gastcolumn

Gastcolumn: De school werd een bedrijf met studenten als ‘product’

Nadat zijn vak Nederlands werd gedood door het projectonderwijs, beleeft gastcolumnist Nico Keuning, twee jaar na zijn pensioen, een revival van dat vak in het ‘honoursonderwijs’.  

Leraar aan het werk. Beeld Joost van den Broek

Als antwoord op het toenemende lerarentekort heeft de Onderwijsraad de Tweede Kamer het advies gegeven het perspectief van toekomstige leraren te verbreden. Zoals altijd staat zo’n rapport vol dubbelzinnige en tegenstrijdige begrippen, waardoor een muur van mist wordt opgetrokken. Maar bij nadere bestudering wordt de essentie van het advies zichtbaar: het ‘vak’ moet plaatsmaken voor de ‘onderwijscontext’, wat inhoudt dat de leraar meerdere vakken moet kunnen geven. ‘Specialisatie’ heeft een nieuwe betekenis gekregen: ‘een generieke basis voor iedereen’. Als dooddoener wordt ten slotte het konijn ‘professionalisering’ weer eens aan de oren uit de hoed getoverd. Maar met dit advies wordt de echte leraar zijn passie ontnomen. Het lesvak is verdwenen, opgelost in ‘het vak van leraar’.

Januari is op hogescholen en aan universiteiten de maand van de ‘open dagen’ en studiekeuzeworkshops. De aankomende student krijgt als advies dicht bij zichzelf te blijven. ‘Volg je passie. Kies het vak dat je leuk vindt.’ Dat staat haaks op het idee van de Onderwijsraad, die niet uitgaat van het vak, maar van didactische en pedagogische vaardigheden als ‘basis van het beroep’. Maar wie met interesse en plezier een vak leert, zal zijn kennis uit zichzelf met enthousiasme aan een ander overbrengen. Overdracht van kennis en vaardigheden moet je vervolgens leren door te doen. Een stage in het onderwijs maakt onmiddellijk duidelijk of je je voor de klas op je plaats voelt, of je iets van plezier en talent ervaart. De ervaren leraar die je coacht, geeft advies en stuurt bij.

Zo stond ik in het laatste jaar van mijn studie Nederlands als stagiair voor de klas, aan het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam. Meteen een blokuur. Maar die twee lesuren waren veel te kort om mijn verhaal over De Tachtigers kwijt te kunnen. Aan het eind van de les tekende zich op het bord een gestold vuurwerk af van krijtstrepen en -cirkels, namen, jaartallen en feiten. De damp sloeg uit de kraag van mijn overhemd. ‘Volgende week doe je het nog een keer,’ zei de ervaren leraar-coach, ‘maar dan de grote lijnen.’ Ja, dat begreep ik zelf ook wel tijdens de cooling down.

Met vuur voor het vak stapte ik het onderwijs in. Van het middelbaar onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs. Er bestond nog een vaksectie voor onderling overleg en afstemmen van lessen, tentamens en examens. Gouden jaren. Maar op een dag stond ‘het project’ als paard van Troje voor de poort, dat door de pas aangestelde managers de school werd binnengetrokken. Het project bleek de vijand van het vak, dat ‘geïntegreerd’ werd in het project. De student kreeg geen individueel cijfer meer voor vakken als Nederlands, Recht, Economie, Psychologie, maar een groepscijfer voor het project.

En de leraar, hij modderde voort.

Om er het beste van te maken ontwikkelde ik projecten, waarin de vakken evenwichtig werden opgenomen. De docent herkende zijn vak in het project, maar voelde zich niet betrokken bij de andere vakken in het project die hij moest begeleiden. ‘Daar heb ik niet voor geleerd.’ De manager had zijn taak gedelegeerd naar de docent-projectleider en deze stond machteloos tegenover zijn collega’s die zich in enkele gevallen ontwikkelden tot tegenstander.

In de hogere klassen kon iedereen nog gewoon zijn vak geven, maar het project galoppeerde in volle vaart door het gehele curriculum. De vaksecties werden opgeheven, docenten zaten met elkaar opgescheept in een project waar in de praktijk alleen de ontwikkelaar-projectleider nog beweging in probeerde te krijgen. Trekken aan een dood paard, inderdaad. Arme docenten. Maar vooral: arme studenten. De school werd een (winstgevend) bedrijf met studenten als ‘product’.

En daar stond, zo’n tien jaar geleden, als deus ex machina, ineens het excellentieonderwijs voor de deur. Met een kleine groep gedreven vakdocenten haalden we het naar binnen en we ontwikkelden een nieuw onderwijsprogramma, naast de reguliere opleidingen. Inmiddels heet excellentieonderwijs ‘honoursonderwijs’, wat (ook internationaal) een betere naam is, want de student hoeft niet ‘excellent’ te zijn, hij moet goed zijn, gedreven en enthousiast, net als de docent. Samen geven zij de module inhoud. Creatief Schrijven in mijn geval. De studenten vormen tevens de redactie van het Honours Magazine, waarin zij debuteren met hun columns, interviews en verhalen. Schrijven als passie.

Twee jaar na mijn pensioen geef ik als gastdocent nog steeds les, met vuur voor het vak.

Nico Keuning is neerlandicus, gastdocent en biograaf, en deze maand gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.