Opinie Expressionisme

Expressionisme, het betere Instagram

De windbruid van Oskar Kokoschka, waarop Alma Mahler (weduwe van Gustav Mahler) is afgebeeld met haar minnaar, Oskar Kokoschka zelf, 1914. Beeld Foto Erich Lessing / Album

Wie genoeg heeft van al die ‘fantastische’ beelden op socials kan zich laven aan expressieve kunst, betoogt Thijs Bogers.

Bezoekers van museum Singer Laren kunnen zich nog een paar weken laven aan de tentoonstelling Duitse Expressionisten. Niet het direct waarneembare, de subjectieve belevingswereld staat centraal in de expressionistische schilderkunst, die rond 1910 haar hoogtepunt kende. In voorgaande jaren wijdde ook Museum de Fundatie, het Joods Historisch Museum en het Groninger Museum tentoonstellingen aan het (neo-)expressionisme. Al deze tentoonstellingen voorzien in een unieke behoefte vanwege het grote contrast met de hedendaagse, gedemocratiseerde beeldcultuur. In foto’s en video’s op sociale media staat het etaleren van uiterlijke schijn centraal. De makers ervan conformeren zich aan normen waartegen generaties van activisten, onder wie de expressionisten, juist in opstand kwamen.

Zienswijze

Volgens de in 2017 overleden Britse schrijver en kunstcriticus John Berger toont iedere afbeelding de specifieke zienswijze van de maker. Schilders, ­fotografen en videomakers kiezen immers wat zij laten zien en daarmee ook wat zij weglaten. Het resultaat is een interpretatie van een momentopname die niet alleen vertelt over wat er is afgebeeld, maar ook over de manier van kijken van de maker. De befaamde expressionist Oskar Kokoschka wilde in zijn schilderijen niet de realiteit afbeelden zoals die zich aan het blote oog presenteert. Hij probeerde juist grip te krijgen op wat er zich onder het oppervlak afspeelt om zo, naar eigen zeggen, de ziel van de geportretteerde weer te geven.

Aanvankelijk werden Kokoschka’s werken hevig bekritiseerd omdat zij geen getrouwe weergave waren van de realiteit. Ook degenen die door hem geportretteerd waren, vonden het eindresultaat veelal tegenvallen, zoals de Duitse actrice Else Kupfer in 1911. Toen zij in 1950 het werk opnieuw zag, waardeerde zij het echter als een juiste weergave van haar toenmalige gemoedstoestand. Expressionisten confronteren toeschouwers met de zogenaamde schaduwkant van de ziel waar ieders driften en behoeften zich ophouden. Daarmee verzette zij zich tegen beklemmende maatschappelijke normen die de veelzijdigheid van het individu ontkenden.

Contrast

Het contrast tussen het expressionisme en de hedendaagse beeldcultuur kan niet groter zijn. Niet eerder in de geschiedenis bepaalden de ­consumenten van beelden ook de inhoud ervan, en al helemaal niet op zo’n grote schaal. Maar door de hoeveelheid beelden die constant worden geüpload, beklijft geen enkel afzonderlijk beeld.

Daarnaast zijn al die beelden bovenmatig gericht op het etaleren van uiterlijke schijn. Iedere foto op Instagram geeft een perfect moment weer. Op datingapps zoals Tinder komt maar geen einde aan het aanbod aantrekkelijke mensen. Wat wel beklijft, is de eentonigheid waarmee het leven als fantastisch wordt gepresenteerd en het lichaam als middel wordt ingezet om seksuele aantrekkingskracht uit te oefenen.

Dat sociale media aanzetten tot oppervlakkigheid is bekend. Op zichzelf is er ook niets mis met oppervlakkigheid. Degenen die doen alsof zij uitsluitend diepgang opzoeken, houden of hun omgeving of zichzelf voor de gek. Opvallend is echter het gemak waarmee de makers van al die beelden zich conformeren aan normen die voorheen als onderdrukkend werden ervaren. De manier van kijken die in de beelden aanwezig is, wordt volledig bepaald door de verwachte waardering van het publiek. Als gevolg daarvan reduceren veel vrouwen hun lichaam tot lustobject. Voor expressionisten, maar ook voor tal van politiek activisten na hen, was een dergelijke presentatie van vrouwen juist reden om in opstand te komen.

Volgens John Berger geeft de wijze waarop vrouwen door de eeuwen heen zijn geportretteerd de historische machtspositie van mannen aan. Hoewel de hedendaagse beeldcultuur ogenschijnlijk voortkomt uit vrije keus − uploaders bepalen immers zelf wat zij aan de wereld laten zien − doet de grote uniformiteit van de beelden anders vermoeden. Vrijheid en uniformiteit gaan ook zelden ­samen.

Het roept de vraag op of de macht van het algoritme, waardoor het uploaden van beelden wordt gestuurd, niet louter een voortzetting is van de macht van het patriarchaat. Wie die vraag wil beantwoorden doet er goed aan de pogingen van expressionisten om normen te overstijgen, in Singer Laren te aanschouwen.

Thijs Bogers is politicoloog en historicus en werkt aan de ­VU in  Amsterdam. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden