Gastcolumn Alicja Gescinska

Gastcolumn: Het is te voorbarig om de Poolse democratie af te schrijven

Polen wordt vaak in één adem genoemd met Orbáns Hongarije en zelfs Erdogans Turkije. Dat is te kort door de bocht, betoogt de Belgisch-Poolse filosofe Alicja Gescinska. Als de Poolse democratie al op sterven zou liggen, doet zij dat springlevend.

Alicja Gescinska. Beeld Jorgen Caris / HH

Wanneer mijn geboorteland een nieuwsitem is, kun je ervan op aan dat het slecht nieuws is. Van die regel wordt hooguit afgeweken wanneer Olga Tokarczuk een Nobelprijs Literatuur in de wacht sleept. Of Robert Lewandowski moet bij Bayern München nog maar eens een doelpuntenrecord aan flarden schieten. Maar anders is de berichtgeving over Polen buitengewoon deprimerend. De teneur is meestal deze: de democratische rechtsstaat wordt langzaam maar zeker ontmanteld. Waarden als vrijheid, verdraagzaamheid en gelijkheid zitten op de schop.

Ook deze week was dat het geval. Het was zelfs het eerste item in het middagjournaal op de radio: Europa tikt Polen op de vingers. Reden: discriminatie. Oorzaak: een pensioenwet die het mogelijk maakt dat mannelijke rechters langer mogen werken dan vrouwelijke. Zo wordt wederom het beeld bevestigd van een land dat zich regelrecht in de afgrond van illiberalisme en autoritarisme stort. Hoewel er vele redenen tot bezorgdheid zijn, strookt dat beeld niet helemaal met de werkelijkheid. Nog niet.

Problematisch beleid

Voor alle duidelijkheid: het beleid van de conservatieve nationalisten – sinds 2015 aan de macht – is regelmatig problematisch. Met politieke benoemingen zijn de staatsmedia een propagandamiddel geworden. Over de rechterlijke macht probeert men oneigenlijke politieke controle te krijgen. En sommige leden van Recht en Rechtvaardigheid – zoals Europarlementslid Ryszard Legutko – komen heel openlijk uit voor hun afkeer van de liberale democratie.

De democratie staat dus zeker onder druk. Maar juist wanneer de democratie onder druk staat, kun je zien hoe veerkrachtig ze is. En veerkrachtig is de Poolse democratie nog steeds. Dat heeft verschillende redenen. In de eerste plaats is er een groot democratisch bewustzijn onder de bevolking. Wanneer Recht en Rechtvaardigheid chargeert met te radicale voorstellen of plannen, brengt dat steevast duizenden betogers op de been. Meer dan eens heeft Recht en Rechtvaardigheid daardoor moeten inbinden.

Vrije pers

Ook de druk van de Europese Unie is al effectief gebleken. Hoewel Polen regelmatig op ramkoers ligt met de EU, blijft het opvallend pro-Europees. Nationalisme en pro-Europese gezindheid sluiten elkaar niet uit. Het is een van de vele paradoxen van het huidige Polen, die tot een meer genuanceerd beeld van de politieke realiteit nopen. Ook binnen Recht en Rechtvaardigheid zijn er vele grijstinten. Enerzijds zit je met figuren als partijvoorzitter Jarosław Kaczyński en Legutko, die vooral misprijzen voelen voor de EU en liberale waarden. Anderzijds heeft president Duda verkondigd dat het lidmaatschap van de EU grondwettelijk verankerd zou moeten worden. De interne machtsstrijd binnen Recht en Rechtvaardigheid is een bepalende factor voor de weg die het land verder zal bewandelen: meer gematigd of meer polariserend. Alleszins zijn ook de interne verschillen binnen de partij een indicatie dat het te voorbarig is om de Poolse democratie af te schrijven.

Ook bestaat er nog steeds een levendige vrije pers in Polen. De demarche waarbij kritische journalisten in 2015 bij de staatsmedia opzijgeschoven werden, is verwerpelijk. Maar dit gelijkstellen met het einde van de persvrijheid is onjuist. Vele ontslagen journalisten hebben nu onderdak bij de commerciële media. Daar verdienen ze goed hun brood. Inzake de lokroep van het rechts-nationalistisch populisme en autoritaire autocraten, wordt Polen vaak in één adem genoemd met het Hongarije van Orbán en zelfs het Turkije van Erdogan. Dat is te kort door de bocht. In Turkije zitten kritische stemmen in de gevangenis of in ballingschap. In Polen wonen kritische journalisten in fijne villa’s in de buitenwijken van Warschau en rijden ze rond in dure wagens.

Niet te zwartgallig

De Poolse situatie is paradigmatisch voor onze tijd. Steeds vaker hoor je politieke en maatschappelijke onheilstijdingen. De democratie is dood. De wereld die we kennen staat op instorten. Niet vrijheid, maar verdrukking is in opmars. We moeten ons echter hoeden voor eenzijdig pessimisme. Burgerlijke waakzaamheid is geen zwartgalligheid. Je moet de democratie niet ten grave dragen nog voor ze gestorven is. Met defaitisme en fatalisme draag je zelf bij aan de ondergang van de democratie. Ondemocratische maatregelen doorvoeren is immers makkelijker wanneer mensen toch niet meer geloven dat ze in een democratie leven.

Als de Poolse democratie al op sterven zou liggen, doet zij dat springlevend. Polen is nog steeds een dynamische samenleving; zij het misschien vaker ondanks dan dankzij de mensen die het land besturen. Nog is Polen niet verloren, zo luidt de eerste strofe van het Poolse volkslied. Het land heeft heel wat historische calamiteiten overwonnen. Ook de politieke strubbelingen van de voorbije jaren hebben het land niet tot de verdoemenis veroordeeld. Nog niet.

Alicja Gescinska is filosofe en deze maand gastcolumnist op Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden