De Kwestie Peter de Waard

Gaat Turks buskaartje weer een miljoen kosten?

In 2004 kostte een buskaartje in Istanboel 900 duizend lira, omgerekend vijftig eurocent. Na jaren van gierende inflatie en financiële chaos was Turkije onder premier Bülent Ecevit de Weimarrepubliek van het oosten geworden.

In winkels werd afgerekend met biljetten van 20 miljoen lira. Salarissen bedroegen miljarden lira’s. En de begroting was in biljarden lira’s: getallen van meer dan vijftien cijfers die oude zak-Japanners op tilt deden slaan. Tussen 1995 en 2005 was de lira steevast de minst waardevolle valuta ter wereld.

Turken zullen ook niet meteen schrikken van bankbiljetten met veel nullen, zo lang de dromerige blik van Atatürk − de vader van alle Turken − er maar als beeltenis op staat. Nog altijd zijn er Turken die denken en rekenen in de lira’s van toen en twee miljard lira voor een tapijtje rekenen. Inmiddels kost die toch echt 2.000 lira, want in 2005 werd de oude lira vervangen door een nieuwe waarbij zes nullen waren geschrapt: 1 miljoen oude lira werd 1 nieuwe lira. De premier die deze geldsanering doorvoerde, heette Recep Tayyip Erdogan wiens APK bij de verkiezingen in 2003 het oude politieke establishment had weggevaagd.

Tot ergernis van de Europese Centrale Bank leek de munt van een halve nieuwe lira veel op die van 1 euro en was die van 1 hele lira bijna een exacte kopie van die van 2 euro. Erdogan wilde daarmee symbolisch laten zien dat Turkije – lid van de orde van nieuw opkomende economieën – een munt had die twee keer zoveel waard was als de euro.

Dat vooral door mensen op het platteland in oude lira’s werd gerekend, pakte Erdogan in 2008 aan door het bijvoeglijk naamwoord ‘nieuwe’ te schrappen. Er was maar één lira – een schijnbaar keiharde munt die Turkije in de vaart der volkeren zou opstoten.

Tien jaar later dreigt deze lira hetzelfde lot te krijgen als de lira van begin deze eeuw. De inflatie is terug, net als de financiële chaos. Erdogan is nu een president die al het gevoel voor de economische realiteit kwijt is en roept dat een lage rente tot een lage inflatie leidt. Inflatie is echter alleen te beteugelen door renteverhogingen. Pas dan kan de binnenlandse vraag worden afgeremd en kunnen buitenlandse investeerders worden aangetrokken, waardoor de waarde van de munt stabiliseert.

Maar Erdogan is bang dat zijn eigen volk een hogere rente niet accepteert en roept daarom op goud en buitenlandse valuta om te wisselen in lira’s – iets wat zelfs zijn fanatiekste aanhangers niet serieus zullen nemen gezien het feit dat ze dan elke dag 10 procent op hun spaarcenten zullen moeten inleveren.

Turkije dreigt langzamerhand in de spiraal terecht te komen die vooral bekend is van Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse bananenrepublieken. Eén euro is de lira nooit waard geweest. Maar tien jaar geleden was die wel 0,56 eurocent waard. Nu is dat 0,125 eurocent. Als het buskaartje weer bijna een miljoen kost, kan Erdogan opnieuw zes nullen schrappen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.