Falende politici

In de nasleep van de omvangrijke reddingsoperatie voor Griekenland en andere Zuid-Europese landen worden voorheen onbespreekbare zaken plots toch bespreekbaar. Zo is er in Nederland deze week enthousiasme ontstaan voor een nieuw op te richten Europese instantie – een onafhankelijke toezichthouder die ervoor gaat zorgen dat de normen van het Stabiliteitspact eindelijk worden nageleefd. In de eerste tien jaar van de euro zijn die met voeten getreden, omdat ‘politici die elkaar moeten afrekenen’, zo betoogt minister van Financiën De Jager, ‘veel te zacht’ met elkaar omgaan.


De CDA-bewindsman, die in de afgelopen weken steeds meer in zijn nieuwe rol is gegroeid, legt hier de vinger op de zere plek. Ook grote landen als Frankrijk en Duitsland trokken zich bar weinig aan van de eis dat het begrotingstekort niet boven de norm van 3 procent mag uitkomen. Dat ondermijnde hun legitimatie om andere landen aan te spreken. Toen de kredietcrisis vervolgens alle overheidsbegrotingen uit het lood sloeg, was er niemand meer die een ander durfde aan te spreken.

Het idee om een onafhankelijke instantie voortaan met het toezicht te belasten en die ook de bevoegdheid te geven afschrikwekkende boetes uit te delen, spreekt aan. De Griekse crisis heeft net het ondubbelzinnige bewijs geleverd dat dat toezicht niet aan politici valt toe te vertrouwen.

Zolang Europa de euro heeft, is het nodig die vergezeld te laten gaan door handhaving van strikte normen op begrotingsvlak. Zo niet, dan kan het wangedrag van een enkel euroland de belangen van het collectief schaden. Ook dat bewijst de Griekse crisis.

Maar er zit ook een grens aan wat aan Europees toezicht kan worden toevertrouwd. Als voorzitter van de Europese Commissie probeert de Portugees Barroso de centrale invloed nu sterk te vergroten. Hij wil begrotingen van regeringen onder ogen krijgen voordat ze naar de nationale parlementen gaan. Vervolgens wil hij zich bemoeien met een reeks van onderwerpen: niet alleen de hoogte van het financieringstekort en de staatsschuld, zoals het Stabiliteitspact doet, maar ook de lokale arbeidskosten, het pensioenstelsel, het ontslagrecht en nog veel meer.

Dit gaat echt te ver. Nationale staten moeten hun eigen beleidsvrijheid houden. Europese bemoeienis behoort pas in beeld te komen op het moment dat financieringstekort en/of staatsschuld te ver oplopen.

Europa moet die nieuwe, onafhankelijke toezichthouder op korte termijn krijgen, dus zonder dat er een tijdrovende wijziging van het verdrag van Lissabon voor nodig is. De eurolanden kunnen zich dat tijdsverlies nu niet veroorloven. Wel is instemming van alle eurolanden vereist met een waakhond die een sterke wissel kan gaan trekken op nationale besluitvorming.

Neem Nederland, dat nu ook ruim boven de norm van 3 procent zit. Zo’n Europese waakhond zou dan weleens, met het Stabiliteitspact in de hand, tot een snelheid van bezuinigingen kunnen dwingen die veel hoger ligt dan wat nu in de verkiezingsprogramma’s, zelfs dat van de VVD, voor mogelijk wordt gehouden. Nederlandse politici moeten zich dan ook terdege bewust zijn van de keerzijde van hun wens om landen als Griekenland, Portugal en Spanje een strikte begrotingsdiscipline op te leggen. Voor Nederland zullen die normen net zo hard gaan gelden. Daar is zeker wat voor te zeggen, nu het voortbestaan van de euro op het spel staat. Maar vooralsnog wekt de politiek niet de indruk te beseffen hoe groot de impact van dit voorstel van De Jager is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.