KunstcolumnBor Beekman

Filmnazi’s mogen diverser

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Voor de laatste opnamen van De Slag om de Schelde, de grootste Nederlandse speelfilm in tien jaar, zijn wij op zoek naar heren tussen de twintig en vijftig jaar voor de rol van Duitse officier. Voor deze rol hoef je geen militaire ervaring te hebben.

Je kunt maar beter duidelijk zijn, dachten ze bij Multa Casting, het bedrijf dat de figuratie verzorgt van ’s lands nieuwste WOII-drama (budget 14 miljoen euro) en vorige week bovenstaande oproep op Facebook deelde. Anders sta je straks op de set met twee Dutchbat-veteranen en wat hobbyisten van de Nederlandse Vereniging voor Militaire Levende Geschiedenis. Terwijl in principe iedere gezonde Hollandse burgerman – ook die zonder schietverleden – in aanmerking komt voor de rol van Duitse militair.

Ooit liep ik rond op de set van Zwartboek, die vorige grootste Nederlandse speelfilm in tien jaar. Regisseur Paul Verhoeven had het castingbureau vooraf geïnstrueerd over zíjn ideale Duitse soldaat. Die was vlezig in het gezicht, nietwaar? Er waren figuranten aangerukt van wie de hoofden, zo leek het wel, in de Duitse helmen waren gepropt; de riempjes strakgespannen onder dubbelloops kinnen.

Toen Quentin Tarantino Duitsland aandeed voor zijn WOII-wraakfantasie Inglourious Basterds, sloegen daar de castingstoppen door. Alles wat ook maar enigszins blond en arisch oogde, meldde zich voor de opnamen: zesduizend kandidaten voor wat stil nazi-spel op de achtergrond. Wie te vriendelijk overkwam viel af; Tarantino zocht Duitsers die zich al op het eerste gezicht makkelijk lieten haten.

Rijk word je er niet van, die figuratie. Voor 40 euro vergoeding per Slag om de Schelde-draaidag, plus een tientje extra als je haar in een jarenveertigcoupe moet worden geknipt, sta je straks een leven lang als nazi op Netflix.

In 1976, toen de opnameploeg voor het internationale oorlogsepos A Bridge Too Far neerstreek bij Deventer, waren de verdiensten voor figuranten hoger: omgerekend naar nu zo’n 140 euro. Nog tien jaar eerder, toen voor de Italiaanse oorlogsfilm Dalle Ardenne all’inferno werd gedraaid in de half braakliggende Amsterdamse wijk Kattenburg, arriveerden er bussen vol heuse Duitse figuranten, van wie een deel gewoon het eigen, originele oorlogsuniform had meegebracht. Wat die WOII-reünisten per dag betaald kregen is onbekend.

Sommige Nederlandse producenten werken liever met vrijwilligers die het leuk vinden om te figureren, dan met beroepslui die het om de vergoeding te doen is. Als vuistregel geldt: wees alert als figuranten aanbieden hun eigen nazi-uniform mee te nemen. 

Multa Casting zoekt ook nog NSB’ers, voor op de achtergrond. Die krijgen per draaidag meer betaald dan de Duitse officieren. Logisch: figureren als NSB’er is toch net wat lulliger.

Over de uiterlijke eisen valt niets te lezen in de castingoproep. Maar wie het oorlogsgenre bijhoudt, weet wel ongeveer hoe zo’n Duitse bevelhebber eruitziet. Ietwat aristocratisch, helblauwe ogen, wrede mond. Optie: pokdalige wangen. 

Hopelijk wijken de makers van De Slag om de Schelde (dit najaar in de bioscoop verwacht) eens af van dit filmcliché. Opdat ook types met een onbeduidend uiterlijk kunnen schitteren als nazi-officier. Net als in de echte oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden