Fel debat over uitsluiting hoort bij emancipatie

Mondige jongeren uit migrantengroepen die 'terugpraten': het is een vorm van emancipatie.

Antizwartepietactivist Jerry Afriyie blikt terug op de campagne 'zwarte piet is racisme'. Beeld ANP

Vanwege zijn overlijden is in de media dit weekend uitgebreid teruggeblikt op het leven van Muhammad Ali. Zo werd een interview uitgezonden dat Ali in 1971 hield met de Britse televisie. Daarin vertelt hij dat hij als kind zich al afvroeg waarom alles wit (blank) is. Waarom is Jezus wit, blond en met blauwe ogen, en waar zijn de zwarte engelen? Waarom zijn Miss World en Miss Universe blank? Zelfs Tarzan, koning van de Afrikaanse jungle, is blank. Al het goede is blank, al het slechte is zwart.

Waarom is dat zo?, vraagt Ali zich af. Hij vertelt dat hij als winnaar van de gouden medaille bij de Olympische Spelen van 1960 na thuiskomst een restaurant wordt uitgezet omdat ze daar geen 'negroes' bedienen. Hij had net de vrije wereld een overwinning bezorgd. Zijn vader had in oorlogen voor Amerika gevochten, maar eten in een restaurant zat er niet in. Ali wijst erop dat blanken bepalen wie meedoet en met welk perspectief bevolkingsgroepen worden beoordeeld: ze sluiten uit en ze bepalen de norm.

Met de aansluiting van Sylvana Simons bij Denk en de aanhouding van Typhoon beleeft Nederland de zoveelste opleving van het debat over verhoudingen tussen bevolkingsgroepen. Natuurlijk zijn de verschillen met Ali's Amerika van de jaren zestig en zeventig groot. Toch zijn er ook opvallende overeenkomsten.

Uitsluiting

Ook in Nederland draait het voor een grote groep mensen op dit moment om uitsluiting, het gevoel er niet bij te mogen horen, over de eenzijdigheid van bepaalde normen en perspectieven. En vormde Ali in die tijd een krachtige woordvoerder, in Nederland staan jongeren uit migrantengroepen op om te ageren tegen gevoelens van uitsluiting.

Het ongenoegen en onbehagen onder jongeren uit migrantengroepen is groot. Dit blijkt onder andere uit het vorig jaar verschenen SCP-rapport Werelden van Verschil. Uit gesprekken met een groep van 120 jongeren van Turkse en Marokkaanse origine blijkt een breed gevoel van uitsluiting, dat ze er niet bij horen en apart worden behandeld vanwege hun herkomst en geloof.

Men wordt niet als burger van dit land gezien, ook al is men hier geboren en getogen, maar als Turk, Marokkaan of als moslim. Dat gebeurt op de arbeidsmarkt, waar Marokkaans- en Turks-Nederlandse jongeren ervaren minder kansen op werk te hebben. Op straat, waar ze regelmatig door de politie staande worden gehouden. In de media, die volgens de jongeren doorgaans eenzijdig en negatief berichten. En in de politiek, waar niet alleen Geert Wilders maar ook politici van de middenpartijen zich naar de mening van de jongeren te vaak ongenuanceerd over hen uitspreken.

Op dat breed gedeelde gevoel van uitsluiting zien we verschillende gedragsreacties. De sterke oriëntatie op het geloof en het zich afsluiten van alles wat Nederlands is, is er daar een van. Dat is verontrustend. Gesloten werelden leiden tot gesloten wereldbeelden, met ieder zijn eigen werkelijkheid. Bindingen tussen bevolkingsgroepen zijn nodig om group think tegen te gaan.

Jaco Dagevos.

Integratieparadox

Maar er zijn ook jongeren uit migrantengroepen die opstaan tegen dat gevoel van uitsluiting. Het past bij de integratieparadox: vooral hoger opgeleide jongeren zijn somber over de maatschappelijke kansen en bejegening van migrantengroepen. Anders dan hun ouders spreken zij zich uit. Dat zie je niet alleen bij Turks- en Marokkaans-Nederlandse moslims, maar ook bij andere migrantengroepen, die bijvoorbeeld de discussie aanwakkerden over Zwarte Piet en het racistische gehalte van Nederland. Eerder al stonden Chinees-Nederlandse jongeren op tegen Gordons bejegening van een deelnemer van Chinese origine in een talentenshow. Zij waren de stereotypen over Chinezen zat.

Dat 'terugpraten' is te beschouwen als een vorm van emancipatie, het is een claim op het burgerschap van dit land. Dat gaat vaak hard tegen hard. Jongeren uit migrantengroepen zijn inmiddels opvallend 'Nederlands' in de toon die ze aanslaan, waarschijnlijk mede ingegeven door de toon van hun tegenstanders. Het gaat bovendien om kwesties die tot felle controverses aanleiding geven. Het gevoel uitgesloten te worden is fundamenteel, maar het verwijt van racisme treft vermeende daders evenzeer. Ook vraagstukken over de positie van mannen en vrouwen en van homoseksuelen raken het hart van wat in Nederland inmiddels als kernwaarden worden beschouwd.

Het gaat dus over zaken van (algemeen) belang. Zonder debatten daarover komen we nergens. Die debatten zullen schuren. En het heeft er alle schijn van dat we nog maar aan het begin staan. Behalve dat deze kwesties een lange adem vergen, neemt het aantal mondige, goedopgeleide jongeren uit migrantengroepen de komende jaren verder toe. Zij zullen hun plaats in de Nederlandse samenleving opeisen.

Muhammad Ali was in de jaren zestig en zeventig een jonge zwarte man die niet alleen zijn vuisten liet spreken, maar zich ook krachtig uitte over ongelijkheid en stereotiepe opvattingen over blank en zwart. Dat schuurde toen ook en de Amerikaanse mainstream wilde er lange tijd niets van weten. Dat is veranderd, minder misschien dan Ali had gewenst, maar toch zeker betekenisvol. Het is niet voor niets dat bij zijn overlijden Obama niet alleen zijn boksprestaties roemde, maar ook zijn strijd voor een betere wereld.

Jaco Dagevos werkt voor het SCP en is bijzonder hoogleraar integratie en migratie (EUR).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.