Opinie op zondag

Gastcolumn: ‘In Hongarije gebeurt er vrijwel iedere dag iets dat tot treurnis stemt’

Met de val van de Muur gingen er opeens allerlei deuren open in Oost-Europa. Gastcolumnist Erzsó Alföldy vraag zich af wat er over is van de mooie verworvenheden van toen in het Hongarije van nu. Het antwoord stemt treurig.

De activistische groep Partij van de Hond met Twee Staarten beplakken kantoorgebouwen van de Hongaarse regeringspartij Fidesz met spottende teksten, 30 september 2016 in Szeged. Foto Daniel Rosenthal

De opdeling van Europa was decennia lang een overzichtelijke aangelegenheid. Aan de ene kant van het IJzeren Gordijn had je het democratische, geciviliseerde en welvarende Westen, aan de andere kant het Oostblok, dat werd geassocieerd met dictatuur, armoede en gebrek aan beschaving, met bijbehorende clichébeelden van vieze fabrieken, troosteloze betonnen flats en lange rijen voor de supermarkt. Veertig jaar lang behoorde ook mijn geboorteland Hongarije tot dit blok.

Oost-west

Ooit, als zesjarig meisje, ging ik met mijn grootouders, moeder en zus, op vakantie naar de Kroatische kust. Niet alleen zou ik voor de eerste keer een vliegreis maken, ook was een strandvakantie voor ons, kinderen uit een land zonder zee, iets heel bijzonders. Angst over neerstortende vliegtuigen en bloeddorstige haaien hielden mij vóór vertrek wekenlang uit mijn slaap. Maar het was meer dan dat. Die reis had nog een exotisch tintje: Tito’s Joegoslavië stond voor ons toch een beetje voor het Westen.

Het Westen was voor mij ook de chocola, Barbiepoppen, echte Lego en ander mooi speelgoed, dat mijn vader, die inmiddels in Duitsland woonde, opstuurde, en waar mijn zus en ik de blits mee maakten onder onze Hongaarse vriendjes. Diezelfde glans hadden de kleurrijke synthetische jurkjes die de oma van mijn nichtjes en neefjes bij haar tweejaarlijkse bezoek uit Californië, waar ze na 56 was terechtgekomen, voor ons meebracht. Een rijkdom aan spullen die luxe ademden: wat een contrast met onze eigen, kleurloze Oostblokspulletjes.

Keuzevrijheid

Maar keuzevrijheid hield niet op bij zo’n uitgebreid aanbod aan goederen. Het is iets wat ik aan Nederlandse vrienden bijna niet uitgelegd krijg, dat dingen als je woonsituatie, studiekeuze en werk, ja zelfs je partnerkeuze kunnen worden beïnvloed door de politiek-historische context. Zo werden mijn grootouders in de jaren 50 door de communisten uit hun strategisch gelegen villa in de heuvels van Boeda gezet, en koos mijn vader, uit strategische overwegingen, niet voor sociologie of nieuwe geschiedenis, maar voor een studie van de klassieke oudheid.

Wetenschap verschafte in het Hongarije van vóór de val van de Muur evengoed niet alleen een respectabele professie, maar was ook een redelijk ‘veilige’ keuze, zeker met een vakgebied waarmee je niet snel het risico liep met de heersende ideologie te botsen.

Met de val van de Muur gingen er opeens allerlei deuren open. Zo bleek een jeugdvriend opeens carrière te hebben gemaakt als journalist bij ’s lands grootste dagblad, waarvoor hij over economische onderwerpen schreef, en verbleef een andere jeugdvriend als diplomaat in Brussel. Times were a-changing. Er waaiden frisse winden, Hongarije hoorde weer bij Europa.

Onafhankelijke wetenschap in de knel

Hadden wetenschappers het in het postcommunistische tijdperk financieel niet altijd even makkelijk, ze konden in ieder geval bogen op een onafhankelijke status, met het door de Hongaars-Amerikaanse, ondertussen tot volksvijand nummer één verklaarde miljardair Soros opgerichte Central European University (CEU) als hét lichtend voorbeeld.

Helaas is de stemming ondertussen weer omgeslagen. Niet alleen wordt de CEU in haar bestaansrecht bedreigd, nu is de Hongaarse Academie der Wetenschappen, na steunbetuigingen aan diezelfde CEU, het volgende doelwit van het Orbán-regime. Vorige week nog werd bekend dat de helft van het budget van de Academie voortaan wordt ondergebracht bij het Ministerie van Innovatie en Hoger Onderwijs. In het land van Orbán betekent zo’n maatregel het einde van een onafhankelijke wetenschap.

Misschien maar goed ook dat mijn vader, destijds zeer betrokken bij de wederopbouw van de wetenschap in zijn vaderland, het niet meer hoeft mee te maken.

Democratie bedreigd

Zo gebeurt er vrijwel iedere dag wel iets dat tot treurnis stemt. Kranten worden opgeheven, de rechtspraak wordt ondermijnd, hulp aan asielzoekers wordt strafbaar gesteld, er worden zwarte lijsten opgesteld van mensen en organisaties die migranten steun verlenen én van onderzoekers die zich met heikele thema’s als gender, minderheden en migratie bezighouden.

Stelselmatig wordt de democratische rechtstaat afgebroken, culminerend in de Stop Soros-wet die afgelopen woensdag is aangenomen. En alsof het allemaal niet erg genoeg is: er zijn vergevorderde plannen voor een wijziging van de grondwet.

Kleine lichtpuntjes in deze donkere dagen vormen de ludieke acties van de groep activisten die zichzelf Partij van de Hond met Twee Staarten noemt. Zo beplakten zij afgelopen week kantoorgebouwen van regeringspartij Fidesz met stickers met de tekst: ‘Stop. Emigratie-bevorderende organisatie’, als reactie op soortgelijke stickeracties van regeringsgezinden gericht tegen NGO’s die zich voor vluchtelingen inzetten. En zo diende de vice-voorzitter van de oppositiepartij Dialoog voor Hongarije onlangs een voorstel tot wetswijziging in bij het Hongaarse Parlement, waarmee je zou kunnen voorkomen dat mensen, die ooit een studiebeurs van migranten-helper Soros hebben gehad, tot minister-president gekozen mogen worden. Saillant detail: Orbán zelf studeerde ooit met zo’n Soros-beurs in Engeland.

Humor als wapen tegen domheid en tegen dictatuur, grappen maken over je eigen misère en lachen tot je er buikpijn van krijgt: het is een typisch Hongaarse, beproefde overlevingsstrategie uit het Oostbloktijdperk.

Erzsó Alföldy is journalist. Zij is geboren in Hongarije en woont sinds haar 13de in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.