Gastcolumn Reza Kartosen-Wong

Gastcolumn: Kijk eens naar de positieve aspecten van gemengde relaties

Gemengde relaties zijn niet problematischer dan andere, en zijn tegelijkertijd inspirerende gemeenschappen-in-verscheidenheid, betoogt gastcolumnist Reza Kartosen-Wong.

Wandelaars op zondag op het strand. Beeld ANP

Deze week werd ons gezin verblijd met de komst van onze tweede zoon en broertje Indra Hoi-Ming. Zoals zijn naam al doet vermoeden: het is een kindje van gemengde afkomst. Mijn vrouw is van Chinese (Kantonese) afkomst en ik ben van Indonesische, Indo-Europese en Indiase afkomst. Het is afwachten, maar ik hoop dat Indra en onze oudste zoon Sam-Ming zullen begrijpen dat de gemengde relatie waaruit zij voortkomen normaal is. Dat gemengde relaties ook ‘gewone’ liefdesrelaties zijn en tegelijkertijd kleine, inspirerende ‘gemeenschappen-in-verscheidenheid’. Daarvoor hoeven ze alleen maar naar hun directe omgeving waarin gemengde relaties de norm zijn te kijken.

Onze zonen zullen leren dat verschillen in afkomst en cultuur niet op voorhand een belemmering vormen voor een gelukkige liefdesrelatie en dat gemengde relaties niet op voorhand problematisch zijn. Dat is hard nodig aangezien gemengde relaties in media en cultuur onterecht vooral als (potentieel) probleem worden geframed en verbeeld. Terwijl we juist meer oog moeten hebben voor de positieve aspecten. Niet in de laatste plaats omdat de samenleving steeds diverser wordt en het aantal liefdevolle gemengde relaties alleen maar zal toenemen.

Inspirerende voorbeelden

Voor mij zijn gemengde relaties altijd vanzelfsprekend geweest. Ik heb mijn grootouders en ouders als inspirerende voorbeelden. Mijn vader is een Indonesische gelukszoeker en mijn Indo-Europese/Indiase moeder heeft Indonesië gedwongen verlaten. Mijn vader is moslim, mijn moeder katholiek. Door naar hen te kijken heb ik geleerd hoe mensen die van elkaar houden respectvol met elkaars verschillen in afkomst, cultuur en religie kunnen omgaan.

Zo gaat mijn vader deze week met mijn moeder mee naar de Kerstnachtdienst. Dat doet hij al ruim 45 jaar. Met Pasen gaat hij ook mee naar de kerk. Wanneer het Ramadan is, steunt mijn moeder mijn vader door met hem mee te vasten. We vieren Kerst, Pasen, Idul Fitri en het Offerfeest. Meer feestdagen, wie wil dat nou niet? Het doet niet af aan mijn ouders’ persoonlijke beleving van hun eigen religie: mijn vader is overtuigd moslim en mijn moeder overtuigd katholiek. Maar elkaars religie – en culturele eigenheden – respecteren en accepteren is voor hen niet meer dan vanzelfsprekend. Dat is voor mijn vader een essentieel aspect van zijn islam en voor mijn moeder van haar katholicisme.

Raciale hiërarchie

Dit illustreert goed hoe gemengde relaties kleine ‘gemeenschappen-in-verscheidenheid’ zijn. Hierin worden verschillen niet weggestopt maar juist geaccepteerd en omarmd. Ze staan het ontwikkelen van sociale relaties of een ‘gemeenschap’ met gedeelde waarden, normen en doelen ook niet in de weg.

Voor mijn ouders is hun liefdesrelatie altijd vanzelfsprekend geweest. Maar dat gold niet voor hun omgeving. Mijn moeder mocht in eerste instantie niet met mijn vader omgaan. Haar Indische omgeving keek neer op mijn vader: een Indonesiër was te min voor mijn moeder. Haar familie prefereerde een mede-Indo of een Belanda, een witte Nederlander. De strikte raciale hiërarchie die de koloniale samenleving structureerde werkte dus ook na de onafhankelijkheid nog door – ook in Indonesië.

Jaren later toen mijn ouders al getrouwd waren, werden zij in Indonesië nog geconfronteerd met dezelfde raciale vooroordelen. Bij het inchecken in een hotel kreeg mijn moeder de vraag of ze ook een speciale kamer nodig had voor meereizend personeel. De Indonesische hotelmedewerker zag mijn vader aan voor mijn moeders chauffeur. Het kwam niet in hem op dat een licht getinte Eurasian vrouw getrouwd zou kunnen zijn met een donkere Indonesische man. ‘Niet nodig, ik slaap met mijn chauffeur’, beet mijn moeder hem toe.

Gemeenschappen in verscheidenheid

Zo een raciale hiërarchie werkt ook nu nog door in onze kijk op gemengde relaties. In films en televisieseries zijn heteroseksuele relaties tussen een witte man en niet-witte vrouw vanzelfsprekend en spelen ‘culturele problemen’ geen rol óf wordt de vrouw van haar inferieure cultuur ‘gered’ door de man. Tegelijkertijd zien we zelden een vanzelfsprekende relatie tussen niet-witte mannen en witte vrouwen. Niet-witte mannen zien we als moreel inferieur en als een gevaar voor witte vrouwen en de ‘puurheid’ van witte cultuur.

Maar ook in onderzoek van bijvoorbeeld het CBS worden gemengde relaties vooral geproblematiseerd en is er te weinig aandacht voor het feit dat de meeste gemengde relaties stabiel zijn en niet wankeler zijn dan ‘ongemengde’ relaties. Ook is het maar de vraag of gemengde relaties die mislukken, stuklopen op ‘cultuurverschillen’. Mijn vrouw en ik hebben ook weleens ruzie, maar dat gaat vooral over het feit dat ik nog steeds mijn rijbewijs niet heb gehaald of teveel op mijn telefoon kijk. Zelden gaat het over culturele verschillen.

We zouden meer aandacht moeten hebben voor de positieve aspecten van gemengde relaties. We moeten ze zien als voorbeelden van werkende ‘gemeenschappen-in-verscheidenheid’ in het klein, als best practices van het accepteren van elkaars verschillen en respectvolle manieren van samenleven. In onze steeds diverser wordende samenleving kunnen gemengde relaties uiteindelijk inspireren tot meer begrip en verdraagzaamheid.

Reza Kartosen-Wong is een publicist en docent media en cultuur (UvA) die promoveerde op onderzoek naar de culturele identificaties van jonge Aziatische Nederlanders. Deze maand is hij gastcolumnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.