Opinie

Gaan we niet te vroeg weg uit Liberia?

Het lijkt alsof de ebola-uitbraak in Liberia onder controle is, en het Nederlandse team dat in dat land werkt dus kan vertrekken. Dat is althans de gedachte. Maar dat is misschien wel te simpel gedacht.

In het mobiele lab worden in de biosafety level 3 glove box de buisjes met bloed geopend en wordt eventueel aanwezig ebolavirus geïnactiveerd. Hierna kan de detectie plaatsvinden zonder risico op besmetting. Foto Felix Geeraedts

Het Nederlandse mobiele laboratorium in Liberia staat opgesteld vlak naast het ebolabehandelcentrum (ETU) in Sinje en is sinds eind januari van dit jaar operationeel. Hier wordt sindsdien, door elkaar maandelijks afwisselende teams van Nederlandse laboranten, ebola-diagnostiek verricht, geheel naar westerse maatstaven. Dit lab is een van de drie mobiele laboratoria die Nederland heeft ingezet in de wereldwijde respons tegen de ebola-uitbraak in West-Afrika.

Volgens drie gezanten van het CDC (Centers for Disease Control, Atlanta, USA), die op een zaterdag vanuit Monrovia ons lab komen bekijken, is het ook iets waar Nederland trots op mag zijn. Die steken we in onze zak; het CDC jaagt al op het ebola-virus sinds de ontdekking ervan in 1976, terwijl wij zo ongeveer gisteren zijn ingestapt.

Van de drie West Afrikaanse landen, Sierra Leone, Guinee en Liberia, die sinds de aanvang in december 2013 het hardst getroffen zijn door de heersende ebola-epidemie, telt Liberia de meeste dodelijke slachtoffers. De grootste sterfte was in het najaar van 2014. Toen het Nederlandse lab eindelijk in Liberia geplaatst kon worden in januari 2015 was Liberia het hoogtepunt van de epidemie al gepasseerd. En sinds januari gaat het opmerkelijk goed. Het aftellen naar het moment dat 42 dagen verstreken zijn sinds de laatste ebolacasus, en Liberia ebolavrij verklaard kan worden, was bij aankomst van ons team al in volle gang. Even dachten dat we een groot feest mee te zullen gaan maken op 4 april, maar op 20 maart werd plots de klok teruggezet toen een vrouw in Monrovia positief op ebola wordt getest.

Laatste Nederlandse team

In onze van hout en plastic zeilen opgetrokken kantoortje schenken we onze gasten van het CDC naar oer-Hollands gebruik vers gezette koffie. Bij gebrek aan iets anders hebben wij deze gefilterd door papieren handdoekjes en opgevangen in een biohazard container.

Omdat het niet besmettelijk is kan erom worden gelachen. Ook ontbreken de van huis meegenomen stroopwafels niet, die er dankzij de airco ook nog echt als stroopwafels uitzien, in een klimaat waar de gevoelstemperatuur overdag makkelijk de 40 graden haalt. Intussen roemen de Amerikanen onze aanpak, met wat zij een 'bulletproof concept' noemen. Zo hebben wij nog niet eerder gekeken naar onze onder regie van het Erasmus MC tot laboratorium omgevormde zeecontainer. Aan de zijkant van onze Labtainer staat Hospitainer te lezen, een teken van de hectiek waarin dit apparaat ontwikkeld is, door een bedrijf dat normaal gesproken zeecontainers bouwt. 'This will definitely make it through the rainy season', en dat geldt kennelijk niet voor ieder ebola-laboratorium in Liberia. In het regenseizoen kunnen wolkbreuken tot langer dan een week aanhouden, worden wegen compleet onbegaanbaar en is het een stuk moeilijker om een ebola-uitbraak te bestrijden.

Het bezoek krijgt even iets ongemakkelijks als blijkt dat zij al weten wat wij pas een dag eerder hoorden; zeer waarschijnlijk zullen wij het laatste Nederlandse team hier zijn. De gedachte aan een mogelijke overname van ons lab door wie dan ook is op zijn Amerikaans gezegd een pain in the ass. Vooral omdat het lab nu pas twee van de beoogde zes maanden gedraaid heeft, circa een half miljoen euro gekost heeft, negen collega-vrijwilligers het zaakje opgetuigd hebben en hier zeven dagen per week met toewijding testuitslagen geproduceerd hebben, en we eigenlijk toch ook wel heel trots zijn op dit eigenzinnige Hollandse product.

Te weinig monsters

Daartegenover staat ook een optelsom: ebola in Liberia lijkt voorbij en het aantal te testen samples loopt terug. Dat maakte het voor vrijwilligers niet aantrekkelijker, en ook werkgevers zouden daarom moeite kunnen hebben hun personeel als vrijwilliger naar Liberia te laten gaan. Daarnaast verloopt de communicatie met de overheid en de beherende organisatie in Liberia uiterst moeizaam, waardoor geen concrete afspraken gemaakt kunnen worden.

Eerlijk toegegeven: het verwerken van slechts drie monsters per dag gemiddeld vraagt nogal wat motivatie van het team; dit is 5 procent van onze maximale capaciteit, waardoor ook de kosten per sample, of monster, onevenredig hoog zijn. Het lage aantal samples dat ingestuurd wordt betekent echter niet dat er in een regio met 150.000 inwoners geen verdachte ebolagevallen zijn. Het betekent vooral dat er veel te weinig samples van verdachte gevallen en overledenen ingestuurd worden. Daar ligt een probleem.

Nu de uitbraak van 2014 enigszins onder controle lijkt in Liberia, zou er een fase in moeten gaan van actieve surveillance, waarbij alle overledenen en alle gevallen die enigszins verdacht zijn voor ebola gescreend worden. Eén gemiste ebolapatiënt kan tot een herleving van de uitbraak van 2014 leiden. Maar het systeem waarbij vrijwilligers in de gemeenschap actief moeten zoeken naar verdachte gevallen werkt niet. Daarbij worden er in het geheim begrafenissen uitgevoerd en zouden er verdachte gevallen verborgen worden gehouden. Dit alles verraadt zich door het lage aantal samples dat het lab bereikt.

Buisjes met bloed van Ebola verdachte patiënten worden buiten gedecontamineerd met chloor voordat deze het mobiele lab in gaan. Foto Felix Geeraedts

Voorbarige houding

In de media wordt gewaarschuwd voor een te voorbarige houding, en dat ebola in Liberia geenszins uit de lucht is. Vorig jaar maart dacht men ook dat het ebola-probleem over was, nadat er weken lang geen nieuwe gevallen meer gevonden werden. Waarna in juni de verspreiding begon die leidde tot het hoge sterftecijfer. Poreuze grenzen met Sierra Leone en Guinee, landen waar nog steeds nieuwe ebolagevallen gevonden worden, kunnen eenvoudig tot nieuwe introducties van ebola in Liberia leiden. Het regenseizoen begint hier halverwege april en het feit dat de piek van vorig jaar in het regenseizoen plaatsvond geeft een omineus gevoel. Intussen verlaten de internationale hulpverleners het land, om zich te focussen op de landen waar ebola wel zichtbaar voorkomt.

Op de werkvloer hier in Sinje vecht men nu voor het behoud van het lab op de ETU, dat een cruciale rol toebedeeld heeft gekregen in de surveillancefase. Er wordt geopperd om actief samples in de ziekenhuizen te gaan ophalen. Maar dit soort dingen liggen gevoelig bij de getraumatiseerde bevolking, en men wil voorkomen gestenigd te worden, zoals het geval was bij een groep hulpverleners in Guinee.

Social workers moeten in de gemeenschap eerst een deur openen zodat een mobiel medisch team veilig kan werken. Zoiets kost tijd, en die heeft ons team niet. Liberia ebolavrij krijgen en houden is misschien wel moeilijker dan wordt gedacht. In Sinje pakken de laatste dagen steeds meer donkere wolken samen die de komst van het regenseizoen inluiden. We verschenen pas laat in de crisis, misschien gaan we te vroeg weer weg.

Ebolamonsters worden onderzocht in Accra, Ghana. Foto epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.