VERSLAGGEVERSCOLUMNMARGRIET OOSTVEEN IN DEN HAAG

Fatma vertrouwt op God en boent zich toch een ongeluk tegen het virus

aBeeld a

Ze houden zich niet aan de regels rond het virus, in hun multiculturele wijken, ze blijven maar drommen op hun markten, omdat ze geloven dat God beslist.

Het Algemeen Dagblad schreef het op – terwijl er die week toch nog een NL-Alert werd verstuurd tegen groepsvorming van autochtonen in de natuur.

Ik bezoek dus mijn favoriete gewantrouwde Nederlander, Rabia Yildiz. Rabia is wandelende ironie en onder alle omstandigheden ontspannen. Vier jaar geleden sprak ik haar voor het eerst, ze begon toen net rechten te studeren aan de Erasmus Universiteit. Daarna schreef ik nog een paar keer over haar. Zo iemand die later grootse dingen kan doen.

Nu voltooit ze haar master staats- en bestuursrecht, op afstand, in haar ouderlijk huis in ‘allochtonenland’ – haar term voor de Haagse wijk Transvaal, waar Rabia als kind zelden een autochtone Nederlander zag. Haar vader is betonvlechter, net als haar broer. Die woont ook nog thuis, ze zijn een hecht gezin.

Als ik aanbel zijn vader en broer buitenshuis aan het werk, zoals zoveel handwerkers in de bouw en in fabrieken – je zou dit haast vergeten, bij al dat weeklagen over thuiswerken. Rabia doet open, en als ik mijn schoenen uittrek gebaart haar moeder Fatma al met wapperende hand naar een pompflesje handgel. Rabia overhandigt me de gel met een plechtig buiginkje en die grijns van haar. Even ontsmetten, ja?

Rabia (rechts) met haar moeder Fatma.Beeld Margriet Oostveen

De vorige keer gaf Fatma me een hoofddoek cadeau, ‘tegen de kou’. Nu laat ze stralend een foto van Rabia in de rechtbank zien: in toga, zonder hoofddoek. (Rabia: ‘Oh mam, niet weer.’) Fatma heeft Rabia’s stagecertificaat ook al boven de bank gehangen.

Toen stond die kamer al snel vol met Fatma’s kwekkende vriendinnen, die de autochtone verslaggeefster kwamen inspecteren. Deze keer blijven we met zijn drieën, op gepaste afstand en ernstiger.

‘Ik ben niet ongerust’, zegt Fatma, ‘Allah beslist wanneer het zover is.’

‘Maa-haar’, zegt Rabia, ‘mijn moeder is er wèl de hele tijd mee bezig’.

In het toch al brandschone huis sopt Fatma nu de hele dag sanitair en deurklinken, ‘ze heeft de azijn ontdekt’, grinnikt Rabia. Op de wc ligt een indrukwekkende voorraad toiletpapier. Bij de Turkse buurtsuper werd ook enorm gehamsterd, die gooide toen meteen alle prijzen omhoog.

‘Mijn moeder is er wèl de hele tijd mee bezig.’Beeld Margriet Oostveen

Rabia zit al in thuisisolatie sinds 1 maart. Toen werd Fatma, ondanks Allah, toch wel erg ongerust over haar oogappel, die haar dagen grotendeels doorbrengt in de drukke universiteitsbibliotheek, de sportschool en Starbucks. Rabia ondergaat haar hernieuwde isolement in allochtonenland weer met humor. Ze blijft in beweging met een app van Basic-Fit en schrijft haar scriptie staand boven een kledingkastje.

Het bevalt haar ergens ook wel, ‘het voelt als een time-out’, al weet ze soms niet meer wat voor dag het is: ‘Waar je fysiek bent maakt niet zoveel uit, zolang je gedachten maar breder en vrij kunnen zijn.’

Dinsdag was een verdrietige dag, toen is Fatma’s vriendin Zelina aan het virus overleden. Zestig jaar oud. Zonder afscheid van haar twee kinderen, die zelf besmet in het ziekenhuis liggen. Ze hebben Zelina’s lichaam donderdag per cargovliegtuig naar familie in Turkije gestuurd. Zelina ging helemaal alleen en ongewassen, ze mochten haar niet eens een wit gewaad aantrekken om gereinigd voor God te verschijnen, zegt Fatma.

Een bovenbuurvrouw doet al weken niet open. Nog geen raam mag daar op een kier, de buurvrouw denkt dat corona overal in de lucht zit. Haar kinderen zetten nu eten voor de deur.

Buiten is het ook stil in de straten, op wat kleine kinderen na. Volwassenen dragen hier opvallend vaak een mondkapje.

Hoe Rabia nu haar masterscriptie schrijft.Beeld Margriet Oostveen

De persconferenties over het virus zijn voor Rabia’s ouders niet goed te begrijpen. Zij volgen al het coronanieuws op de Turkse televisie. Rabia vult dat aan met informatie uit de Nederlandse persconferenties. Fatma wil ook dagelijks een RIVM-update van Rabia, met de doden en de ziekenhuisopnames. Liefst ’s morgens al. ‘Het is nog lang geen twee uur!’, zegt Rabia dan.

Haar ouders maken zich ook zorgen of ze straks een coronatest kunnen betalen. Die willen ze graag, want Gods wil heeft duidelijk zijn beperkingen. ‘Je moet je kameel wèl vastbinden’, lacht Rabia. Fatma knikt. Pardon? Het verhaal van de profeet en de bedoeïen die zijn kameel liet staan, zeggen ze. Die bedoeïen bond zijn kameel nooit vast, omdat hij op Allah vertrouwde. Waarop Mohammed zou hebben gezegd: ‘Bind eerst je kameel vast. En vertrouw dán pas op Allah’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden