PeilingDe rol van Facebook

Facebook: van sympathiek smoelenboek tot oncontroleerbaar monster?

Socialemediareus Facebook ligt onder vuur van adverteerders omdat het te weinig zou doen aan racisme en hate speech. Hoe kon het zover komen en is het bedrijf nog wel aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid? We vragen het verschillende experts.

Het hoofdkantoor van Facebook in Menlo Park, California.Beeld AFP

Fleur Jongepier (docent digitale ethiek aan de Radboud Universiteit)

‘Het is moreel of juridisch heel moeilijk om Facebook aan te pakken, ook omdat het onduidelijk is wat voor soort bedrijf het is. Zijn ze een advertentiebedrijf, een journalistieke onderneming of een sociaal netwerk? Ze maken handig gebruik van dat schemergebied. Door niet publiekelijk toe te geven dat ze in feite een mediabedrijf zijn waar veel mensen hun nieuws vandaan halen, hoeven ze ook niet te voldoen aan bepaalde journalistieke normen, zoals het tegengaan van hate speech.

‘We zijn allemaal in de val gelopen van Facebooks naïeve idee van vrijheid van meningsuiting: we geven de vloer aan iedereen, ook racisten en pedoseksuelen. Dat is de facto juist slecht voor de vrijheid van meningsuiting van anderen, zoals zwarte mensen of vrouwen, wier stem sowieso al minder vaak gehoord wordt. Nu pas wordt Facebook erop aangesproken dat het geen vrijplaats mag zijn voor allerlei gekkies, met name door de adverteerdersboycot.’

Jeroen van den Hoven (hoogleraar ethiek en technologie, TU Delft)

‘Het verhaal van Facebook, dat het mensen verbindt, moeten we met een flinke korrel zout nemen. Zuckerberg is geen idealist of wereldverbeteraar. In de loop der tijd is zijn platform zo groot geworden, dat het een belangrijke rol in de wereld is gaan spelen. Dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. De wereld is veranderd door dit soort digitale platforms. Het beïnvloedt de manier waarop we met elkaar praten, communiceren en nieuws tot ons nemen. Jongeren willen vandaag de dag niet meer filmster worden, maar influencer of youtuber. Het heeft idealen veranderd.

‘Bedrijven als Facebook en Google hebben veel mensen en financiële middelen om misstanden als nepnieuws in een vroeg stadium op te sporen en te stoppen. Daarom had Facebook zich in een eerder stadium moeten realiseren wat het aanricht in de samenleving, ze hadden op hun rol moeten reflecteren voor ze door overheden en instanties als de Europese Commissie op het matje werden geroepen. Ze hadden kunnen en moeten ingrijpen toen het tij nog te keren was.’

Adriaan ter Braack (wetenschapsjournalist)

‘Facebook wilde mensen oprecht verbinden, maar is zo groot geworden dat mensen misbruik maken van het platform en dat brengt van alles teweeg. Facebook kan op het platform naar eigen inzicht teksten en berichten weghalen die het bedrijf niet bevallen. Mensen kunnen geblokkeerd worden wanneer uitlatingen niet conform hun beleid zijn. Het is een grijs gebied wanneer dat nodig is.

‘Het internet evolueert zoals alles evolueert; eerst hadden we paardenkoetsen, daarna auto’s. Eerst hadden we Facebook, nu TikTok en Instagram. Wat dat betreft is Facebook voor veel jongeren al passé en boet het in aan relevantie. Wel zijn met name de groepen op Facebook voor veel mensen nog van belang en precies daar wringt de schoen. Als een Facebookgroep oproept om bejaardentehuizen te plunderen, vindt iedereen het logisch dat een verbod volgt. Maar voor een specifieke Facebookgroep tegen immigratie ligt dat al lastiger: wanneer ga je die verbieden?

‘De Europese Unie had een onlineplatform gelanceerd, EUvsDisinfo, om nepnieuws tegen te gaan. Dat bleek heel lastig: ze hebben bijvoorbeeld een nepnieuwsbeschuldiging (aan het adres van GeenStijl, red.) in moeten trekken. Bovendien: wanneer is iets fake? Feiten kunnen in verschillende contexten belanden, en sommige stukken melden de kale feiten zonder het hele verhaal te vertellen. Feit: Marokkaanse jongeren zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. Context: dat komt doordat ze vaker in sociaal-economisch kwetsbare posities zitten. Een feit is dus evengoed makkelijk te misbruiken bij het maken van nepnieuws. Wat is dan nog het criterium? Kan Facebook hier verantwoordelijk voor worden gehouden?’

Om Facebook onder druk te zetten iets te doen aan racisme en hate speech werd de campagne 'Stop Hate For Profit’ opgezet, waar tientallen bedrijven zich bij aansloten. Beeld EPA

Coen Simon (hoofdredacteur Filosofie Magazine)

‘Internet begon met het idee van een vrijplaats: eindelijk van persoon tot persoon contact leggen, rechtstreeks, zonder tussenkomst van autoriteiten en ongeacht waar je bent op de wereld. Maar wat je bij sociale media als Facebook ziet gebeuren, zie je bij elk groot systeem – zodra er massaliteit in het spel is, is er een controlesysteem nodig.

‘Dat is eigenlijk ook de gedachte van de Engelse filosoof Thomas Hobbes in zijn klassieker Leviathan, over de noodzaak van een sterke staat. Het individu draagt in ruil voor veiligheid het geweldsmonopolie over aan de staat, zodat hij aan vrijheid wint. Het probleem is dat bedrijven als Google en Facebook hun goddelijke gang kunnen gaan, omdat ze te groot zijn voor een nationale staat. En zo wordt de beoogde vrijplaats een oncontroleerbare macht die niet ter verantwoording kan worden geroepen. Mark Zuckerberg is dan wel bij het Amerikaanse Congres geweest na de Cambridge Analytica-zaak (waarin persoonlijke informatie verkocht werd voor politieke campagne, red.), en nu doet het bedrijf wel iets in reactie op de adverteerdersboycot, maar dat is vooral window dressing.

‘Probleem is ook dat er nog geen adequate wetgeving is. Op zich is dat niet zo gek, de meeste verkeersborden kwamen er ook pas toen er al auto’s reden. Bij nieuwe ontwikkelingen komen regels altijd gaandeweg. Ik hoop daarom dat Europa zich als geheel sterker gaat maken tegen de grote bedrijven uit Silicon Valley. Want met een boycot kom je er niet, daar is Facebook te groot voor. Veel bedrijven blijven afhankelijk van zo’n gigant.’

Van den Hoven:

‘Zuckerberg heeft altijd volgehouden: wij zijn slechts een communicatiemiddel, een tool, we gaan niet over de inhoud. Daarmee miskent hij de invloed die zijn platform heeft. De vergelijking met het klimaat en de fossiele industrie is hier op zijn plaats: de industrie zag al veel eerder rapporten waaruit de schade bleek die ze aanrichtte. Het gaat om negatieve externe effecten: als een fabriek producten maakt waarvoor afvalstoffen in de rivier worden gedumpt, moet deze eigenlijk ook de kosten van het zuiveren van rivierwater dragen. De ontwrichting, het nepnieuws, de polarisatie: dat hadden bedrijven als Facebook al tien jaar geleden aan moeten zien komen. Je bent een grote speler, daar ben je rijk mee geworden en dat is op zich nog geen probleem, maar daar hoort ook een grote verantwoordelijkheid bij.

‘Sommige zaken zijn te wezenlijk om aan de vrije markt over te laten. Dat kan prima bij de verkoop van punaises, maar het leger en de gezondheidszorg laat je niet aan de markt over. De vrijheid van meningsuiting evenmin. Zodra bedrijven met winstoogmerk zich daarop richten, verliezen andere belangen aan gewicht. Overheden moeten regels en kaders opstellen, en zelf alternatieven formeren. Internet is niet van Facebook of Google. Zoals er openbare scholen en bibliotheken kwamen, kan de overheid ook openbare fora als alternatief voor Facebook oprichten, waar nepnieuws wél adequaat wordt bestreden.’

Jongepier:

‘Het is positief dat bedrijven en universiteiten meer eisen stellen aan digitale diensten, bijvoorbeeld op het vlak van privacy. Je moet zoiets cruciaals als digitale communicatie niet over willen laten aan de zogenaamde vrije markt. En ook niet aan individuen: het is te veel gevraagd om je eigen sociale verkeer te ontmantelen. Ik denk zelfs dat veel mensen er best voor willen betalen, als ze daarmee zeggenschap krijgen over wat er met hun persoonlijke gegevens gebeurt. Laten we Facebook gewoon zien als nutsbedrijf. Net zoals we geen vergiftigd water in huis willen, willen we geen vergiftigd sociaal verkeer met allerlei lekkages.’

Gaat Facebook haat en racisme harder aanpakken — zoals boycottende adverteerders graag zien?
Meer dan 160 bedrijven hebben zich aangesloten bij een advertentieboycot tegen sociale media die volgens hen meer moet doen om racistische berichten te verwijderen. Vooral het grootste platform Facebook krijgt ervan langs. Is het genoeg om verandering te weeg te brengen?

Moet Facebook boeten voor Nederlandse privacyschendingen?
De Consumentenbond spant een rechtszaak aan tegen Facebook. De bond eist dat gebruikers financiële compensatie krijgen omdat het technologiebedrijf hun privégegevens zonder toestemming zou hebben gedeeld met app-bouwers en adverteerders. Zes vragen over deze zaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden