Gastcolumn

Gastcolumn Keyvan Shahbazi: Nederlander, koester je seculiere rechtsstaat!

Ondanks mijn geboorteland, en dankzij de Nederlandse rechtsorde, ben ik geworden wie ik ben, schrijft Keyvan Shahbazi.

De Iraanse president Rouhani in het parlement in Teheran. Beeld ap

'Wanneer kom je weer langs?', vroeg mijn moeder, toen ik haar laatst belde. Na een lange stilte zei ik: 'Wat bedoel je madar? Ik ben er al 34 jaar niet geweest.' 'Kun je niet voor een paar dagen komen? Heel eventjes maar,' zei ze. 'Je weet toch dat dat niet gaat', zei ik. 'Oh' zei ze, 'maar wie moet mij dan straks begraven?' 'Dat weet ik niet madar, het spijt me.'

Mijn moeder is aan het dementeren. Ze woont alleen en eenzaam in de islamitische republiek Iran, waar ik niet naartoe kan. Het begon allemaal met een deurbel. Het was een koude novemberavond om half negen in 1981. We zaten te eten. De baardmannen van de Garde van de Islamitische Revolutie waren met z'n vieren. Eén duwde mijn vader opzij met de kolf van zijn Kalasjnikov en de andere pakte mijn pols vast. De twee anderen hielden de rest in huis op afstand. Mijn moeder kwam huilend met gebogen rug en een koran op haar uitgestrekte trillende armen. 'Neem mij in plaats van hem, alsjeblieft, hij is nog een kind' smeekte ze. In de auto maakten ze met een paar kolfslagen duidelijk dat mijn hoofd naar mijn knieën toe moest, zodat ik niet kon zien waar de auto naartoe ging.

Drie maanden eerder was ik, na 10 dagen, uit precies dezelfde cel weggestuurd om mijn middelbare school-eindexamen te doen. Volgens mijn vader hoefde ik niet meer terug. 'Ssst', zei hij, 'kom weer thuis slapen, ze hebben genoeg te doen, ze zijn je alweer vergeten'. Dat bleek niet zo te zijn.

Schijnexecuties

Die novembernacht bleef mijn jeugd voorgoed achter in die cel. De maanden daarna zag ik andere kerkers en andere cellen, soms in isolatie, soms met nog 39 andere jongeren als haringen tegen elkaar gedrukt. De winter van 1981 - 1982 was lang, donker, koud en doorvlochten met pijn van martelingen. En angst; bij de schijnexecuties, wanneer je geblinddoekt en vastgebonden de suizende kogels langs je hoofd hoorde. En wanneer je moest toekijken naar de terechtstellingen van schoolvriendjes.

Tot ik er niet meer tegen kon en besloot te stoppen met leven. In ruil voor het eigendomsbewijs van de grote villa van mijn ouders, wilden ze toestaan dat ik in het ziekenhuis werd opgenomen. De held/psychiater van het ziekenhuis riskeerde zijn leven en gaf mij een verwijsbrief zonder datum voor opname in een psychiatrische inrichting. 'Mocht het nodig zijn, dan zet je er zelf de datum op en duik je hier onder', zei hij.

Uit angst wilde niemand in de familie mij onderdak bieden. Die psychiatrische inrichting werd dat jaar mijn thuis, en deze held mijn inspirator door wie ik later in Nederland psychologie ging studeren.

Verre neef

Doordat ik alweer niet terugging, raakten mijn ouders hun huis kwijt. 'Dit is het rekeningnummer waar de maandelijkse huur op gestort moet worden, doe je dat niet, dan ontruimen we dit staatseigendom. Pas als Keyvan zich meldt, krijgen jullie het terug', hadden ze gezegd. Net als met aangeschoten wild, roken de hyena's in de omgeving van mijn ouders bloed. Met een voortvluchtig antirevolutionair element als zoon, waren ze een makkelijke prooi.

Mijn vader was een selfmade-man met een miljoenenonderneming. Uit medelijden had hij een kantoorbaantje gegeven aan een verre neef. Die was generaal geweest in de militaire inlichtingendienst van de Sjah en zat na de revolutie van 1979 werkloos en depressief thuis.

'Dit is het voorlopige koopcontract met je eigen handtekening eronder' had de neef gezegd tijdens het diner. 'De helft van het bedrijf is nu van mij, en denk erom dat je geen stennis gaat maken. Ik weet dat je Keyvan soms hier op kantoor liet slapen en hem naar Nederland hebt laten vluchten.' Mijn vader weigerde en raakte niet alleen zijn bedrijf kwijt, maar belandde ook een half jaar in de gevangenis.

Absurd

Afscheid hoeft niet, dacht ik bij vertrek. Ik ben over een paar maanden weer terug. Deze tirannie kan toch niet zo lang in stand blijven.

Jaren gingen voorbij en de wereld veranderde, maar de islamitische republiek Iran niet. Eén voor één stierven de mensen van wie ik bij vertrek geen afscheid had genomen. Op haar sterfbed zag mijn oma mij nog in de deuropening staan. 'Keyvan, lieverd, ben je er eindelijk?' had ze geijld.

Het bericht van het overlijden van mijn vader kreeg ik pas drie dagen na zijn begrafenis. Niet zijn zoon, maar de buurman had hem begraven.

Uiteindelijk ben ik geworden wie ik ben, ondanks mijn geboorteland, maar dankzij de Nederlandse rechtsorde. Maar waarom schrijf ik dit allemaal in mijn eerste gastcolumn? Zeker niet omdat ik me een slachtoffer voel dat uw medelijden nodig heeft. Wel omdat ik zou willen dat u zuiniger was op de Nederlandse democratische rechtstaat die nu ook de mijne is, en die van mijn kinderen.

Het is absurd als een politicus ons parlement en onze rechtsorde nep noemt. Net zoals het absurd is als een vertegenwoordiger van deze seculiere rechtsstaat religieuze symbolen draagt. Maar de grootste absurditeit is dat we in dit vrije, veilige, democratische Nederland niet meer met elkaar kunnen praten zonder elkaar voor rotte vis uit te maken of met geweld te dreigen. Wees er bewust van en koester de weelde van deze democratische rechtsstaat!

Keyvan Shahbazi is cultureel psycholoog en deze maand gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.