Column Nico Dijkshoorn

Friezen en reizende bezoekers, dat zit niet helemaal lekker

Als ik in Friesland ben moet ik altijd uitleggen hoe de reis verliep. Friezen kunnen het eigenlijk niet geloven dat je helemaal uit het westen naar hun land bent komen rijden. Met de auto in een dag heen en weer, het is bijna niet te bevatten, dus maak ik het allemaal nog iets heroïscher. Mythische reizen beschrijf ik.

‘Vlak boven Leiden werd ik aangehouden door Grouw en zijn bende. Ik moest een levend dier eten. Op de Afsluitdijk heb ik gevochten met de zeven schimmen van Ranonkel, ik heb in de herberg van Rans Breug een bord vol kaantjes weggevreten en daarna met het bloed in mijn baard langs de horde van Siep en nu sta ik hier, in de bibliotheek van Drachten.’

Friezen en reizende bezoekers, dat zit niet helemaal lekker. Ik weet bijvoorbeeld dat zwemmer Maarten van der Weijden eigenlijk liever op een scooter in één rechte lijn naar Leeuwarden was gereden, maar dat mocht niet. Friezen geloven pas dat je echt je best hebt gedaan als je voetzolen als ingedroogde champignons onder je enkel hangen.

Zo heb ik ook de blokkade van de A7 uitgelegd. Het gaat helemaal niet om zwarte pieten of stroopwafelpieten, maar om het gemak waarmee mensen zomaar Friesland binnen kunnen rijden. Dat zit diep in de genen. Wanneer je als niet-Fries onverwacht opduikt in Dokkum, dan heb je iets uit te leggen.

Een jaar geleden stond ik – midden in Leeuwarden – zwijgend naar een man te luisteren die voor een aandachtig gehoor een ontwerp voor een typisch Friese fontein presenteerde. Een waaier van stijve lullen die om de 3 minuten 60 liter water ejaculeerden. ‘Dat water staat voor de vruchtbaarheid’, verstond ik. Zou ik daar maar één westers argument tegenin hebben gebracht (‘bij ons deden we dat in 1967’) dan zouden ze me op het plein uit elkaar hebben getrokken met vier Friese paarden.

De blokkade kwam voor mij dan ook niet als een verrassing. Friezen hunkeren naar een grens. Het is eigenlijk heel lief. Ze willen dat het moeite kost om Friesland binnen te komen. Tegelijk – als je er eenmaal bent – zijn ze trots. Tegen Friezen moet je tweehonderd keer op een dag zeggen dat ze zo leuk wonen. ‘Met ramen en een deur, toe maar. Een huis van steen en van alle gemakken voorzien. Dat had ik niet verwacht!’

Niets is wat het lijkt. Ook nu, tijdens het proces in Leeuwarden, schuilt er een verborgen Friese overtuiging achter de blokkade. Volgens de 34 verdachten gaat het om iets heel anders dan kleur. Het gaat om een principe: kinderfeestjes verstoor je niet.

Daar ben ik het niet mee eens. Kinderfeestjes kunnen niet hard genoeg worden verstoord. Als in een bioscoop acht jongetjes tijdens de film vechtend door het middenpad rollen omdat ze de film niet begrijpen (‘Waarom snijdt die man zijn oor eraf?’) dan bid ik dat er iemand het kinderfeestje komt verstoren.

Twaalf kinderen op een trampoline? Ik ben de schaar. Ballonnen, ik kijk ze graag na als een kindje per ongeluk zijn touwtje loslaat. Ik zeg: ’Soms gaat iets weg en komt het nooit meer terug.’ Friezen zijn daar blijkbaar te soft voor.

En dat vind ik dan weer heel schattig. Het bonkige halfprimaten gedoe met vlaggen en verkeerd gespelde spandoeken en tegelijk vechten ze voor het kind in onszelf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden