Opinie

'Fortuyn was vooral een politieke relnicht'

Wie nuchter naar Fortuyns nalatenschap kijkt, ziet vooral de failliete boedel van een dramaqueen die het publieke debat vergaand verpersoonlijkte en dramatiseerde. 'Met zijn taalgebruik en voorkomen gaf hij een impuls aan de veramerikanisering van de Nederlandse politiek, met alle hysterische effecten van dien', dat stelt filosoof Hans Schnitzler.

Pim Fortuyn Beeld ANP

Bijna op de kop af tien jaar nadat de ambities van de mediagenieke Fortuyn in een mediapark in bloed werden gesmoord, pleegde zijn troonpretendent politieke zelfmoord. Na een wekenlange mediastilte sprong hij uit het raam van een vermaledijd achterkamertje. En het goedgebekte vogeltje was nog niet gevlogen, of de veelgeprezen wandelgangencoalitie trakteerde ons op een staaltje snelpolderen zonder weerga. Wat op 6 mei 2002 als tragedie begon eindigde een decennium later als Catshuisklucht. En na het daar vertoonde pantomimespel, heroverde het politieke midden de macht. Business as usual?

Een ding is zeker: de nalatenschap van Fortuyn krijgt met Wilders' zelfverwijdering uit het centrum van de macht het aanzien van een erfeniskwestie die is opgelost. Nu zijn getwitter als irrelevant ekstergezang terzijde geschoven mag worden, rijst de vraag hoe louterend deze voorstelling was die de toeschouwer een decennium lang in haar greep heeft gehouden.

Het credo 'ik zeg wat ik denk' en de term 'verweesde samenleving' zijn de kroonjuwelen aan de hand waarvan Fortuyns nalatenschap geïnventariseerd kan worden. Die inventarisatie levert een ontnuchterend beeld op. Na de zogenaamde 'puinhopen van paars' ligt het landschap er meer ontheemd dan ooit bij, bezaaid met semantisch zwerfvuil waar onverminderd verweesde burgers in rondscharrelen. Wilders' woestenij dus, mede mogelijk gemaakt door beroepsscharrelaars Rutte en Verhagen.

Ontladingsruimte
Politici die met het hart op de tong politiek bedrijven, versterken de indruk dat de publieke sfeer een ontladingsruimte is waar primaire opwellingen hun geëigende plek hebben. Wat in de politieke onderbuik borrelt, vindt zijn weg naar buiten en belandt als verbale drek op straat. Daar hoopt het zich op en creëert een publieke ruimte die tot vuilbekkerij aanzet. Want wie moet leven op een afvalberg waar vuilspuiters iedere dag hun rotzooi komen lozen, vergaat de lust tot zelfreiniging. Fortuyn heeft de verpersoonlijking van de publieke sfeer geradicaliseerd.

Zeggen wat je denkt is namelijk een typische privé-aangelegenheid. Zodra politici een recht-voor-z'n-raap-jargon beginnen te hanteren, is het alsof ze bij de burger aan de keukentafel aanschuiven om in een persoonlijk tête-à-tête de problemen van het land te bepraten.

Daarmee verdwijnt niet alleen de symbolische grens tussen staat en burger, maar wordt evenzeer de valse suggestie gewekt dat de persoonlijke mening aan een borreltafel evenveel waard is als het afgewogen oordeel in het parlement. Snijdend taalgebruik verhoogt misschien de theatrale waarde van het politieke schouwspel, maar maakt het ook tot een kluchtige en campachtige bedoeling. Een situatie waarin vooral politieke relnichten gedijen.

Na de flamboyante homoversie volgde - het intermezzo van nichtenmoeder Rita Verdonk buiten beschouwing latend - de geblondeerde heteroversie; de eerste maakte het onbehagen manifest, de tweede molk het uit, maar verweesd waren we en we zijn het onverkort gebleven. Men kan Fortuyn nageven dat hij de tijdgeest goed aanvoelde en dat hij een aantal belangrijke maatschappelijke kwesties op de politieke agenda heeft gezet. Maar tien jaar na dato hebben zijn erfgenamen vooral nieuwe kloven geslagen, zonder de oude te dichten. De economische crisis heeft bovendien de bakens verzet, het kapitalisme stuit op zijn grenzen en daarmee zijn de politieke prioriteiten veranderd. Kwesties als de vermeende islamisering verliezen aan urgentie. Na de Haagse coalition of the willing slaakte het kiezersvolk dan ook een zucht van verlichting, polemiekmoe en hunkerend naar daadkracht zonder retoriek.

Dramaqueen
Wie nuchter naar Fortuyns nalatenschap kijkt, ziet vooral de failliete boedel van een dramaqueen die het publieke debat vergaand verpersoonlijkte en dramatiseerde. Met zijn taalgebruik en voorkomen gaf hij een impuls aan de veramerikanisering van de Nederlandse politiek, met alle hysterische effecten van dien. De verweesde burger zag in Fortuyn een vader- en moederfiguur ineen en dacht bij hem een veilig heenkomen te vinden. Dat verlangen werd vroegtijdig de bodem ingeslagen. Daarvoor in de plaats kwam een onverzoenlijke pater familias met verbeten trekjes die zondag het vlees aansneed en tierde dat iedereen de boom in kon en knettergek was. Op een dag ging hij sigaretten halen...

Toen het kroost de volgende ochtend ontwaakte, streek het de haren glad, poetste de tanden en haalde opgelucht adem.

Hans Schnitzler is filosoof en columnist voor de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden