Gastcolumn: 'Goede journalistiek gedijt bij input van lezers'

Reageren op de vragen en opmerkingen van het publiek. Dat is volgens gastcolumnist Alexander Pleijter de aangewezen manier om als journalist te opereren in de huidige tijd.

Waaier van krantentitels. Foto anp

Vrijdag 13 april was een slechte dag voor de liefhebbers van een dagelijks glaasje wijn of flesje bier. Zij schrokken zich het leplazarus toen ze van diverse nieuwsmedia te horen kregen dat ze eerder dood zullen gaan dan de niet-drinker. Dat zou blijken uit een nieuwe internationale overzichtsstudie die in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet was verschenen.

Vrijdag 13 april was ook een slechte dag voor de media die dit nieuws brachten. Want het bleek niet te kloppen. Meteen na publicatie bekritiseerden diverse mensen op Facebook en Twitter de mediaberichtgeving: dat je eerder sterft als je elke dag één glas alcohol drinkt, viel toch helemaal niet te concluderen uit dat onderzoek?

Het schreeuwerige weblog GeenStijl publiceerde dezelfde dag nog een uitgebreide reactie van de anonieme reaguurder Wetenschopper - die vermeldde medisch onderzoeker te zijn - waarin hij aan de hand van de grafieken uit de onderzoekspublicatie duidelijk maakte dat het 'volstrekt veilig' is om elke dag een alcoholische consumptie te nuttigen.

Afgelopen donderdag, 20 april, zag de Volkskrant - die het nieuws als eerste bracht en de bron was voor veel andere media - zich door de kritiek genoodzaakt om terug te komen op de berichtgeving. De betreffende redacteur gaf toe het onderzoeksartikel in The Lancet niet goed te hebben gelezen.

Dat was natuurlijk rijkelijk laat, aangezien GeenStijl meteen al op 13 april publiceerde dat de berichtgeving niet klopte. Maar laten we positief blijven. Het is goed dat een redactie dit doet: uitleg geven over hoe berichtgeving tot stand is gekomen. De Volkskrant deed dat onlangs ook met de onthulling dat Halbe Zijlstra had gelogen over zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst met Poetin. Toen daar vragen over kwamen schreef de verslaggever een uitgebreide reconstructie over hoe ze een en ander te weten was gekomen. Ook vertelde ze erover in een podcast van de Volkskrant.

Slecht voor je reputatie

NRC deed dat niet toen er op sociale commotie ontstond over een interview met Camiel Eurlings (waarom was hij zo kritiekloos geïnterviewd?) en ook niet toen er discussie was over de NRC-onthulling over Pieter Omtzigt (speelde hij echt onder een hoedje met een nepgetuige?). Niet verstandig, slecht voor je reputatie. En het past ook niet bij deze tijd.

Vroeger was de nieuwsvoorziening een tamelijk rechtlijnige kwestie tussen bronnen en nieuwsmedia: de bronnen leverden de informatie waarmee journalisten hun verhalen maakten, die uiteindelijk terecht kwamen bij het publiek. Dat was ook echt het eindstation: het publiek speelde verder geen rol in de journalistiek.

Door het internet is de dynamiek van de nieuwsvoorziening flink veranderd. Dat komt doordat veel meer spelers zich nu met de journalistiek bemoeien. Door kritiek te leveren op sociale media, door te publiceren op weblogs en door te reageren onder artikelen. Daar zit een hoop onzin tussen, maar er zit ook veel waardevolle kennis tussen, afkomstig van mensen met kennis van zaken. Ook op GeenStijl, zoals bleek bij de alcoholberichtgeving.

Maar veel nieuwsmedia zijn de afgelopen jaren juist gestopt met het toelaten van reacties op hun websites. Ook op de website van de Volkskrant is het niet mogelijk om te reageren op artikelen.

'Gespreksredacteur'

Een uitzondering op deze trend is De Correspondent, die er juist zijn missie van maakt om mensen zo veel mogelijk te stimuleren een bijdrage te leveren. Vanuit de overtuiging dat de journalistiek daar beter van wordt. Lezers kunnen immers relevante vragen stellen, nuttige kritiek leveren en adequate aanvullingen geven. Vorig week heeft De Correspondent daarom een speciale ‘gespreksredacteur’ aangesteld, die moet bevorderen dat leden hun kennis en ervaringen delen.

Nog meer goed nieuws in dit verband: NU.nl kondigde deze week aan de lezersreacties in ere te herstellen (anderhalf jaar geleden stopte NU.nl ermee), omdat ze van toegevoegde waarde zijn. De nieuwssite gaat daarvoor gebruik maken van een reactiesysteem dat speciaal ontwikkeld is voor nieuwsmedia. In Amerika maken onder meer The Washington Post en The Wall Street Journal hier gebruik van.

Opmerkelijk aan zowel NU.nl en De Correspondent is dat de eigen journalisten zich ook mengen in de reacties: ze reageren op de vragen en opmerkingen van het publiek. Dat zorgt ervoor dat mensen zich serieus genomen voelen en daardoor ook serieuzer reageren, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Texas. Dat lijkt me de aangewezen manier om als journalist te opereren in de huidige tijd. Niet louter als maker van journalistieke producten, maar je publiek ook de mogelijkheid bieden om te reageren, om met aanvullingen en kritiek te komen. Daar wordt de journalistiek wellicht beter van dan van media die elkaar overschrijven.

Alexander Pleijter werkt als universitair docent internetjournalistiek aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.