Gastcolumn Alicja Gescinska

Gastcolumn: Het publieke debat heeft baat bij wat mildheid

Gun politici af en toe het recht om een uitschuiver te maken. Maar wees waakzaam voor politici die zoveel uitschuivers maken, dat ze zelf uitschuivers dreigen te worden, stelt de Belgisch-Poolse filosofe en gastcolumnist Alicja Gescinska.

Alicja Gescinska. Beeld Jorgen Caris / HH

We leven in een cultuur van koppensnellen. Elke dag moet iemands hoofd op het hakblok van de sociale media, omwille van het gebruik van een ongelukkig woord, of het doen van een onfortuinlijke uitspraak. Onze morele verontwaardiging draait voortdurend overuren. Altijd is er ergens wel iemand die publieke veroordeling verdient. Het gevolg: alsmaar weer olie op het vuur van het permanent oververhitte publieke debat.

De voorbije week was het in Vlaanderen de beurt aan Walter De Donder. De Donder is kandidaat-voorzitter voor de Vlaamse christendemocraten. Hij is sinds 2011 burgemeester van een kleine Vlaams-Brabantse gemeente. Daarnaast is hij acteur. Zijn naam doet misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar enkele personages die hij vertolkt, genieten algemene bekendheid: de burgemeester in Samson en Gert, en ook… kabouter Plop.

Uiteraard was dit aanleiding voor flauwe grappen en misplaatst misprijzen over ’s mans competenties en ambities. ‘Slechte acteurs genoeg in de politiek.’ Of: ‘De infantilisering van de politiek bereikt hier een nieuw stadium.’ Zulke vooringenomen reacties zijn om verschillende redenen onwenselijk. De politiek en democratie zijn gebaat bij vers bloed: instroming vanuit een wereld die schijnbaar niets met politiek te maken heeft. Iemand bij voorbaat ongeschikt achten voor een politiek mandaat, op basis van opleiding of beroep, is bovendien erg ondemocratisch: of het nu om de plaatselijke bakker of een bekend persoon gaat.

Ontvolken

De reden waarom De Donder zich in een storm van verontwaardiging bevond, lag evenwel niet in zijn achtergrond als acteur. Het had alles te maken met een online filmpje waarin hij zijn kijk op migratie en integratie uiteenzette. Enerzijds was het een typisch christendemocratisch verhaal over rechten en plichten. Anderzijds hanteerde hij daarbij enkele ongelukkige termen. Hij sprak over het ontvolken van hele wijken. Over de eigen mensen die weggedrukt worden door nieuwkomers. Allemaal woorden ontleend aan het extreemrechtse jargon. Woorden zijn daden, en daarom zijn ze nooit onschuldig. 

Zonder in een Reductio ad Hitlerum te willen vervallen, is dit een boodschap waaraan ook Victor Klemperer herinnert. Deze Duits-Joodse filoloog maakte een uitvoerige analyse van de taal die de nazi’s hanteerden. Hij wees op het gevaar van het normaliseren van woorden die zich vroeger niet in het midden, maar aan de periferie van het politieke spectrum bevonden. Taal is strijd, strijd is taal. Burgerlijke waakzaamheid begint met de kritische ingesteldheid naar het politieke vocabulaire.

Toch was het meest bedenkelijke aspect van de uiteenzetting van De Donder niet het gebruik van specifieke woorden. Wel het verkondigen van platitudes die het vertrouwen in de politiek an sich schaden. Zo was er de bewering dat ‘de politiek’ en de beleidsmensen al jaren niets doen aan het vraagstuk van migratie en integratie. Niets doen. Werkelijk? Het feit dat we specifieke politieke functies – staatssecretarissen en ministers – hebben voor integratie, inburgering, migratie spreekt dat toch wel enigszins tegen. Zo ook het feit dat rechtse partijen in Vlaanderen, en ook in Nederland, al vele jaren deel uitmaken van het beleid. Die rechtse partijen hameren nogal veelvuldig op de uitdagingen die worden gesteld door migratie. Als dat ‘nietsdoen’ niet voldoende voor je is, resteert extreemrechts als alternatief.

Uitschuivers

De Donder had kunnen reageren met een mea culpa. Sommige termen had hij beter kunnen mijden. Sommige thema’s zijn zo complex en gevoelig, dat het niet makkelijk is om er genuanceerd over te spreken. Maar hij reageerde door een andere misleidende platitude te debiteren: over ‘deze onderwerpen’ mag je werkelijk niets meer zeggen. Tenzij je de voorbije decennia onder een steen hebt geleefd, weet je dat er over weinig anders zo veel gezegd is als over de uitdagingen van multiculturalisme en migratie. Als we voortdurend herhalen dat de politiek niets doet, dat we niets mogen zeggen over vreemdelingen en nieuwkomers, plaveien we de weg voor de extremen. Zij groeien naarmate het vertrouwen in de politiek en het midden verkleint.

De kwaliteit van een democratie hangt af van de kwaliteit van het publieke en maatschappelijke debat. Wanneer we in dat debat bedenkelijke termen en denkbeelden als feitelijkheden presenteren, tast dat de kwaliteit van debat én democratie aan. Dat gebeurt ook wanneer we voortdurend koppen willen zien rollen. We moeten wat milder voor elkaar en strenger voor onszelf zijn. De samenleving en het publieke debat zouden er baat bij hebben. Gun politici af en toe het recht om een uitschuiver te maken. Maar wees waakzaam voor politici die zoveel uitschuivers maken, dat ze op den duur zelf uitschuivers dreigen te worden.

Alicja Gescinska is filosofe en deze maand gastcolumnist op Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden