column heleen mees

Gaan deeltijdwerk en burn-outklachten hand in hand?

Hoewel Nederlanders ­gemiddeld slechts 20 uur per week werken, klagen zij steen en been over burn-out. Deze krant had januari zelfs uitgeroepen tot de maand van de burn-out. In The New York Times wordt zelden over burn-outklachten geschreven, terwijl daar wel een tandje harder gewerkt wordt.

Financial Times-columnist Simon Kuper, een Brit die in Leiden opgroeide, noemde overspannenheid in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad een half jaar geleden de ­Nederlandse volksziekte. Vrouwen die het in hun hoofd halen carrière te willen maken, raadt Kuper aan snel naar Londen of New York te gaan voordat ze hun landgenoten stress aanjagen.

De Arbobalans van onderzoeks­bureau TNO, die eind januari verscheen, laat zien dat het percentage mensen in Nederland met burn-outklachten tussen 2007 en 2017 is gestegen van 11 naar ruim 16 procent. Volgens TNO ervoer in 2017 ruim 39 procent van de mensen ‘in hun werk hoge taakeisen’, dat is 5 procentpunt meer dan in 2007.

Het percentage mensen dat zegt weinig autonomie te hebben in het werk steeg in die periode met bijna 7 procentpunten tot ruim 45,1 procent.

De stijging is des te opmerkelijker omdat tussen 2007 en 2017 het aantal zzp’ers, die juist veel autonomie ervaren en relatief weinig klagen over hoge taakeisen, ook is gestegen. Zonder de stijging van het aantal zzp’ers zou het aantal mensen met burn-outklachten nog dramatischer zijn gegroeid.

Met name uitzendkrachten en mensen met een deeltijd- of oproepcontract vinden dat ze weinig controle hebben over het werk. Ze moeten werken volgens de instructies van de baas. Dat is natuurlijk ook ­logisch. Als je als secretaresse maar twee dagen per week werkt in plaats van vijf, dan is het belangrijk dat degene die de andere dagen jouw plek inneemt weet waar alles ligt. Des te kleiner de baan en des te korter het contract, des te minder kun je je werk naar eigen inzicht inrichten. Anderen moeten probleemloos in jouw schoenen kunnen staan. Dan is het nodig om vaste protocollen te volgen, ook al zou je zelf wel manieren weten waarop het werk efficiënter kan.

Iets vergelijkbaars doet zich voor bij roeiles bij de roeivereniging De Berlagebrug in Amsterdam. Ik zit nu in blok 3, oftewel gevorderden. Tot nu toe hebben we ieder blok een ­andere instructeur gehad. Als ik een les mis, mag ik die op een ander moment met een andere groep inhalen, als er tenminste plaats is voor me in de boot.

Het protocol bij De Berlagebrug is dat alle instructeurs de roeiers leren om te starten met de bladen gedekt, dat wil zeggen met de bladen in het water. Dat is een inefficiënte manier om te starten, omdat de bladen onder water de vaart uit de boot halen. Maar het is wel een goede manier om ervoor te zorgen dat alle roeiers in de boot hetzelfde doen, ook als ze voor het eerst met elkaar roeien.

Hoewel Nederland in 2007 al ­wereldkampioen deeltijdwerk was, is het percentage parttimers sindsdien verder gestegen. Inmiddels werken een op de vijf mannen en drie op de vijf vrouwen in deeltijd. In die tijd is ook het percentage werknemers met burn-outklachten flink gegroeid. Zou deeltijdwerk niet de oorzaak van de burn-outklachten kunnen zijn?

Simon Kuper schreef in het FD dat Nederlanders uitgebreid de tijd ­nemen om afscheidsborrels of verrassingsfeesten voor elkaar te organiseren. Nergens ter wereld is het bladenaanbod (Margriet, Libelle, Elle et cetera) zo groot als hier. Het land barst van de festivals omdat iedereen uitsluitend bezig is met leuke dingen doen.

En wat mij opvalt als ik langere tijd niet in Nederland ben geweest: iedereen praat hier zoveel. Die gezelligheid put uit.

In Nederland is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens per hoofd van de bevolking de afgelopen 15 jaar gedaald in plaats van gestegen, mede omdat steeds meer mensen deeltijd werken. In termen van economische groei is Nederland daardoor een absolute midden­moter in het eurotijdperk. Als deeltijdwerk ook nog eens voor burn-outklachten zorgt, ligt de oplossing voor de hand. Waarom zouden we het leven niet serieuzer nemen en ­accepteren dat werken daar nou eenmaal bij hoort?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden