column Eva Hoeke

Eva Hoeke heeft een vraag aan 99 procent van de Nederlandse horecagelegenheden. Ze vraagt dit niet voor zichzelf

Eva Hoeke. Beeld Valentina Vos

Graag zou ik op deze prominente plek in de krant voor één keer en uit naam van vele ­moeders een kleine gunst willen vragen aan 99 procent van de Nederlandse horeca: zouden jullie de heren-wc’s ook willen voorzien van verschoningskussens?

Dat was het.

Ik zei al: een kleine gunst. Maar wel een belangrijke. Vorige week was ik in een strandtent. Welke dat was of waar die stond doet er niet toe – het had overal in Nederland kunnen zijn. In de vrouwen-wc trof ik een man aan. Heel even dacht ik: wat doe jij daar? Maar hij was daar met een reden: voorovergebogen over het verschoningskussen stond hij een schattig meisje een schone luier om te knopen. Meteen die hulpeloze blik. Bijna schoot ik in de reflex van: laat mij maar, maar ik was op het strand, niet thuis, dus in plaats daarvan vroeg ik: ‘Is er geen verschoningskussen op het ­herentoilet?’

Hij: ‘Nee, helaas niet.’

Het was duidelijk: hij stond hier ook niet voor de lol.

Nu staat niemand voor de lol in een strandtent de luier van een kind te verschonen. Het is een onderbreking, een klusje, corvee in de categorie: niet zeuren, dat hoort er nu eenmaal bij. Maar bij wíé eigenlijk? Voor de zekerheid ging ik nog even kijken in de mannen-wc. Nee hoor, niks. Sterker, er was niet eens ruimte voor een verschoningskussen.

Was dat onwil van die strandtent? Vast niet. Eerder macht der gewoonte. En dát is precies wat eraan schort. Vraag een moeder hoe de taken thuis zijn verdeeld en dikke kans dat die in theorie wel fiftyfifty is, maar in de praktijk niet, hoe progressief en modern ze zichzelf ook achten. Wie dat verder prima vindt: hartstikke goed. Bij wie het wel gelijk opgaat: respect. Richt ik me nu even op de huishoudens waarbij dat niet het geval is.

Allereerst hand in eigen boezem: veel moeders lijden aan de laat-mij-maarreflex, vanuit de ­gedachte dat ze alles zelf veel beter en vooral sneller doen. Moeten ze direct afleren, wat mij betreft. Wat je niet kan afleren, is de wonderlijke vanzelfsprekendheid van kinderen om bij alles eerst hun moeder te roepen. Gevallen? Mama. Boze droom? Mamaaa! En het zijn ook vaak de moeders die de kleding kopen, de ­Pampervoorraad op peil houden en snot ­signaleren nog voordat het naar buiten komt. Vrouwen onderling herkennen die standaard-ongelijkheid, en juist daarom zou het fijn zijn als ­openbare gelegenheden die niet ook nog eens faciliteren. Sommige mannen schamen zich immers om een vrouwenplee binnen te stappen. Bang om ergens te zijn waar ze officieel niet mogen zijn. Sommige mannen doen alsof ze zich schamen, hun wordt het perfecte excuus aangeleverd. Maar nog veel belangrijker is de valse waarheid die ervan uitgaat, namelijk de veronderstelling dat het verschonen van een kind vooraleerst de taak is van de moeder, een gedachte die met ontbreken van een verschoningskussen aan vaders zijde wordt gelegitimeerd en zelfs geïnternaliseerd – al blijft de vraag wat er eerder was, de kip of het ei. Hoe dan ook is zij daarmee de sjaak, dus daar gaat ze weer, met een kind onder de ene en een luier onder de andere arm, om vijf minuten later terug te keren naar een lauwe bitterbal.

Daarom, beste horeca, schaf die dingen vandaag nog aan. Doe het voor de moeders, doe het voor hun dochters, doe het vooral voor alle zoons. Zodat die leren dat het enige waar je schijt aan moet hebben, eeuwenoude ­conventies zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden