GastcolumnDanka Stuijver

Gaan we straks op dezelfde zorgverslindende voet verder?

Danka Stuijver

Er ligt een fiets op de bodem van de Oudegracht. Nou is een fiets in de gracht net zo Nederlands als oranje tompouces op Koningsdag. Het feit dat ik hem kan zien, met mijn eigen ogen, dat maakt het bijzonder.

We leven in een tijd waarin vliegtuigen aan de grond staan. Grassprietjes groeien tussen de keien op het Domplein. We zien poema’s in de straten van Santiago in Chili, wilde zwijnen in Barcelona en herten in Londen. In het water spotten we dolfijnen in Italiaanse havens, vissen in Venetië en vandaag een fiets in een Utrechtse gracht. Nou lag die fiets daar vermoedelijk al heel lang. Maar door het kalme en schone water zie ik de fiets nu voor het eerst. Terwijl ik al vijf jaar over deze grachten fiets. En dat raakt mij.

Bezinning

The great realisation noemt een Nieuw-Zeelandse dichter het. In een wereld die stilstaat is er tijd voor reflectie en bezinning. Steeds meer mensen realiseren zich dat het leven in de westerse wereld zoals deze was voor de coronacrisis zo niet langer kan doorgaan. Het toe-eigenen en kapot consumeren van moeder aarde waar mensen als ware sprinkhanen en kakkerlakken tekeer gaan. Een pad van destructie achterlatend voor de volgende generatie mens en dier. De ratrace, het gejakker in de tredmolen van alledag. 

Terwijl wij in de westerse wereld baden in vrede en overvloed is het nooit genoeg. We willen verder en hoger. Alles moet beter en mooier. Tot maart 2020 vlogen we duizenden kilometers voor een stilteretraite in Thailand waar we geitenyoghurt met kanarievoer aten en avocado’s op ons gezicht smeerden. Baat het niet, dan schaadt het alleen het milieu en de portemonnee. We volgden gelukscursussen om weer te leven ‘vanuit het hart’, terwijl we de vaten die ons hart moeten voorzien van zuurstof bleven verstoppen met teer en vet.

We hadden schijt aan Darwins wetten. Survival of the fittest werd een maakbaar begrip. Een lang leven werd de norm en gezondheid een recht. Met de zorgverzekering als maandelijks ‘duurste abonnement’ moest medische zorg 24/7 beschikbaar zijn. En dat werd het ook. De almaar groeiende vraag naar en aanbod van zorg leidde samen tot medische overconsumptie. 

De grond in

Ondertussen werkte het zorgsysteem zichzelf bijna de grond in. Onderbetaalde en overbelaste verpleegkundigen zakten door hun hoeven. Wachtlijsten voor specialisten liepen op tot vele maanden. Tijdens diensten op de huisartsenpost leek het op zaterdagavond wel op de Albert Heijn op woensdagmiddag. Met de wachtkamer vol met mensen zonder urgente klachten. Omdat het beter uitkwam. Omdat het kon. En wij dokters zeiden niks. Uit vrees voor een klacht of een zaak. Uit angst om een diagnose te missen. We werden nog defensiever, met kostbare overdiagnostiek en overbehandeling tot gevolg.

Een dag op de huisartspraktijk was van 8 tot 17 uur een race tegen de klok. Bomvol prangende zorgvragen die niet tot morgen konden wachten. Daarbij zocht ik de balans tussen betrokkenheid en time-management. Want ik moest alles in die tien minuten proppen. Een patiënt, slecht ter been, van de wachtkamer naar de spreekkamer halen, uitkleden, onderzoeken, overleggen met de specialist,  betekende vaak al een kwartier uitloop die ik de rest van de ochtend moest proberen in te halen. Daarvoor geen applaus maar geïrriteerde patiënten in de wachtkamer. 

Ik zag een patiënt met een verzwikte enkel die morfine wilde, zodat ze wel die gave marathon kon lopen. Ouders met een verkouden kind die antibiotica eisten, zodat het zo snel mogelijk weer naar het kinderdagverblijf kon. Er was geen tijd om ziek te zijn. Een patiënt die midden in de nacht zijn oren kwam laten uitspuiten op de huisartsenpost. Een patiënt die een recept voor huid-verdovende crème verlangde voor het zetten van een tatoeage. Een patiënt die wilde dat ik de gerstekorrels verwijderde in zijn gezicht omdat de schoonheidsspecialist te duur was. Ik deed het ook nog, die gerstekorrels. Dus drie maanden later was hij terug voor nog een behandeling. Die situatie had ik zelf gecreëerd. Het was een combinatie van ‘U vraagt, wij draaien’ en ‘wij draaien, dus u vraagt’.

Medische trein

En nu staat de wereld stil. De medische trein, vroeger een boemeltje maar de laatste jaren meer een bullettrain, is abrupt tot stilstand gekomen. Dokters en patiënten leren dat tijd veel wonden en kwalen heelt. Dat een blaasontsteking ook vanzelf over gaat. Dat de rugpijn vermindert als je niet meer drie uur per dag in de file staat. Door minder te ‘moeten’ een hoofdpijn of pijn op de borst verdwijnt. Dat de stoelgang verbetert door dagelijks te wandelen.

We zien dat niet alles maakbaar is. Dat zelfs de modernste snufjes op de intensive care een lijf niet aan de praat kunnen houden. Een lijf dat vaak oud is maar ook slecht onderhouden. Daar moeten we van leren. Een lichaam verdient het om zuinig mee te zijn. Een benzineauto rijdt niet op diesel. Een menselijk lichaam rijdt niet op suiker, alcohol, nicotine en adrenaline. Pas wanneer het lijf begint te haperen gaan we naar de dokter. Alsof genezen beter is dan voorkomen.

Als straks het applaus verstomt, gaan we dan op dezelfde zorg verslindende voet verder? Is het ijdele hoop, een illusie, om te denken dat er een mentaliteitsverandering heeft plaatsgevonden? Bij patiënten maar ook bij zorgprofessionals? Daarvoor moeten we allemaal eens in kalm en schoon water kijken. Op zoek naar een vis of fiets, maar bovenal naar de eigen reflectie in het water.

Danka Stuijver is huisarts en in de maand mei op zondagen gastcolumnist van volkskrant.nl/opinie. Ze schreef eerder in de rubriek ‘Dagboek van een huisarts’. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden