opiniegastcolumn

Gastcolumn: Ja, ik ben van Chinese komaf, maar ik weet niets van het coronavirus

Chinese Nederlanders staan opeens in het brandpunt van de belangstelling, maar dat brengt vooral de blinde vlekken en stereotypen naar boven, merkt Pete Wu tot zijn schrik.

In Amsterdam lopen sommige toeristen met mondkapjes, in verband met het coronavirus. Beeld Pauline Marie Niks

Ik zat net aan mijn eerste cocktail twee zondagen geleden toen mijn telefoon trilde. Een berichtje van een redacteur zo’n negenduizend kilometer verderop haalde me uit de roes die ‘vakantie’ heette: of ik kon aanschuiven aan de talkshowtafel die avond.

Nu was op dat moment het Grote Nieuws, legde de redacteur me uit, dat het coronavirus zich als een wildvuur verspreidde door Wuhan. Alleen, zo kon ik de redacteur snel vertellen, ik wist niets van virussen, mijn Chinese ouders waren ruime tijd geleden al geëmigreerd naar het zuiden van Nederland en ikzelf woon in Amsterdam. Zowel het onderwerp als de mensen om wie het ging, voelden ver weg. Hoe kwam hij bij mij terecht?

De dagen erna scande ik nieuwskoppen: ‘Zijn Chinezen nog wel welkom?’ vroeg de Volkskrant zich af. Zanger Alain Clark twijfelde hardop over het laten doorgaan van zijn aankomende Chinese tour, kopte het AD. ‘Action overweegt artikelen uit China elders in te kopen’, meldde het ANP.

Als ik het zo las, dan leek dat ‘China’, waarover iedereen het steeds had, een bijzonder klein doosje van Pandora – een ieniemienie-stadje dat (nu!) (meteen!) hermetisch van de wereld moest worden afgesloten. Vooral tijdens uitbraken van angst voor het onbekende wordt blijkbaar vergeten dat China bijna even groot is als heel Europa én bijna twee keer zoveel inwoners telt. Je kent datzelfde gevoel misschien wel: dat je in het buitenland steeds moet herhalen dat ‘Nederland’ níet hetzelfde is als ‘Amsterdam’, maar dat de ander je tijdens je zoveelste correctie aanstaart met grote glazige ogen.

Bril met jampotglazen

Alleen worden de Nederlandse ogen die mij nu op spreekwoordelijke wijze aanstaren, voorzien van een bril gemaakt door de redacties van Hilversum. Door die bril met jampotglazen zien kijkers dat heel China, alle 1,4 miljard Chinezen én de 100 duizend Chinese Nederlanders tot één worst worden geperst: iedereen van Chinese afkomst is hetzelfde en raar – bij de gratie dat wij Nederlanders níet raar zijn.

Naast dit idee heerst er ook nog de gedachte in de media dat mensen van Chinese afkomst dit soort grappen maar moeten kunnen ondergaan – wellicht omdat onze ouders, de eerste generatie, zich afzijdig heeft gehouden tijdens racismedebatten, misschien ook omdat het stereotype bestaat dat ‘alle’ Chinezen in Nederland stil en hardwerkend (en daardoor automatisch goed geïntegreerd zijn) zijn – terwijl ik echt wel luie, luide Chinese Nederlanders ken.

In een item van PowNed gaat de presentator in quarantainepak de straat op en vraagt Chinese toeristen wat hij moet doen tegen het virus. Blijkbaar gaat dit geen grens over. Maar zou hij een aantal jaar geleden ook alle passagiers uit een van de 54 Afrikaanse landen (1,2 miljard inwoners) hebben gecheckt op symptomen van het ebolavirus? Het antwoord is waarschijnlijk nee.

Ik moest ook denken aan cabaretier Johan Goossens, een kluns die drie weken geleden tegen drie miljoen Wie is de mol?-kijkers verzuchtte dat wat hem betreft héél China lijkt op een afhaalchinees.

Uitgescholden

Nog besmettelijker dan het coronavirus, zo bleek, zijn de blinde vlekken van mensen. Die zijn schadelijk, want ze werken eendimensionale stereotypen in de hand. En dat heeft gevolgen. Aziatische Nederlanders worden, zo lees ik, en public uitgescholden – let wel: niet alleen Chinese Nederlanders dus. Op sociale media zie ik reacties van mensen die uit angst voor het coronavirus niet meer naar de ‘Chinese snackbar’ willen, met woorden als ‘kanker-Chinezen’ reageren of ‘Alle Chinezen Europa uit’ roepen. In een Snapchat-filmpje vraagt de maker een Aziatisch uitziende jonge vrouw of ze niet wil niezen in zijn buurt.

Hoe dat komt? We hebben de regie van onze eigen verhalen niet in handen – Chinese Nederlanders zijn nog steeds niet zichtbaar. Het is tijd om de media te bestormen, de redacties, mainstream series, de reclames, films, de politiek, talkshows, het onderwijs en het straatbeeld. Om de blik te veranderen, die bril met jampotglazen bij te slijpen.

Op de laatste dag van mijn vakantie trilde mijn telefoon weer: een journalist wilde weten of ik familieleden had die van plan waren naar China te reizen. Ik drukte zijn berichtje weg. Voor een redacteur is dit vaak één talkshowavond lang een hot topic, één headline lang een klikkanon, en een influencer gaat misschien één Instagramstory lang door het stof, maar voor mij als Chinese Nederlander duurt dit nog een leven lang. 

Pete Wu is journalist, auteur van De bananengeneratie en in februari gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden