Column Eva Hoeke

Eva Hoeke sprak een vrouw die van haar hart niet langer een moordkuil maakte, áls ze dat al ooit had gedaan

Beeld Valentina Vos

Bij de bushalte zat een vrouw met een shopper tussen haar benen die op een leeftijd was gekomen dat ze van haar hart niet langer een moordkuil maakte, áls ze dat al ooit had gedaan. 'Moet je kijken', zei ze, terwijl ze naar de overkant wees. 'Zij van Dijkhof is de hele dakkapel aan het afsoppen. Wat een werk. En straks gaat het toch weer regenen.'

We keken nu samen naar die van Dijkhof, waardoor het kijken iets van gluren kreeg. Alsof ze het voelde, liet ze prompt haar spons vallen, waardoor ze eerst naar beneden en daarna weer het hele end omhoog moest. 'Ik kom de trap niet meer op', zei de vrouw naast me. 'Ik ben te dik. Voor het goeie moet er 10 kilo af, zegt dokter ook. Maar ik voel me d'r lekker bij, dus ik laat het maar zo.'

Ik knikte, zei iets in de sfeer van 'gelijk heeft u', en toen de bus ook nog kwam, veronderstelde ik dat het gesprek daarmee ten einde was gekomen. Maar na het instappen ging ze gewoon weer verder, alsof we alleen maar even waren onderbroken door een ober met een pot koffie. 'Het wordt toch allemaal minder hoor naarmate je ouder wordt', zei ze terwijl ze haar jas onder haar rechterbil vandaan trok. 'Je wil er niet aan, maar je gaat het toch bespeuren. Gisteravond zat ik voor de televisie, en toen was ik inene weggedommeld.'

'Misschien was het programma gewoon saai', opperde ik.

De vrouw: 'O nee, helemaal niet zelfs. Hollandse Zaken, kent u dat? Dat ging gister een beetje over seks. Over aanrandingen enzo, en dat je die altijd gelijk moet melden. Maar een hoop mensen dóén dat niet. Net als die Dillie, dat vrouwtje van de PVV. Die was verkracht door moslims en dat heeft ze niet aangegeven. En nou heb ze zelfmoord gepleegd. Ze laat een gezin met vier kinderen achteren, dat was gister voor de televisie. Erg hoor, om zo uit je gezin te stappen. Maar wat doe je eraan? Niks. Dat zit in dat bolletje, en dat krijg je er niet meer uit.'

Het was gaan regenen. Terwijl dikke druppels tegen de ruiten sloegen en we de brug van het ene naar het andere dorp over reden, zocht de vrouw iets op in haar geheugen. 'Ik weet nog goed dat ik in de kantine werkte. Ik was in verwachting van Linda, 9 oktober was mijn laatste werkdag. Om tien uur zeg ik: waar is Jos? Want ik schonk altijd koffie voor die mannen. En Jos was zo aardig. Eén vrolijkheid, die man. Nou, zeiden ze, Jos moest nog effe wat doen. O, zeg ik, dan wacht ik wel even op 'm. Dus ik wachten. En toen kwamen er plotseling twee chauffeurs binnen, nou kind - als twee vaatdoeken, lijk- en lijkwit. O jee, zeg ik. Er is toch niks gebeurd. Nou, wel hoor: Jos was van de silo afgesprongen. Hartstikke dood, helemaal in mootjes. Ja, want die silo is hóóg. Vreselijk. En ik hád al zo'n rotdag. Later hoorde ik dat hij een gezin met vier moeilijke kinderen had. En een klerewijf, dat werd verteld. Hij kon er níet meer tegen.'

'Bent u naar de begrafenis geweest?', vroeg ik.

'Nee, wij mochten niet. Meneer Koppenol wel, dat was mijn baas. Die woonde hier verderop, op nummer 16. Maar ja - die ging zijn tuintje harken en inene ligt hij er zelf in. Hartaanval. Net 50. Je ken het niet zeggen, hè?'

De bus sukkelde het stationsplein op, een handvol mensen liep de trappen op en af. Tijdens het uitstappen draaide de vrouw zich nog eenmaal om. 'Sterkte', zei ze.

Waarmee wist ik niet.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.