Gastcolumn Ayaan Abukar

Gastcolumn: Fietsvakanties in Afrika hebben bittere bijsmaak

Niet zo vreemd dat Afrikanen er niets van begrijpen als bezwete Europese fietsers in hun dorp arriveren, vindt gastcolumniste Ayaan Abukar.

De Nederlandse fietsers Jilt van Schayik (tweede van links) en Teun Meulepas in Lagos (Nigeria) op hun tocht van 17 duizend kilometer naar Kaapstad in Zuid-Afrika in 2015. Beeld EPA

Steeds meer mensen boeken een reisje naar een Afrikaans land. Het toerisme is er al jaren aan het groeien, zowel bij de bekende vakantieresorts als voor avonturiers; je kunt de Kilimanjaro beklimmen in Tanzania, diepzeeduiken in Mozambique, rondreizen in Zuidelijk Afrika en op safari in Kenia. Dankzij de advertenties van Facebook weet ik dat je ook door Afrika kunt fietsen.

De variatie is fascinerend: je kunt fietsen voor het goede doel of voor een gezonder Afrika. Je kunt kiezen voor een fietstocht langs de Nijl, waarbij je de sportieve tocht combineert met avontuur, een kennismaking met de lokale bevolking en liefdadigheid.

Het leukst vind ik de mountainbikereis in Kenia, waar je in een natuurpark zebra’s, giraffen, antilopen en bavianen ziet vanaf je fiets.

De mondiale fietser kan door de mooiste delen van Afrika trekken. Al googelend stuit ik op tips van avonturiers: hun eerste gedachten en angsten, de scenario’s die ze uitdachten voor als ze een olifant tegenkomen. En wat te doen als een slang je begint te bijten? Op de foto’s zie je Nederlanders in strakke wielerkleding, op rode stoffige wegen en met Afrikaanse kinderen achter een waterpomp. Het contrast is zo groot dat ik voor mijn gevoel naar een trucage kijk, het is vast gefotoshopt, maar nee.

Betalen voor beproeving

Net als veel Afrikanen snap ik er niets van, zie ik het nut niet van fietsritten over zandpaden, in tropische regen, bloedhitte en muggenplagen, de lange afstanden tussen de dorpen en steden. Het Europese verlangen om de beproeving niet alleen te ondergaan, maar ook ervoor te betalen – dat valt niet uit te leggen in de dorpen die ze passeren. Hoe meer ik erover lees, hoe ingewikkelder het wordt. Mijn conclusie is dat afzien voor je plezier cultureel is bepaald.

Fietsen door Afrika toont niet alleen de culturele verschillen, de bijsmaak is bitter, dat vooral. De avonturier uit Europa mag met een ‘vlieg-en-fietsarrangement’ alle wilde dromen waarmaken en de avonturier uit Afrika wordt met man en macht tegengehouden aan de Europese grens. De jongeren uit Europa genieten steun van de gemeenschap, maatschappelijke organisaties en de overheid.

De ambities van jongeren in Afrika om te reizen, te werken en dromen na te jagen worden door Europese politici en beleidsmakers als een heet hangijzer gezien, een probleem dat moet worden opgelost. Jaarlijks steken duizenden jonge Afrikanen de Sahara over, niet op de fiets, maar achter in de truck van een mensensmokkelaar. Sommige van hen overleven de overtocht niet en wie het wel haalt, leeft lang in de illegaliteit. Dat avontuur eindigt niet in luxehutjes, maar in de vuile stegen van Napels of Palermo, van Marseille of Athene. Geen papieren, geen onderdak en geen inkomen. Maar dat onderscheid kan net zo makkelijk verdwijnen, plotseling.

Medaille

Dat was het geval bij Mamoudou Gassama, de Malinees die wereldnieuws werd na zijn ongeremde actie waarmee hij het leven van een Franse kleuter had gered, door vier balkons omhoog te klimmen. Ik sprak hem vorig jaar in Parijs over hoe die daad zijn leven voorgoed had veranderd. Tot dat moment verbleef Gassama als ongedocumenteerde vreemdeling in de hoofdstad – en ineens kreeg hij de Franse nationaliteit, een medaille voor ‘moed en zelfopoffering’, een baan als brandweerman.

Hij leeft sindsdien een sterrenleven en wordt nog steeds als een held onthaald. In ons gesprek vertelde hij over zijn reis naar Europa en waarom hij Mali had verlaten, daar was weinig te doen, zei hij. Zijn dorp had niets te bieden en hij besloot om op avontuur te gaan. De reis duurde drie jaar en tussentijds belandde hij in een beruchte Libische gevangenis.

Mamoudou Gassama kon geen vlieg-en-fietsvakantie naar Frankrijk boeken, die optie bestaat niet voor jonge Afrikanen, want ze zijn ‘gelukzoekers’ of ‘kansloze migranten’. Maar Gassama’s verhaal bewijst dat dezelfde jongeren heldhaftige avonturiers kunnen zijn.

Ayaan Abukar werkt bij Vice Versa, een journalistiek platform over mondiale samenwerking. Ze is in de maand mei op zondagen gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden