VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Roggebotzand

Fluisterend vermoorden we de stilte, en wat overblijft is een lawaaigebied

null Beeld

Met een decibelmeter begeef ik me in het stiltegebied, en het resultaat is geraas. Stil is het nergens, de wijzer slaat almaar uit naar bovenwettelijke waarden. Dat ligt niet aan de omstandigheden – het is windstil, de spits is voorbij – het ligt aan het verschil tussen de papieren werkelijkheid en de dagelijkse gang van zaken. Dat het hier stil is staat zwart op wit in officiële provinciale documenten, keurig ambtelijk en bestuurlijk afgekaart, maar in de praktijk is dit gewoon een lawaaigebied.

Geruisloos verdwijnen de stiltegebieden, ontdekte de krant, en hier in de polder verdwenen ze het snelst van allemaal. Dat had bestuurlijk-ambtelijke redenen. Drie vlekjes bleven over waaronder Roggebotzand, een natuurgebiedje dat landelijk bekend werd door een stel broedende zeearenden. Die broeden nu liever op een eiland in de Randmeren (ze zeggen door de toeloop van toeristen en gedoe) maar ze komen hier nog wel, een krachtig protest tegen aanstormend asfalt en beton.

Op de grens staat het verkeersbord ‘milieubeschermingsgebied voor stilte’, dat een telefoonnummer draagt waar je ‘stilte-verstoringen’ kunt melden. ‘Al onze medewerkers zijn telefonisch in gesprek’ – ik ben kennelijk niet de enige met klachten. Probeert u het later nog eens.

Stilte-verstoringen. Beeld Toine Heijmans
Stilte-verstoringen.Beeld Toine Heijmans

35 db is het wettelijk maximum, ik meet gemiddeld 50. Dat zegt niets, want in de stilte komt lawaai altijd harder aan. Het scheurt de ochtend open.

Dit is het oudste bos van Flevoland, opgeschoten uit wat zestig jaar geleden nog een zandbank was in de Zuiderzee. Lage, jeugdige bomen met daaronder warrig struikgewas, aan alle kanten ingekapseld door asfalt. Verkeerslawaai spoelt over het stiltegebied als branding: de suizende grondtoon komt van de A6, de brekende geluidsgolven komen van het vrachtverkeer op de N307. Dat is een slechte vergelijking, want de branding is natuurgeluid en dit gedruis is economisch.

Om het stiltegebied vouwt zich de Vossemeerdijk, die een bocht maakt als van een circuit, en dwars erdoorheen steekt de Roggebotweg, die deels uit klinkers bestaat zodat elke auto er daverend Het Grote Kabouterhuis bereikt, een pannenkoekenrestaurant en speelpark.

Winterbanden over die klinkers: 95 db.

Oud, jong bos. Beeld Toine Heijmans
Oud, jong bos.Beeld Toine Heijmans

Volgens een provinciale nota over het stiltegebiedenbeleid rijden hier slechts tweehonderd auto’s per etmaal, dus ‘deze weg is daarom niet betrokken bij de analyse’. Dat scheelt alweer. Bovendien is het aantal meldingen van overlast ‘nihil’ dus handhaving is ook niet nodig. Ach, lawaai, pas als je erop gaat letten heb je er last van. Sowieso staat stilte de vooruitgang in de weg.

Ten noorden moet een windpark komen met wieken tot in de hemel, ten zuiden een recreatiepark met gunstige beleggingsrendementen. Vliegveld Lelystad ligt startklaar. ‘Vanwege het incidentele gebruik van de voorgestelde vliegroute zijn deze activiteiten niet bepalend geacht voor de begrenzing van het stiltegebied.’

Fluisterend vermoorden we de stilte: met ambtelijke nota’s die eerst de wond omzwachtelen met alternatieve feiten, en dan snel amputeren. De daders weten dat ze ermee wegkomen, want stilte levert niets op en niemand maakt zich kwaad.

‘In de verordening is voor de geldende milieukwaliteitseis gekozen voor een richtwaarde om ruimte te bieden om na een afweging van belangen ook een enigszins hogere geluidbelasting toe te staan.’ Operatie geslaagd. Volgende agendapunt.

Hoog komt een verkeersvliegtuig over, het trekt een condensspoor achter zich aan: 75 db. Bestelbusje op de dijk, 80 db. Stuntvliegtuigje, grommend als een bromvlieg, 85 db. Kettingzagen: 90 db.

Bovenwettelijke waarden. Beeld Toine Heijmans
Bovenwettelijke waarden.Beeld Toine Heijmans

‘Maar het is nu heel stil hoor’, zegt Kjeld, die aan de rand van het stiltegebied een tiny house bewoont, ‘moet je eens in de spits komen.’ Buurman Jan-Willem: ‘Ze gebruiken de weg als een racebaan.’

Trekkers. Shovels. Vrachtwagens. En ik stel me voor hoe het hier is zonder viruscrisis, als de wegen en de lucht vol zijn van economische activiteit.

‘Meer groen en minder geluid’, zegt minister Cora van Nieuwenhuizen in een promofilmpje over de uitbreiding van de asfaltring rond Utrecht, die ten koste gaat van onvervangbare, stille natuur. Twee nationale vlaggen, de ene achter haar, de andere op tafel, bevestigen haar patriottisme. Het tracébesluit is ondertekend maar nog nergens te lezen, bezwaar maken is alleen mogelijk voor mensen die eerder bezwaar maakten, ach, het wordt ‘veiliger, minder filegevoelig én mooier’. Alternatieve feiten, direct in uw tijdlijn namens de minister die pas tevreden is als alle stiltegebieden zijn geasfalteerd.

Het telefoonnummer voor het melden van stilteverstoringen vraagt me uiteindelijk een mailtje te sturen aan de afdeling communicatie.

We willen lawaai, in Nederland, anders bestaan we niet.

Minister met nationale vlaggen. Beeld Ministerie voor Asfaltzaken
Minister met nationale vlaggen.Beeld Ministerie voor Asfaltzaken
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden