Opinie

Explosie van creativiteit onder economen

De crisis heeft onder economen tot een explosie van creativiteit geleid. Liberale economen kwamen tot bezinning, kritische economen kregen de wind in de zeilen.

Abram de Swaan Beeld Ivo van der Bent

Op 17 november 2010 hield de socioloog Abram de Swaan een opmerkelijke Thomas More Lezing in de Amsterdamse Rode Hoed, onder de titel 'Het financiële regime: over de gevolgen van een moderne dwaalleer'. Het was zijn afrekening met het 'vrijemarktfundamentalisme', het mensbeeld van de econoom en de ondernemer waarin het streven van talloze winstzoekende enkelingen resulteert in een optimale maatschappelijke orde: de vrijemarkteconomie.

Het 'in deze tijd welhaast universele paradigma van de markt', betoogde De Swaan, 'werkt als een allesbepalende zwaartekracht in de mensenmechanica'. Wat met 'de 'onzichtbare hand' van Adam Smith in de achttiende eeuw begon als een 'baanbrekend inzicht dat in een chaotisch schijnende wereld een sterke samenhang onthulde', woekerde 'in wilde groei tot een alomvattende, allesbeheersende ideologie, zonodig opgelegd met drang en dwang aan ieder die het niet geloven wilde'.

De Swaan: 'Het paradigma van de vrije markt ondervond, afgezien van Cuba of Noord-Korea, nergens nog tegenstand. De weinige resterende twijfelaars hadden nauwelijks nog iets in te brengen. Op aanwijzing van academische economen werd in vrijwel alle westerse landen de ene na de andere beperking op het vrije economische verkeer ontmanteld. Privatisering, liberalisering en deregulering waren de slagwoorden van neoliberale en conservatieve politici en als sociaal-democratische partijen aan de macht kwamen, durfden ze de bakens nauwelijks te verzetten, zo overweldigend was het overwicht van de marktistische doctrine. Alle tegenspraak kon worden afgedaan als sentimenteel obscurantisme van achterblijvers die diep van binnen bang waren dat ze de nieuwe, exacte, formele, eenduidige metingen van de wetenschappelijke bedrijfsvoering niet zouden kunnen doorstaan.'

Afpersingspraktijk

Vervolgens evolueerde het vrijemarktmechanisme van een ideeënleer tot wat De Swaan typeert als een 'afpersingspraktijk'. Grote ondernemingen chanteren de regering van het ene land door te dreigen met het vertrek naar 'het land dat hun de minste regelingen oplegt, dat geen belastingen int, maar vestigingspremies uitkeert, dat geen milieuregels instelt maar ontheffingen afgeeft, dat geen grenzen aan de bonussen stelt, maar ze uitzondert van de inkomensheffing'.

En waartoe heeft de 'marktistische waanidee' geleid? Tot een kredietcrisis die 'talloze miljoenen hun baan heeft gekost, en ongeteld miljoenen beleggers hun spaargeld'. En tot een driedubbele vertrouwenscrisis: het publiek is het vertrouwen verloren in de financiële instellingen, die instellingen vertrouwen elkaar ook niet meer en - wat De Swaan betreft - is de economische wetenschap als dwaalleer voorgoed door de mand gevallen.

Explosie van creativiteit

Hoe afdoende de tirade van De Swaan op het eerste gezicht ook lijkt, de vraag die gesteld moet worden is: hoe heeft de economische wetenschap eigenlijk op de grote crisis gereageerd? Het antwoord zou kunnen luiden, naar het woord van de grote econoom Joseph Schumpeter, met een effectieve 'creatieve destructie' van de hegemonie van de neoklassieke marktfundamentalisten in het economendiscours. Liberale economen raakten in het defensief en zagen zich gedwongen tot bezinning. Kritische economen kregen de wind in de zeilen. De crisis heeft onder economen tot een explosie van creativiteit geleid, waarvan het zeer de moeite waard is kennis te nemen.

Die creativiteit baant zich een weg naar het maatschappelijk debat via het werk van een handvol economisch onderlegde opinieleiders, die ik de afgelopen twee jaar voor de Volkskrant heb kunnen interviewen.

Martin Wolf, economisch commentator van de Financial Times, schrijft in zijn inleiding op The Shifts and the Shocks dat de belangrijkste verandering die de crisis in de wereld teweeg heeft gebracht een intellectuele is. De crisis heeft immers laten zien dat gevestigde visies op het functioneren van de meest ontwikkelde economieën en financiële stelsels 'nonsens' zijn gebleken. Wolf: 'Dit stelt de economische wetenschap voor oncomfortabele uitdagingen en economische beleidsmakers voor parallelle uitdagingen. De wereld is inderdaad veranderd. Het resultaat is een gisting van ideeën, waarbij veel alternatieve economische scholen een veel grotere invloed uitoefenen op en splitsingen veroorzaken binnen de neoklassieke orthodoxie'.

Niet voor iedereen

Eén van die alternatieve scholen wordt geleid door Ha-Joon Chang, hoogleraar economie van Koreaanse afkomst in Cambridge en auteur van de wereldwijde bestseller 23 Things They Don't Tell You About Capitalism. Drie jaar daarvoor brak Chang door met een fundamentele kritiek op de opvattingen over vrijhandel, buitenlandse investeringen en globalisering van het Westen in het algemeen en het IMF en de Wereldbank in het bijzonder. Die recepten hadden in de jaren negentig een desastreuze invloed op de opkomende economieën, toont Chang aan. Pas het negeren van die recepten en het afschermen van de nationale economieën bracht de opmars van de Azië op gang.

Tyler Cowen, hoogleraar economie in Fairfax en medeoprichter van de befaamde weblog marginalrevolution.com brengt in Average is Over het economisch landschap van de toekomst in kaart. Hij rekent voor dat driekwart van de banen die na de crisis in de VS werden geschapen slechts 13,52 dollar per uur of minder opleveren.

Alleen zij die goed met slimme machines kunnen omgaan, profiteren van een economie waarin banen voor de gemiddeld geschoolde werknemers grotendeels zullen verdwijnen. Voor 10 tot 15 procent van de bevolking is een zeer comfortabel en stimulerend leven weggelegd. De rest krijgt te maken met stagnerende en dalende lonen, maar - dankzij nieuwe technologie - wel met ongekende mogelijkheden voor gratis amusement en goedkoop onderwijs.

De bijdrage van Thomas Piketty's Capital in the Twenty-First Century aan het onklaar maken van het neoklassieke discours in de economische wetenschap én ver daarbuiten valt moeilijk te overschatten. Piketty hekelt, net als De Swaan, de arrogantie van de mainstream economische wetenschapsbeoefening, profileert zich als 'politiek econoom' en vat zijn werkterrein op als een brede sociale wetenschap die moet bijdragen aan het tegengaan van de groeiende ongelijkheid.

Die ongelijkheid is het resultaat van het feit dat vanaf de jaren tachtig het rendement op kapitaal groter is dan de groei van de nationale economieën. Door de studie van Piketty zijn belastingontwijking door multinationale bedrijven en het progressief belasten van kapitaal wereldwijd op de politieke agenda's gekomen.

'Ademende muntunie'

Al mijn gesprekspartners deden meewarig over de belabberde prestaties van de eurozone, maar de beste studie naar het moeras waarin de eurolanden verzeild zijn geraakt is van Hans-Werner Sinn, tot voor kort president van de denktank Ifo in München. 'Een gebouw dat je alleen kunt binnengaan en niet kunt verlaten is een val', schrijft Sinn in The Euro Trap. 'Voor de Zuid-Europese landen is de euro zo'n val gebleken, die hen heeft beroofd van hun concurrentievermogen.'

Vandaar dat Sinn pleit voor een 'ademende muntunie', met als mogelijkheid voor landen als Griekenland om de euro tijdelijk te verlaten, vervolgens te devalueren en weer terug te keren in de eurozone wanneer het concurrentievermogen is hersteld.

Alle economen die ik heb gelezen en gesproken voor mijn essay Creatief na de crisis hebben met hun boeken een buitengewoon originele bijdrage geleverd aan een beter begrip van de actuele staat van de wereldeconomie.

Ze zijn zeer verschillend in hun benadering van de crisis en in hun opvattingen over politiek en beleid, maar ze logenstraffen elk op hun eigen manier de sombere suggestie van De Swaan dat de economische wetenschap zijn recht van spreken voorgoed heeft verspeeld.

Creatief na de crisis

De megacrisis heeft onder economen net zo huisgehouden als onder bankiers. De neoklassieke hegemonie, die te lang het economie-onderwijs en het beleid in zijn greep heeft gehouden, kreeg te maken met 'creatieve destructie'.

Creatief na de crisis van Hans Wansink biedt een prikkelende kennismaking met acht eigenzinnige topeconomen: Ha-Joon Chang, Tyler Cowen, Chrystia Freeland, Mariana Mazzucato, Megan McArdle, Thomas Piketty, Hans-Werner Sinn en Martin Wolf.

Van Gennep; 112 pagina's; euro 9,90.


'Uiteindelijk moet je het zelf doen'

Eigenlijk wilde ze romanschrijfster worden, maar na een bachelor in de Engelse literatuur werd het toch de prestigieuze Booth School of Business van Chicago. Een MBA (Master of Business Administration) van de universiteit van Chicago was eind jaren negentig het best denkbare ticket voor een glanzende carrière.

Maar het liep anders voor Megan McArdle, geboren en getogen in New York City. Net toen ze afstudeerde in 2001, stortte de economie in als gevolg van de dotcom-bubble. Naast veel tijdelijke baantjes startte ze een veelgelezen blog over economische onderwerpen voor gewone mensen. Inmiddels is ze economisch commentator voor de website BloombergView.

Haar The Up Side of Down is een buitengewoon origineel boek over misstappen van bedrijven, personen en Megan McArdle zelf. Het gaat over de pijn van het afgewezen worden bij sollicitaties en hoe je die kunt bestrijden. Over kuddegedrag bij het kopen van te dure huizen of aandelen. Over het obsessief je kinderen afschermen tegen alle denkbare risico's en ongelukjes. Over het onvermogen van succesvolle bedrijven om zich aan te passen aan nieuwe marktomstandigheden. Maar ook over de neiging een gebroken relatie tegen beter weten in toch weer proberen te lijmen. 'Falen is altijd een combinatie van drie factoren', licht McArdle toe. 'Pech, slechte omstandigheden en slechte beslissingen van jezelf. De mensen hebben de neiging om op een van die drie factoren te focussen, in plaats van ze alle drie onder ogen te zien. Zo vinden veel mensen dat ik vooral moet schrijven hoe oneerlijk het is om je baan te verliezen. En wie je daarvan de schuld moet geven. Of dat de politiek er wat aan moet doen. Maar je kunt niet vijf jaar in je kelder wachten tot de politiek er wat aan doet, toch?'

McArdle vindt dat de Amerikaanse overheid een voorbeeld kan nemen aan de aanpak van Denemarken, waar vrij royale uitkeringen zijn gekoppeld aan 'een extreem agressief programma van omscholing' dat iedereen met een uitkering verplicht moet volgen. 'Wat de overheid moet doen, is de mensen in beweging houden. Ook letterlijk, door ze geld te lenen om te verhuizen naar plaatsen waar wel werk is. Maar uiteindelijk zullen de mensen het toch vooral zelf moeten doen. Ik heb mijn boek geschreven om ze daarbij te helpen.'


'Herverdeling van inkomen is nodig'

Chrystia Freeland bewoog zich twintig jaar lang tussen de nieuwe rijken over de hele wereld, voor de Financial Times, The Economist en voor financieel expertisebureau Thomson Reuters. Een keur aan miljardairs behoort tot haar vriendenkring, van speculant en weldoener George Soros, via Aditya Mittal van het gelijknamige staalconcern tot Google-tycoon Eric Schmidt.

Haar bestseller Plutocrats is een schitterend én ontluisterend portret van de superklasse van miljardairs die de wereld over vliegt om de economische en politieke omstandigheden naar hun hand te zetten. De Canadese minister-president Trudeau benoemde Freeland eind 2015 tot minister van Internationale Handel.

Freeland: 'Terwijl wij ons ontwikkelen tot een postindustriële samenleving zetten de ontwikkelingslanden de stap van een agrarische naar een industriële economie. Zij hebben een groeiende middenklasse. Wij moeten ons positioneren als degenen die iets verkopen aan de opkomende middenklassen in de rest van de wereld. We moeten op export gericht zijn. De les die Nederland ons leert is heel interessant. De Nederlanders hebben als eersten ontdekt dat je welvarend wordt door handel te drijven met en te verkopen aan de wereld. Dat is voor ons allen de toekomst.'

Kan de economie weer op gang gebracht worden?
'Het gebrek aan groei is verontrustend. We hebben te maken met langdurige stagnatie. De middenklasse in Europa en Noord-Amerika heeft geen geld meer. Maar je kunt wel iets doen: investeren in infrastructuur. Je schept daarmee meteen banen, je investeert in de toekomst en de rente is enorm laag profiteer daarvan! Rechts focust te veel op de staatsschulden en op de begrotingstekorten.'

Gaan de plutocraten meebetalen?
'Herverdeling van inkomen moet en zal op de politieke agenda komen. Op de lange termijn moeten we werken aan internationale overeenkomsten om belastingen te heffen op multinationale ondernemingen. Het is makkelijk af te geven op de Europese Unie, maar landen moeten hun economisch beleid coördineren. Kapitaal is mondiaal, de economie ook, zodat beleid op een uitsluitend nationale basis niet werkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.