Gastcolumn: Bestuurders moeten WOB uit hun hoofd kunnen opzeggen

Overheidsdocumenten moeten volgens de Wet openbaarheid bestuur (wob) in principe altijd openbaar zijn, tenzij er goede redenen zijn om ze geheim te houden. Overheden houden informatie echter te vaak onder de pet, betoogt gastcolumnist Alexander Pleijter.

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (VVD) en premier Mark Rutte (VVD) tijdens het Tweede Kamerdebat over de omstreden memo's rond de afschaffing van de dividendbelasting. Beeld ANP

Een van de gekste wetten in Nederland is de wob. Alleen de naam al. Zeg het eens tien keer hardop: wob, wob, wob… Je voelt je al snel een naar adem happende vis.

Het grappige is dat er ook een werkwoord is voor deze wet: wobben. Hoeveel wetten zijn er nou die dat kunnen zeggen? Ik wob, jij wobt, hij wobt… Echt sexy klinkt het niet, maar toch. Journalisten zijn er dol op.

Die wob was wel een dingetje, afgelopen week. Hij zorgde voor nogal wat rumoer in de media en de politiek.

De wet openbaarheid bestuur, want zo heet de wob voluit, is bedoeld om de overheid transparanter te maken, zoals dat zo mooi heet. We leven immers in een democratie, dus hebben we als burgers er recht op om te weten hoe de overheid tot besluiten komt, hoe beleid tot stand komt. Overheidsdocumenten moeten daarom volgens de wob in principe altijd openbaar zijn. Ze geheim houden mag niet, tenzij daar goede redenen voor zijn. Bijvoorbeeld als er privacygevoelige gegevens in staan.

De praktijk is een ander verhaal. Overheden en politici houden informatie vaak liever onder de pet. Omdat ze dat beter uitkomt. Om wat voor reden dan ook.

En dan kan er dus gewobt worden. Je kunt de overheid verzoeken om documenten openbaar te maken. Vandaar ook dat journalisten dol zijn op wobben. Niet omdat het leuk is om te doen, maar omdat het een scoop kan opleveren. Iets wat de overheid geheim wil houden, ja, dat willen journalisten graag onthullen.

Afgelopen week hadden we dus gedoe over twee van die onthullingen. De scoop van NRC en Nieuwsuur over moskeeën in Nederland die heimelijk geld ontvangen. En de onthulling van Trouw over het bestaan van memo’s over de afschaffing van de dividendbelasting. In beide gevallen waren de documenten door het kabinet geheim gehouden. Sterker nog, het bestaan ervan werd ontkend.

Het gevolg: debatten met de Tweede Kamer over waarom het kabinet de informatie niet gewoon gegeven heeft. Een hoop gekrakeel over verloren herinneringen en slecht functionerende geheugens. Niet echt een aanbeveling voor politici op verantwoordelijke posities.

Bovendien slecht voor het vertrouwen in de politiek. En daar was nu juist die wob ooit voor bedacht: de overheid transparanter maken om het vertrouwen in de overheid te vergroten. Dat is dus het gekke aan die wob: een wet die het vertrouwen in de politiek zou moeten versterken, zorgt juist voor steeds meer wantrouwen. Doordat dankzij wobbende journalisten steeds weer blijkt dat overheidsinstanties informatie aan het zicht van burgers willen onttrekken.

Is dat journalisten aan te rekenen? Niet echt. Zij laten juist steeds weer zien dat het hoognodig is om politici en overheden met argusogen te volgen en met de wob in de hand ervoor te zorgen dat burgers de informatie krijgen waar ze recht op hebben.

Wellicht moeten we overheidsbestuurders de wettekst van de wob voortaan uit hun hoofd laten leren. Wie bij zijn inauguratie de tekst niet kan opzeggen, moet voor straf tien keer hardop wob zeggen: wob, wob, wob...

Alexander Pleijter werkt als universitair docent internetjournalistiek aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.