Opinie Freelancers journalistiek

Freelancers in de journalistiek worden uitgebuit in plaats van gekoesterd

Kwaliteitsjournalistiek, een grote waarde in ons land, vraagt om voortdurende bewaking en investering.

Protest van fotografen tegen de lage freelancetarieven, eind januari. Beeld Katja Poelwijk

Werken in de media is de droom en ambitie van velen. Maar het romantische beeld van mediawerk staat in schril contrast tot de heersende ­arbeidsomstandigheden in de media: contracten zijn veelal tijdelijk, redacteuren verhuizen van project naar project zonder dat hun toekomst zeker is, een groot deel van het werk wordt slecht of zelfs helemaal niet betaald en de meeste mensen werken als zelfstandige zonder adequate verzekeringen voor de oude dag, laat staan voor ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid.

Landelijke dagbladen en omroepen zijn als gevolg van bezuinigingen en ontslagen op redacties afhankelijk van freelancers. Maar ze betalen freelance journalisten en fotografen steeds minder voor hun werk. Per opdracht wordt nu bijvoorbeeld ruim 10 procent minder betaald dan vier jaar geleden en per foto zelfs 20 procent minder, zo blijkt uit de Monitor Freelancers en Media 2018.

Dit mediabrede onderzoek, dat vandaag uitkomt, laat zien dat het inkomen van zelfstandigen in de media achter blijft bij dat van zzp’ers in andere sectoren en extreem verschilt van het salaris van werknemers. De verhouding tussen de gemiddelde jaarinkomsten van vaste werknemers in de journalistiek (circa 60 duizend euro) en freelancejournalisten (24.300 euro) is schrijnend.

Het is opvallend dat bijna 40 procent van de werkweek van zelfstandigen in de media bestaat uit ‘speculatief werk’, dat wil zeggen: onbetaalde werkuren. Dit soort gratis werk, dat je doet met de hoop dat het in een later stadium alsnog inkomen oplevert, is prettig voor opdrachtgevers, maar duur voor makers. Desondanks willen de meeste zelfstandigen blijven freelancen en hopen ze dat het de ­komende jaren beter zal gaan.

De noodzaak om onbetaald te werken, de slechte onderhandelingspositie en het uitblijven van voldoende opdrachten om alle rekeningen te betalen, wordt niet gezien als individueel falen dan wel uitbuiting door het systeem, maar als tijdelijke fluctuaties van een onvoorspelbare markt. Dit is een denkfout: de media als industrie exploiteert creatief talent in plaats van het te koesteren.

Eigen verantwoordelijkheid

Er zijn ruwweg twee visies mogelijk op de positie van freelancers in de journalistiek. Aan de ene kant zou je kunnen stellen dat de meeste freelancers zelf hebben gekozen voor dit bestaan. Daarmee is de specifieke problematiek van de zelfstandige in de media – onderbetaling, zwakke onderhandelingspositie, onvoorspelbaarheid van werk, afhankelijkheid van tarieven en andere spelregels opgelegd door opdrachtgevers – hun ­eigen verantwoordelijkheid.

Aan de andere kant is er geen wezenlijk verschil tussen de zelfstandige en de werknemer in de journalistiek, anders dan het reguliere inkomen. Beiden zijn journalist en de media zijn van allebei de groepen afhankelijk. Daarnaast hebben ze allemaal te maken met precaire arbeidsomstandigheden – denk voor de werknemer aan de voortdurende dreiging van nieuwe ontslagronden, bezuinigingen en reorganisaties – en staan journalisten onder permanente druk om kwaliteit te leveren terwijl werk- en opdrachtgevers nauwelijks in hen investeren.

Intussen boeken bijvoorbeeld de Nederlandse krantenuitgevers elk jaar wel winst – meer dan 16 procent in 2018. Nu de Nederlandse overheid ook nog 20 miljoen euro heeft uitgetrokken om de onderzoeksjournalistiek de komende jaren te ondersteunen, is de aanhoudende uitbuiting van journalistiek talent door werk- en opdrachtgevers des te meer pijnlijk.

Vanuit dit laatste perspectief bezien belicht de Monitor slechts een deel van de werkelijkheid. Het beeld dat oprijst uit de Monitor is dat van een betrokken, enthousiaste en hardwerkende beroepsgroep, die het soms tegen beter weten in blijft volhouden in een steeds zakelijker functionerende nieuwsindustrie. Die nieuwsindustrie bezuinigt vooral op haar eigen talent – en dan vooral op de freelancers, getuige de dalende tarieven van de twee uitgevers die de markt beheersen, DPG Media (voorheen de Persgroep) en TMG (onderdeel van het Mediahuis).

Consequenties

Deze houding van de nieuwsindustrie heeft consequenties voor de kwaliteit en betrouwbaarheid die ­media bieden en is daarmee ondermijnend voor de media zelf. Uit de laatste cijfers van het internationaal vergelijkende Reuters Institute Digital News ­Report blijkt nog steeds een gering vertrouwen van het publiek in de journalistiek. Verdere aantasting van de kwaliteit zal dat vertrouwen nog meer onder druk zetten. Het beeld dat de Monitor schetst, laat zien hoe hard het nodig is dat freelancers zich op allerlei manieren blijven verenigen. Onafhankelijke, kritische kwaliteitsjournalistiek, een grote waarde in ons land, vraagt om voortdurende bewaking en investering – in talent en middelen. Ook gelet op de winsten en ondersteunende miljoenen, moet die prijs worden betaald.

Mark Deuze is hoogleraar en Mirjam Prenger universitair ­docent Mediastudies van de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden