Fidan Ekiz: 'Waar is de verbondenheid die juist nu van levensbelang is?'

Opinie Documentairemaker Fidan Ekiz

Laten we radicalisering en polarisering tegengaan door een vuist te maken vanuit het 'radicale midden', bepleit journalist en documentairemaker Fidan Ekiz.

Turkse Nederlanders betuigen in Rotterdam steun aan Erdogan na de mislukte couppoging, 16 juli 2016. Beeld Guus Dubbelman/ de Volkskrant

Iedereen wordt meegezogen in een polemiek die zich kenmerkt door grote eenzijdigheid. Of het nu gaat over racisme, etnisch profileren, minderheden, vluchtelingen of moslims. Vooral sociale media spelen daarin een grote rol.

Ik ben een 'populist' en 'xenofoob' als ik moslims oproep de aanslagen op Charlie Hebdo te veroordelen. Ik ben een 'beledigde Turk' wanneer ik mijn zorgen deel over het oprukkende racisme en xenofobie. Ik ben een Gutmensch als ik mij uitspreek over hulp aan vluchtelingen - want ben ik nou zo dom dat ik niet begrijp dat we met die vluchtelingen ook IS-strijders binnenhalen? En waarom huil ik toch om dat jongetje dat de oorlog ontvlucht in die Warchild-campagne?

Volgens sommigen ben ik een sentimentele ziel en een debat voer je niet op basis van emoties, maar op basis van feiten. Dat kan zo zijn. Maar zijn het niet juist emoties als angst, woede en verdriet die nu het debat in Nederland in hun greep hebben?

Ik vind het zorgwekkend dat een meerderheid in dit land haar stem niet laat horen omdat men bang is voor racist, islamofoob, radicale moslim, boze burger of tokkie te worden uitgemaakt. Juist nu is er meer dan ooit behoefte aan die nu zwijgende meerderheid, aan een gematigde stem. Alleen zo kan worden voorkomen dat zaken slechts van een kant worden belicht. Alleen zo kan de polarisatie een halt worden toegeroepen.

Polarisatie leidt tot onzekerheid, angst en een dalend vertrouwen in de politiek. Dat is een explosieve combinatie, die onze weerbaarheid tegen extremisme kan aantasten. In een tijd waarin de dreiging van terreur voortdurend aanwezig is, mogen we het debat niet overlaten aan de schreeuwers die hun absolute gelijk opeisen.

Ik begrijp niet hoe wij wel de angst delen voor een aanslag in ons land, een aanval op onze vrijheid, maar niet in staat zijn om samen een vuist te maken tegen terrorisme. Waar is de verbondenheid die juist nu zo van levensbelang is? Als Nederland wordt aangevallen, maakt het niet meer uit wie we zijn, waar we staan: rechts, links, zwart, wit, moslim, niet-moslim. We zijn allemaal doelwit.

Hoe lang nog zwijgen

Fidan Ekiz (Rozenburg, 1976) schreef Hoe lang nog zwijgen - Pleidooi voor het radicale midden, een essay van 64 pagina's ter ere van de dertiende Mand van de Geschiedenis. Dat heeft als thema 'grenzen' en begint vandaag. De uitgever is de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek.

Laat ik eerlijk zijn: ik geloof niet dat we ter plekke kunnen verbroederen. Maar als we zouden erkennen dat we van elkaar afhankelijk zijn, elkaar keihard nodig hebben, samen sterker staan en dus ophouden met elkaar uit te sluiten op basis van 'de vrijheid', dan wordt er tenminste een eerste stap gezet.

Ik kan niet ontkennen dat ik zelf worstel met de juiste toon. Sterker nog, vanuit de moslimgemeenschap is mij regelmatig verweten dat ik bijdraag aan polarisatie. Mijn oproep aan moslims om de aanslag op Charlie Hebdo te veroordelen werd mij niet door iedereen in dank afgenomen. Marokkaanse en Turkse Nederlanders vroegen mij waarom alleen moslims zich moeten uitspreken. Mijn oproep werd gezien als een aan moslims opgelegde taak om verantwoording af te leggen.

Dat was niet wat ik wilde. Mijn oproep was een wanhopige en wellicht naïeve poging om de vele misverstanden die tussen mensen bestaan uit de weg te ruimen. Ingegeven door een gevoel van machteloosheid. Een gevoel dat versterkt werd toen mijn vader mij vertelde dat er 'anders naar hem wordt gekeken' sinds de recente aanslagen. 'Het is voorbij. Alle moslims zijn vanaf nu verdacht. Er is geen plek meer voor ons hier in Nederland.' Mijn vader vindt het net als ik van belang dat moslims zich uitspreken tegen de aanslagen. Niet zozeer omdat hij wil 'bewijzen' dat hij niet sympathiseert met moslimterroristen, maar vooral omdat hij verdrietig is om wat er is gebeurd en omdat hij zich zorgen maakt over de toekomst: 'Moslims en niet-moslims zouden hand in hand de straat op moeten gaan.'

Ondanks de diepe kloof en grote verschillen hebben moslims en niet-moslims veel gemeen. Socioloog Iliass El Hadioui zegt (in de documentaire Alles komt goed?, die ik samen met De Wereld Draait Door en regisseur Martijn Nijboer maakte): 'Ik kan je verzekeren dat in de dagen na Parijs de moslimgezinnen, de Turkse of Marokkaanse gezinnen driehoog achter even angstig waren over de maatschappelijke ontwikkelingen als de niet-moslims.'

Als je zegt: 'moslims, spreek je uit', moeten we elkaar ook andere vragen durven te stellen, namelijk: waar komt die behoefte vandaan en kennen we elkaar niet goed genoeg? Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft onderzoek gedaan waaruit blijkt dat 84 procent van de Nederlanders geneigd is vooral om te gaan met mensen van dezelfde achtergrond. Zolang we in parallelle samenlevingen blijven leven, blijft die angst.

Socioloog Iliass El Hadioui Beeld Joost van den Broek/ de Volkskrant

De toon in het debat over vluchtelingen, de islam en integratie wordt vooral bepaald door populistische partijen en de schreeuwers. Omdat de politiek geen antwoord heeft op de vervreemding in ons land, geloof ik dat makers, kunstenaars, schrijvers en journalisten nu meer dan ooit een cruciale rol kunnen vervullen in het tot stand brengen van een dialoog waarin ruimte is voor nuance. Zij zouden de taak van moreel leiderschap op zich kunnen nemen. Zelf ben ik hard op zoek naar de juiste manier waarop ik die rol kan invullen.

Kort geleden nog liep ik keihard op tegen verontwaardigde en zelfs woedende reacties vanuit de Turkse gemeenschap toen ik mij op Twitter mengde in de discussie over de couppoging in Turkije. Ik werd uitgemaakt voor 'landverrader', omdat ik mij geërgerd uitliet over de honderden Turkse Nederlanders die daags na de mislukte staatsgreep in Turkije demonstreerden tegen de coup. Ik vroeg me hardop af waarom die aanhangers van president Erdogan niet de straat op gingen om te demonstreren tegen de politieke zuiveringsoperatie die de Turkse regering in gang heeft gezet na de mislukte staatsgreep. 'Je wilt zeker applaus van Nederlanders. Maak je de Turken daarom zwart?', beet een anonieme twitteraar mij toe.

Weerwoord en kritiek zijn onmisbaar in een debat, maar de mate van weerstand die nu van alle kanten wordt opgeroepen verlamt elke vorm van dialoog. In een open gesprek kun je nu eenmaal niet om de misstanden heen. We kunnen niet praten over het gevoel van uitsluiting onder migrantenjongeren zonder de problemen onder diezelfde jongeren te benoemen. Emancipatie moet worden gestimuleerd door mensen uit de eigen groep, die dapper de weg banen voor de anderen. Dit is een lang proces dat geduld en vastberadenheid vraagt van de wegbereiders in de voorhoede.

Ik vraag me ook af hoe lang de zwijgende meerderheid van niet-moslims blijft zwijgen. Niet alleen zou die een luide stem kunnen laten horen tegen terrorisme, ook zou die zich kunnen uitspreken tegen de verhuftering van het debat. Waarom laten we de schreeuwers het debat gijzelen?

Fidan Ekiz - Hoe lang nog zwijgen

We moeten voorkomen dat de moslimgemeenschap in zijn geheel wordt gestigmatiseerd, we moeten waken voor racisme en uitsluiting. Tegelijkertijd mag van moslims worden verwacht dat zij meewerken aan het vormen van een front tegen terrorisme, samen met niet-moslims, niet- gelovigen. Ik deel de mening van burgemeester Ahmed Aboutaleb dat alleen moslims de angst voor de islam kunnen wegnemen. Daar is een belangrijke taak weggelegd voor moskeeën en moslimorganisaties.

Imams en medestanders moeten stelling nemen tegen jihadisten. Zowel de Marokkaanse als de Turkse gemeenschap zou jongeren die (dreigen te) radicaliseren moeten aangeven. Als we ergens een 'kliklijn' - wat mij betreft een hotline - kunnen gebruiken, dan is het wel in het geval van teruggekeerde of aanstaande 'Syriëgangers'. Neem die jongens niet in bescherming, kijk niet weg.

Islamitische organisaties moeten en mogen geen abjecte imams uitnodigen. Waarom nodig je zulke sprekers uit terwijl de samenleving wordt geconfronteerd met 'Syrië' en geradicaliseerde moslimjongeren die zelfmoordaanslagen plegen? Waarom mag zo'n haatprediker hier antisemitische uitspraken doen?

Moskeeën en moslimorganisaties zouden deze thema's binnen de eigen gelederen moeten bespreken. Om te beginnen zouden ze moeten erkennen dat er een gewelddadige stroming bestaat binnen de islam, zonder bang te zijn om de profeet en het eigen geloof af te vallen. Moslimorganisaties zouden zich feller moeten uitspreken tegen IS-terrorisme en ze zouden die boodschap moeten verspreiden onder alle opvoeders en hun kroost.

Ik spreek over een moreel appèl aan allen en aan mijzelf. Ik weet dat daar wanhoop uit klinkt. Maar dat is niet zo. Dit is wat ik kán doen. Zo eenvoudig is het. En er is een enorm potentioneel van wat we met z'n allen kunnen doen.

Als iedereen zijn stem zou laten horen, gewoon zou zeggen dat hij/zij in een beschaafde, geweldloze samenleving gelooft, dan hebben wij bij elkaar iets groots verricht: dan laten we ons niet wegjagen door extremisten en het gif van de intolerantie. Woorden zijn ook altijd daden.

Fidan Ekiz Beeld A. Verhelst
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.