ColumnAaf Brandt Corstius

Extreem hippe, jonge vogelaars die turen naar een schildpad: corona maakt mensen ook goeiig

null Beeld

Als er iets overkoepelends is dat ik zou zeggen over deze tijd, is dat het de mensen aan de ene kant goeiig heeft gemaakt en aan de andere kant kwaadaardig. Goeiig in de zin van: klussen, broodbakken en dolenthousiast praten over NS-wandelingen. Kwaadaardig in de zin van: elkaar naar het leven staan en dingen in elkaar timmeren omdat je niet in corona/avondklok/maatregelen gelooft. Het komt allemaal voort uit die ene gekke groene stekelbol die corona heet.

Vandaag ga ik het over het goeiige hebben. Ik hou ook meer van goeiig, sterker nog: ik hou van het woord ‘goeiig’. Mensen die me kennen, weet dat ik het te pas en zeker ook te onpas gebruik, een taalerfenis van mijn tante Liesje die het net zo te (on)pas door al haar verhalen heen gooide.

Ik liep ’s ochtends door het Sarphatipark in Amsterdam, een extreem klein park dat deze dagen door extreem veel mensen wordt belopen. Ik weet niet of de paden er altijd al verzakt waren, maar nu zijn ze verzakt, met grote kuilen en diepe plassen. Misschien verzakken onze parken en bossen door al ons gewandel.

Aan de rand van het vijvertje stonden een goedgeklede man en een vrouw van een jaar of 20. Ze tuurden intensief door een verrekijker. Ik stond stil om naar ze te kijken. Ik had erover gelezen in de krant: extreem hippe twintigers die door corona vogelaars waren geworden. Maar ik had ze nog nooit in het echt gezien. Zo enthousiast als zij waren over de vogel die ze blijkbaar op het oog hadden, zo enthousiast was ik over hen. Zij vogelden de vogel, ik vogelaarde de jonge vogelaars.

Ik probeerde te zien wat ze zo enthousiast bekeken. Het bleek een dikke schildpad te zijn die op een steen in de vijver zat. De twintigers keken op van hun verrekijker en zagen dat ik hen ook zag. ‘Wat leuk’, riep ik enthousiast. ‘Ja, leuk, hè’, riepen ze terug. ‘We zijn onze nieuwe verrekijker aan het uitproberen, zien we dít!’ ‘En dankzij jullie zie ik het ook’, riep ik. ‘Wilt u even door onze verrekijker kijken?’, vroegen ze. ‘Nee hoor, dat hoeft niet’, riep ik, ‘maar heel leuk dat ik dit even heb gezien!’

En ik liep verder. De twintigers gingen weer om de beurt door hun nieuwe verrekijker kijken.

Over een paar maanden zouden ze op dit tijdstip van de dag misschien nog slapen, katerig, vies en tevreden na een nacht dansen in een echte nachtclub met echte, plakkerige mensen.

Nu stonden ze zich dol te genieten van een oude schildpad die een onverlaat ooit door de wc had gespoeld.

Goeiig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden