Opinie

Filosofie is reddingsboei voor wie durft te twijfelen

Leerlingen die verplicht filosofen moeten lezen, zien dit niet slechts als kwelling. In onzekere tijden kunnen boeken een reddingsboei blijken te zijn, betoogt Annemarie Bijloos.

Filosofieles in een vwo-4-klas in 2010.  Beeld Joost van den Broek
Filosofieles in een vwo-4-klas in 2010.Beeld Joost van den Broek

‘Is dat voor een cijfer?’ Ik heb mijn leerlingen van 6 vwo net de opdracht gegeven een boek van een filosoof te lezen en daar een scriptie over te schrijven. En ja, dat is voor een cijfer.

Schoorvoetend lopen ze de trap af, naar de schoolbibliotheek in de kelder. Ik zie de moed bij elke trede dieper in hun schoenen zakken. Want in de bieb staan boeken, kasten vol. Over vrijheid, identiteit, taal, kennis, kunst, oosterse filosofie, van moderne en antieke denkers. Met tegenzin en stapeltjes grote namen lopen ze de trap weer op.

Ik voel me schuldig. Het is al zo’n gek jaar, en ze moeten al zoveel lezen – voor Nederlands, Engels, Frans of Spaans – en nu ook nog voor ‘filo’.

Een paar maanden later. De school is dicht (corona) en open (voor examenleerlingen), weer dicht (sneeuw) en weer open. Inmiddels kijkt iedereen scheel van het videobellen en de onophoudelijke veranderingen. Desondanks hebben de leerlingen hun scriptie ingeleverd en sluiten de opdracht af met een mondeling. ‘Gaan we echt een half uur praten?’ Ook dat nog. 30 minuten, alleen in een lokaal met de docent, praten. Dit is onmenselijk.

Leya las Seneca’s De lengte van het leven. Hoe kan het dat zoveel mensen altijd druk zijn, en toch het gevoel hebben dat het leven door hun vingers glipt? Omdat ze de tijd niet bewust besteden, maar verspillen aan nutteloze zaken. ‘Mensen die tijd maken voor wijsheid’, schrijft Seneca, ‘zijn de enigen die rust en vrijheid hebben, de enigen die echt leven.’ Dat vind Leya een geruststellende gedachte, want haar opa heeft altijd veel gelezen, gestudeerd en lesgegeven. Hij is terminaal, maar kan aldus Seneca terugkijken op een goed leven.

Ik haal opgelucht adem: ten minste voor één leerling was deze opdracht niet slechts een kwelling.

Quarantaine

Samina las De Pest van Albert ­Camus. De wereld in dit boek lijkt op de onze, inclusief epidemie, quarantaine en menselijke worstelingen. ­Camus was een existentialist – het menselijk leven heeft geen vaststaande betekenis. Samina dacht altijd dat haar creativiteit beter een hobby kon blijven, daar zou ze toch geen ‘echte baan’ mee vinden.

Al lezende realiseerde ze zich: ze mag en moet zelf zin geven aan dit leven. Ook inspireerde Camus’ oproep tot solidariteit haar: we hebben alleen elkaar in deze onzinnige wereld. Dus Samina gaat a. doen wat ze wil en b. anderen helpen. Ze denkt nu aan kunstzinnige therapie.

Al twee positieve ervaringen. De volgende wordt vast een klaagzang…

Ook Jimmy voelt zich aangetrokken tot de existentialisten, vooral tot hun verzet tegen een vastliggende identiteit en harde normen. Hij omschrijft zijn vroegere zelf als conservatief en gesloten – totdat hij filosofie ging lezen. Een ontluikende fascinatie: ‘Hoe konden mensen zo intrigerend denken over de wereld, waarover ontbreekt het me aan kennis?’ Bijvoorbeeld over het feminisme – en dus las Jimmy, als daad van verzet tegen zijn eigen onwetendheid Wij vrouwen van Simone de Beauvoir.

Wat is hier gaande? Waar zijn die ongemotiveerde figuren van een paar maanden geleden gebleven?

Falen

Dan nog Tera. In De Breekbaarheid van het Goede stelt Martha Nussbaum, in lijn met Aristoteles, dat we alleen goed leven als we ook goed handelen. Maar als we iets doen kunnen we ook falen, en anderen kunnen ons beoordelen. Dat maakt het goede breekbaar. Wat het dan weer draaglijk (en mogelijk) maakt, is ­philia, liefde. Liefde voor je medeburgers, vrienden, maar ook voor jezelf. Tera is somber door de uitzichtloosheid, maar Nussbaum heeft een zaadje geplant: heb jezelf lief. Dus kocht ze huidverzorgingsproducten – en nu ligt Tera met een gezichtsmaskertje op zichzelf lief te hebben.

Filosofie is een reddingsboei voor iedereen die dapper genoeg is te twijfelen, te zoeken naar richting of duiding. Deze leerlingen durfden dat aan en herinnerden mij aan het waarom van deze opdracht: als je filosofeert over wat je interesseert, kan het niet anders dan dat je wat leert. Ik hang de vlag vast uit.

PS Er waren ook leerlingen die er met de pet naar gooiden, knipten en plakten van internet of te laat inleverden. Maar hé, leerlingen zijn net mensen.

Annemarie Bijloos is docent filosofie aan het Joke Smit College in Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden