Gastcolumn Ayaan Abukar

Gastcolumn: Kunstenaars, wees voorzichtig met menselijke tragedies

Mag een kunstenaar rampspoed inzetten om een punt te maken? Niet als dat ten koste gaat van nabestaanden, vindt journalist en gastcolumnist Ayaan Abukar. 

Een in 2015 gezonken vluchtelingenboot, onderdeel van het kunstproject van Christoph Büchel op de Biënnale van Venetië. Beeld AFP

Op de Biënnale van Venetië wordt dit jaar het scheepswrak van een in april 2015 gezonken vluchtelingenboot tentoongesteld. Het is een project van de Zwitsers-IJslandse kunstenaar Christoph Büchel.

De overvolle boot met aan boord meer dan 850 vluchtelingen en migranten maakte een overtocht van Libië naar Italië – en kapseisde vlak voordat de reddingsactie kon beginnen. Volgens ooggetuigen zaten de vrouwen en kinderen in een afgesloten laadruim, de mannen erboven. Slechts 28 mensen overleefden het grootste migrantendrama van de laatste jaren.

Volgens de kunstenaar staat dit scheepswrak niet alleen voor de menselijke tragedie, maar is het ook een monument voor hedendaagse migratie met echte en symbolische grenzen. Dat is een nobel streven van de kunstenaar die de bezoekers van de prestigieuze Biënnale wil confronteren met het dichtgetimmerde Fort Europa.

Leedvermaak

Provocatie in de kunst is van alle tijden en openstaan voor shock art is hip tegenwoordig. Wie de vraag stelt over wat is toegestaan binnen elke vorm van kunst wordt uitgemaakt voor kunstbarbaar. Toch moeten we ons afvragen of een tentoonstelling van een ramp die honderden mensen het leven heeft gekost, zonder rekening te houden met het leed en verdriet van de nabestaanden, niet het doel voorbijschiet. Mag de kunstenaar rampspoed inzetten om een politiek of maatschappelijk punt te maken? Heiligt het alle middelen? Weegt de pijn van onbekenden minder zwaar dan die van bekenden?

Het kunstproject van Christoph Büchel doet me denken aan de geschiedenisopstelling Mogadishu 1993 in de Stadsschouwburg Amsterdam, over de politieke situatie net voor en na de Belgische vredesmissie. Het publiek werd uitgenodigd om ‘mee te spelen – als levend Stratego – in een spel dat inzicht verschaft in het dramatische conflict dat culmineerde in een bloedige veldslag, met grote gevolgen voor Afrika’.

Hoewel er geen Belgische vredesmissie was en het jaar 1993 in Mogadishu vooral in het teken stond van burgeroorlog en van de beroemde val van de Amerikaanse Black Hawk-helikopter, kon ik het vermaak en de educatieve functie van deze voorstelling niet begrijpen. Op het Leidseplein werd op vrijdagavond met een glas wijn in de hand een oorlog nagespeeld, terwijl de overlevenden nog dagelijks leven met het trauma – mij leek het leedvermaak. De makers beseften niet dat Mogadishu 1993 voor de paar duizend Somaliërs in Amsterdam geen fantasie is, maar een levensverhaal.

Kunstenaar vs. nabestaande

Een hypothetisch voorbeeld, dichter bij huis: stel je voor dat de resten van de MH17 worden geëxposeerd in een Nederlands museum, door een kunstenaar die een punt wil maken over Rusland. Is de nabestaande dan een toeschouwer die het hogere doel van kunst dient te begrijpen? En als het niet bevalt, dan maar niet moet kijken?

In dit soort situaties staan we voor een dilemma, waarbij we twee rechten moeten afwegen: het recht op vrije kunst van de maker en het recht van de nabestaande om niet geconfronteerd te worden met trauma, verlies en verdriet. ‘Dan moet je er niet heen gaan’ werkt in dezen niet.

Ik kan me voorstellen dat een kunstenaar over honderd jaar het scheepswrak kan tentoonstellen met een verwijzing naar het verschrikkelijke Fort Europa van 2015. Dat schoolkinderen komen kijken naar de vissersboot en zich afvragen hoe het kon gebeuren. Misschien komt er een jaarlijkse herdenking voor de duizenden die de overtocht naar hun gedroomde paradijs niet hebben gehaald. Tijd is essentieel: hoe lang ervoor nodig is om een trauma in kunst te kunnen verwerken, is een lastige vraag.

Tot die tijd is gearriveerd, moeten we voorzichtig zijn met menselijke tragedie. Het leed van anonieme vaders, moeders, partners en kinderen van slachtoffers van welke ramp dan ook is wat mij betreft belangrijker dan het hogere doel dat de kunst in dit geval zou dienen. Als dat mij tot kunstbarbaar maakt, het zij zo.

Ayaan Abukar werkt bij Vice Versa, een journalistiek platform over mondiale samenwerking. Ze is in de maand mei op zondagen gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.