Column Het spel en de knikkers

Frank Kalshoven betrapt onderzoekers van SEO op een manke redenering in studie naar toegevoegde waarde van arbeidsmigranten

Frank Kalshoven.

In de luwte van deze doldwaze migratienieuwszomerweek – Trump, Merkel, Rutte  verscheen een studie over de toegevoegde waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor de Nederlandse economie. De conclusie van de onderzoekers van SEO: zij voegen veel waarde toe aan de Nederlandse economie, en hun aanwezigheid verdringt niet of nauwelijks banen. Hoera?

Mijn conclusie straks: keurig onderzoek en toch klopt het niet.

In 2016 waren in totaal 371 duizend arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa actief als werknemer in Nederland, van wie de helft als uitzendkracht, turft het onderzoeksinstituut SEO. Samen vervulden zij 514 duizend banen, vooral in het zuiden en westen van Nederland en met name in de land- en tuinbouw, zakelijke dienstverlening, logistiek, groothandel, voedingsindustrie en metaalindustrie. Met hun werk droegen zij ongeveer 11 miljard euro bij aan het nationaal inkomen. Na aftrek van de daarvan uitgekeerde beloning aan arbeidsmigranten blijft hier ruim 5 miljard euro van over.

En die verdringing? Valt reuze mee, stellen de onderzoekers. Migranten ‘zijn bereid werk te verrichten waarvoor nauwelijks binnenlandse werknemers zijn te vinden die tegen de bijbehorende arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden het werk willen uitvoeren.’ En: ‘Bij betere arbeidsvoorwaarden wordt dit werk als gevolg van internationale prijsconcurrentie voor werkgevers te duur om rendabel in Nederland uit te kunnen voeren.’ Dus als de migranten het werk niet zouden doen tegen de huidige voorwaarden, verdween dat werk simpelweg. Ergo: geen verdringing.

Keurige redenering.

Dat voor het betreffende werk inderdaad nauwelijks Nederlanders te vinden zijn wordt mooi geïllustreerd met interviews met grote werkgevers die met veel migranten werken. De operationeel manager van een logistiek bedrijf met duizend werknemers zegt bijvoorbeeld: ‘Het is niet dat wij geen Nederlandse werknemers willen, maar we kunnen ze gewoon niet krijgen.’ Ze hebben het geprobeerd met huismoeders, en met mensen met een uitkering, maar dat schoot allemaal niet op. Het bedrijf is inmiddels gedeeltelijk ‘ver-Poolst’.

Maar werken ze met migranten omdat ze zo goedkoop zijn? Nee. Het werken met Nederlandse werknemers zou volgens de manager juist 10 tot 15 procent goedkoper zijn. ‘Het aantrekken van arbeidsmigranten is helemaal niet omdat het zo aantrekkelijk is qua prijs.’

Maar wacht eens even, dan klopt de verdringingstheorie niet meer. Het bedrijf zou juist financieel floreren als er alleen nog Nederlandse werknemers zouden zijn. Deze inconsistentie merken de onderzoekers zelf niet op, terwijl die juist aanleiding zou moeten zijn voor verder nadenken.

Als arbeidskosten niet zozeer het punt zijn voor werkgevers, hoe kun je dan verklaren dat Nederland 1,5 miljoen volwassenen met uitkering telt, waarin laaggeschoolden oververtegenwoordigd zijn, terwijl het laaggeschoolde werk door migranten wordt gedaan? Dat is misschien geen verdringing op de arbeidsmarkt zelf. Maar het is voor mensen in Nederland wel twee keer betalen: de eerste keer betalen we als consument voor de arbeid van migranten; de tweede keer betalen we als belasting- en premieplichtige voor de uitkering van de laaggeschoolde. Naarmate deze substitutie omvangrijker is, pakt de berekening van de toegevoegde waarde van arbeidsmigranten voor de Nederlandse economie ook heel anders uit, negatiever namelijk.

Mijn verklaring. Bedrijven zijn blij met deze arbeidsmigranten (goede werkers, al zijn ze misschien iets duurder); de migranten zelf zijn blij (beter loon dan thuis); de Nederlandse uitkeringsgerechtigden zijn redelijk blij (wel inkomen, geen werkverplichtingen); gemeenten en UWV zijn blij (het is prima vast werk, uitkeringen verstrekken, en het geld komt van elders).

Alleen de belasting- en premiebetaler is niet blij.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: Frank@argumentenfabriek.nl

Meer over