columneva hoeke

‘Gaan we dreigen?’ Eva bespreekt het onrecht met haar glazenwasser

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Eva Hoeke

Aan de rand van het schoolplein had de Man staan praten met onze glazenwasser. Hij is er niet scheutig mee, met praatjes, dat heeft-ie met de Man gemeen, maar nu was hij opvallend vlot van wal gestoken: er was een concurrerend glazenwassersbedrijf actief in het dorp. Of bedrijf – ‘bende’ was een beter woord. Stond-ie ergens ramen te lappen, kwamen ze in een busje aangereden om een paar ‘vragen’ te stellen. De glazenwasser: ‘Laatst nog, stonden ze ineens achter me. ‘Hoe lang werk je hier al?’ vroeg die ene. Ik zeg tien jaar, hoezo. Hij zegt: ‘Ja wij gaan deze buurt overnemen en we zijn met vijftien man.’ Ik zeg: waar heb je het over, ik woon hier. Maar hij bleef maar doorgaan. Dus ik zeg: gaan we dreigen? ‘Nee’, zegt-ie, we waarschuwen alleen.’

Nu is de glazenwasser een flinke vent, zulke armen, vroeger eigenaar van een kroeg, altijd in zijn T-shirt naar buiten, zelfs in november, maar volgens de Man had hij er aangeslagen uitgezien. Ik had naar de ramen gekeken, geconcludeerd dat ze best weer eens gewassen konden worden, en zo kwam het dat de glazenwasser een week later bij me aan de keukentafel zat te doen of het hem allemaal niet schelen kon. ‘Het is gewoon intimidatie, of hoe zeg je dat’, zei hij terwijl hij in zijn koffie roerde. ‘Ze staan ook bij mijn huis te posten. Ze gaan ver hoor, die lui.’ Ik keek naar zijn knie, die onophoudelijk vibreerde. ‘Daarom vertel ik het ook aan iedereen. Als er wat gebeurt, weet iedereen wie erachter zit. Want het kán natuurlijk escaleren. Ik doe niks, ik hou mijn eigen rustig, maar ik ken mezelf, op een gegeven moment ga ik erin. Want dan krijg ik adrenaline en stress en dan moet er één verkeerd woord vallen en dan gebeurt het gewoon, klaar.’ Hij keek me aan met die bokserneus van hem, zo, hij had gesproken.

We gingen aan het werk.

Hij met een emmer sop en ik met mijn nagels, want de Dochters scheppen er een hels genoegen in het huis van onder tot boven met stickers te beplakken. En terwijl ik daar zat te krabben en de zon op de parketvloer scheen en Golden Earring vanuit de keuken zong over Radar love leek er heel even vrede op aarde te bestaan, maar toen klonk het ineens vanaf de ladder: ‘Maar léuk vind ik het natuurlijk niet.’

Ik keek om, maar de glazenwasser werkte stug door. ‘Je moet toch elke keer om je heen kijken. Straks gebeurt het waar mijn dochtertjes bij zijn. Ik ben niet bang om te vechten, maar ik heb er ook geen trek in. Ik ben bijna 51 joh, ik word te oud voor die ongein.’

‘Waarom doe je geen aangifte?’, vroeg ik terwijl ik naar de stickersliertjes keek die op mijn schoen vielen. ‘Dan weten ze wat er aan de hand is en kunnen ze meteen ingrijpen als er iets gebeurt.’ Het bleef even stil, vanuit mijn ooghoek zag ik hem nadenken. Daarna mompelde hij iets over slapende honden, waarna we maar weer zwegen. Ik dacht aan wat hij bij de koffie had gezegd. ‘Ik ben fysiek sterk’, zei hij, ‘maar mondeling minder.’

Na vijf minuten: ‘Of vind jij dat ik dat wel moet doen?’

Het telefoongesprek met de politie duurde maar kort. Hij articuleerde bij het noemen van zijn naam en geboortedatum, de zin: ‘Ik werk nog maar vier uur per week, maar zelfs dat gunnen ze me niet’ bleef hangen. Toen hij ophing zei hij: ‘Ik ben voor 75% afgekeurd, want ik heb de ziekte van Ménière. Dat is iets met je evenwichtsorgaan. Dus wie wil me nog hebben? Niemand. Ik kóst alleen maar geld.’

Hij vertrok, vanachter mijn schone ramen zag ik hoe hij voor hij in zijn bestelbus stapte eerst even om zich heen keek.

Klootzakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden