdheid. Niet ad-hoc maar structureel en doordacht in vakken als Nederlands en geschiedenis. Soms op een scherm, soms juist bij het internet vandaan.

Remco Pijpers, strategisch adviseur digitale geletterdheid en ethiek bij stichting Kennisnet.

Let op emoties
Kinderen, jongeren én ouderen gaan veelvuldig het internet op - daar is nu eenmaal veel te halen. Tegenhouden heeft geen zin. Veel zinvoller is het om al jong te beginnen met het leren omgaan met al die informatie en hoe die op waarde te schatten. Wanneer een bericht sterke gevoelens of emoties op roept, dan is het bijvoorbeeld heel moeilijk om zin en onzin uit elkaar te houden, zo blijkt uit ons onderzoek. Mensen die een fake nieuwsbericht lazen en daar met emoties op reageerden, geloofden meer dat het bericht waar of echt was, dan degenen die er nauwelijks iets bij voelden. Berichten die emoties als angst, onzekerheid, paniek, bedreiging, of verbijstering oproepen, worden ook vaker gedeeld met anderen. En fake berichten spelen juist op die emoties in; veelvuldige herhaling van zo’n fake bericht versterkt eveneens het gevoel ‘dat het dan wel waar zal zijn’. Omdat jongeren snel geneigd zijn zich door hun emoties te laten leiden, is het belangrijk om hen daar bewust van te maken – ook in hun gebruik van internet. Ze kunnen bijvoorbeeld leren even stil te staan bij een bericht dat sterke emotionele reacties oproept, het niet meteen te ‘sharen’, en meerdere, betrouwbare bronnen te raadplegen.

Elly Konijn, hoogleraar hoogleraar mediapsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden