Gastcolumn

Gastcolumn: 'Extreme standpunten van Roos Vonk over bio-industrie doen meer kwaad dan goed'

Er zijn talloze argumenten tegen de bio-industrie en vleeseten te verzinnen, waarvoor je geen speciesisme, holocaust of slavernij nodig hebt, betoogt classica Rosa van Gool.

Beeld Marcel van den Bergh

Roos Vonk schreef enkele weken geleden een aanklacht tegen de bio-industrie, waarin zij de praktijken vergeleek met de slavernij en de holocaust. Vooral die laatste vergelijking kwam de Nijmeegse hoogleraar op forse kritiek te staan, van onder anderen Rosanne Hertzberger en Frits Barend. Ook haar werkgever verklaarde openlijk de uitspraken te betreuren.

Zelf was Vonk niet erg onder de indruk van de kritiek. In een reactie schreef ze weliswaar dat ze de term achteraf gezien beter niet had kunnen gebruiken, maar haar spijt was uitsluitend pragmatisch gemotiveerd, niet moreel: 'De term ligt gevoelig en trekt daardoor alle aandacht'. Een beetje vergeetachtig is deze hoogleraar wel, want in juni 2016 schreef ze al een artikel op Joop.nl waarin ze zich zeer bewust toonde van het mogelijke - en beoogde? - effect van zulke vergelijkingen: 'Het kan enorme morele verontwaardiging oproepen'. De kritiek van Hertzberger en Barend serveerde ze de afgelopen weken af als 'emotioneel' en 'slachtofferitis'. Vonk stelt dus alleen maar spijt van haar woordkeuze te hebben omdat die de discussie afleidde van haar argumenten.

Argumenten

Wat zijn dan precies die argumenten die zij aandraagt? Volgens Vonk is gelijkstelling met menselijk leed gerechtvaardigd omdat 'oerinstincten bij dieren niet anders [werken] dan bij ons'. Zij baseert zich onder meer op het boek 'Animal Liberation' (1975) van Peter Singer. Singer introduceerde de term 'speciesisme', naast vormen van discriminatie als racisme en seksisme. Ook Vonk stelt dat 'discriminatie en onderwerping op basis van soort even verwerpelijk is als op basis van sekse of ras.'

Een opmerkelijk standpunt, zeker voor iemand die zelf wel eens vlees eet en kippen houdt. Als Vonk werkelijk meent dat discriminatie van dieren dezelfde morele status heeft als discriminatie van mensen, lijken af en toe een stukje vlees eten en het - ongetwijfeld op biologische wijze - houden van dieren me een nogal ernstige schending van haar eigen normen: 'Ik eet maar heel af en toe mensenvlees en mijn mensen hebben een ruim hok met extra uitloop in de tuin.' Zoals Hertzberger stelt: 'Een beetje genocide of een beetje slavernij is ook niet acceptabel.'

Het lijkt me waarschijnlijker dat Vonk, net als de meeste andere mensen, niet echt vindt dat dieren in moreel opzicht op exact dezelfde voet staan als mensen. Ten eerste zijn 'dieren' natuurlijk een diverse groep. Ik ga er bijvoorbeeld van uit dat Vonk de moord op een fruitvliegje en de moord op een mens moreel verschillend beoordeelt.

Het gaat haar inderdaad vooral om bewuste, intelligente dieren: 'Volgens onderzoek is de intelligentie van varkens vergelijkbaar met die van mensen op kleuterleeftijd. Om die reden vind ik zelf de parallel met kinderen verdedigbaar, evenals de parallel met zwarte slaven of vrouwen, waarvan in de geschiedenis ook werd gezegd dat ze niet konden denken of geen ziel hadden.'

De status van dieren

Als intelligentie en bewustzijn de criteria voor morele status zijn, ben ik benieuwd te horen hoe Vonk denkt over mensen met een ernstige verstandelijke beperking. De moraal van Peter Singer is streng utilistisch: hij stelt in zijn 'Practical Ethics' zelfs het doden van baby's, die nog geen rationeel en autonoom zelfbewustzijn hebben, gelijk aan het doden van dieren, die immers ook pijn en plezier kunnen ervaren. Het grootste bezwaar is het verdriet van de ouders. Tegen het doden van gehandicapte baby's ziet hij nog minder bezwaren, omdat hun leven mogelijk meer verdriet dan vreugde aan hun ouders brengt. Een soortgelijke redenering past hij toe op mensen met gevorderde dementie. Het zal u niet verbazen dat Singers praktische ethiek omstreden is.

Zelf benadrukt hij dat het zijn doel is om de status van dieren te verhogen, niet om de status van mensen te verlagen. Een nobel streven, maar het is de vraag of dat met een dergelijke utilistische moraal mogelijk is; het menselijk leven zal, gelijkgesteld aan dat van dieren, onvermijdelijk aan inflatie onderhevig zijn, zeker gezien de huidige uitzonderingspositie ervan. Toch is zelfs Singer minder radicaal in zijn antispeciesisme dan Vonk beweert te zijn: hij erkent dat het erger is om een bewust mens te doden dan een dier, onder meer omdat een mens een toekomstbeeld heeft.

Het eerder genoemde Joop-artikel sloot Vonk af door Gandhi instemmend te citeren: 'De beschaving van een samenleving valt af te meten aan de wijze waarop ze omgaat met dieren.' Op welke gegevens wetenschapper Vonk deze wetmatigheid baseert is onduidelijk - hopelijk niet op gefingeerde data over hufterige vleeseters - maar wie de Godwin kaatst, kan hem terugverwachten. Dierenwelzijn was namelijk erg belangrijk voor het Nazi-regime, dat in 1933 meteen een uitgebreide wet ter bescherming van dieren aannam.

Er zijn talloze argumenten tegen de bio-industrie en vleeseten te verzinnen, waarvoor je geen speciesisme, holocaust of slavernij nodig hebt. Zulke grote vergelijkingen en extreme standpunten doen dit belangrijke debat, zoals ook Vonk maar al te goed weet, meer kwaad dan goed. Maar ze leveren wel lekker veel aandacht op.

Rosa van Gool is classica en deze maand gastcolumniste van Volkskrant.nl op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden