Opinie

Frits Bolkestein: 'Sub-Sahara-Afrika bloeit, maar niet dankzij ontwikkelingshulp'

Ontwikkelingshulp heeft flinke schaduwzijden. De grenzen van nuttige hulp zijn snel bereikt, schrijft Frits Bolkestein.

Illustratie Beeld ANP

Als ontwikkelingshulp inderdaad zou leiden tot een verbetering van de levensstandaard van arme landen, zou ik daar wel 2 procent van ons nationale inkomen aan willen besteden. Dat is drie keer zo veel als waartoe ontwikkelde landen zich hebben verplicht, hoewel weinig landen die norm halen. Maar zo is het niet. Ontwikkelingshulp heeft belangrijke schaduwzijden.

Om te beginnen kan die hulp arme landen aanmoedigen door te gaan met slecht beleid. Een schoolvoorbeeld is Tanzania. Toen Julius Nyerere, de president van dat land, zei te streven naar een 'Tanzaniaanse weg naar het socialisme' kwamen zich progressief noemende intellectuelen uit Noord-West-Europa, behept met schuldgevoelens, daarop af als vliegen op honing. Bijgevolg werd Tanzania bedolven onder geld.

De regering van dat land wilde 'ujamaa' (saamhorigheids-)dorpen inrichten. Dat zouden een soort kolchozen zijn waar boeren naartoe zouden worden gedreven. Mooi toch? Maar het ergste wat men boeren kan aandoen, is hen van hun land halen. Het werd dan ook een enorm fiasco.

Bovendien had iedereen met enige ervaring moeten weten dat voor het socialisme op zijn minst een bekwame ambtenarij nodig is, die in Afrika totaal ontbreekt.

In Tanzania werden die ambtenaren Wabenzi genoemd: mensen die rondrijden in Mercedes Benz-auto's.

Troetelkind
Ooit was Zimbabwe het troetelkind van de donorlanden. Dat veranderde toen Robert Mugabe, president van dat land, tijdens een conferentie in Maastricht zei dat homoseksuelen erger waren dan honden en varkens. Zimbabwe is nu geruïneerd.

De Zuid-Afrikaan Themba Sono stelt: 'De regerende elite heeft rampen over Afrika gebracht. Tegelijk hebben deze elites vrijheid, democratie en het vrije ondernemerschap onderdrukt.'

De totale internationale hulp aan Tanzania over de periode 1970-1988 bedroeg 7 miljard euro. De economische groei ging er over die periode met 0,2 procent per jaar op achteruit. Dat is het tweede risico: hulpverslaving. Els de Temmerman, correspondente van deze krant in Dar-es-Salaam, schreef in november 1993: 'De opeenvolging en combinatie van kolonialisme, socialisme en ontwikkelingshulp lijken het land in slaap te hebben gesust en elke ondernemingszin te hebben gedood'.

Nehru, Kaunda, Nyerere, Nasser, Nkrumah - hoezeer zij hun verdiensten als nation builders mogen hebben gehad, economisch waren zij the Gods that failed en westerse progressieve intellectuelen waren hun priesters.

Autoritair bewind
Het derde risico is dat ontwikkelingshulp soms schokkende varianten van autoritair bewind heeft gedoogd. President Yoweri Museveni van Oeganda werd in het Westen afgeschilderd als een verlichte Afrikaanse leider. Bill en Hillary Clinton brachten in maart 1998 een eerbewijs aan deze moderne staatsman. Ondertussen benoemde Museveni naaste familieleden op hoge posities. In februari 2010 benoemde hij zijn zoon als commandant van de presidentiële garde, met het oogmerk hem tot zijn opvolger te maken. De Oegandese economie is volkomen afhankelijk van hulp geworden. Als de Wereldbank de hulp aan Oeganda zou intrekken, stortte de economie in.

Politisering
Het risico van hulp, ten vierde, is de politisering ervan. Daardoor verschuift de aandacht van constructieve bezigheden naar de wens zo snel mogelijk beslag op de stroom hulpgelden te leggen. De Ghanese leider Kwame Nkrumah, die zichzelf de Osagyefo (Verlosser) noemde, zei: 'Zoekt gij eerst het politieke koninkrijk en de rest zal volgen.' In 1957 was Ghana het rijkste land beneden de Sahara (op Zuid-Afrika na). Tussen 1970 en 1982 daalde het inkomen per hoofd met 30 procent. De kleptocraten hadden het land aan de bedelstaf weten te brengen, mede door de ontwikkelingshulp.

Alleen al deze vier kritieke punten: steun voor slecht beleid, hulpverslaving, autoritair bewind en politisering maken dat er grenzen zijn aan wat het Westen daar aan nuttigs kan doen, en die zijn snel bereikt: eerder dan veel progressieve intellectuelen willen erkennen.
De westerse hulp moet zich ontdoen van het bevoogdende karakter. Het effect is vaak dat projecten langer doorlopen dan noodzakelijk zonder dat er een poging wordt gedaan technische ondersteuning overbodig te maken. Hulp is dan niet bevrijdend, maar verstikkend.
Overheidsinstellingen ter plekke worden vaak overstroomd door een vloed van goed bedoelende hulpgevers. Wie nog steeds het gevoel heeft een bijdrage te moeten leveren, kan beter iets kleins doen wat kans heeft op succes dan afwachten tot grootse plannen schipbreuk lijden.

Er is geen noodzaak tot pessimisme. In de periode 2000-2008 groeide de productie in Afrika jaarlijks met 4,9 procent, dubbel zo snel als in de jaren tachtig en negentig en sneller dan het mondiale gemiddelde van 3,8 procent. In dezelfde periode namen rechtstreekse buitenlandse investeringen toe van 10 naar 88 miljard dollar. Afrika ten zuiden van de Sahara wordt meer gezien als een kans dan als een last.

Dit komt door hogere grondstoffenprijzen, buitenlandse investeringen en Afrikaans ondernemerschap - niet door ontwikkelingshulp. Een vermindering van de Nederlandse hulp zou weinig effect hebben. Geld is het gevolg van economische prestaties, niet de voorwaarde ervoor.
En of een minister of een staatssecretaris de Nederlandse hulp nu bestuurt, is volstrekt irrelevant.

Frits Bolkestein is oud-VVD-politicus. Hij woonde tien jaar in ontwikkelingslanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden