Eva Hoeke ging voor een zevengangenmenu: 'We zijn tenslotte geen provincialen'

Eva Hoeke Beeld Robin de Puy

Vroeger ging ik uit eten vanwege het eten, tegenwoordig om weer even in Amsterdam te zijn, de enige stad in het land waar iedereen accepteert dat er bijna niets op je bord ligt.

Twee weken geleden gingen we met een bevriend stel naar een restaurant dat ik had geregeld. Een jasje-dasjeplek in een deel van Amsterdam dat tien jaar geleden nog gold als pauperbuurt, maar waar tegenwoordig leren jackjes van 169 piek in de etalages hangen - voor kleuters. 'Ik reserveer wel', had ik de vrouw van het bevriende stel per app laten weten. 'We gaan pas over drie weken, dus dat moet lukken.'

Nou, het ging nét.

Toen we aankwamen, zag ik waarom. Mooie mensen. Lachende mensen. Veel mensen ook, met voor hun op tafel borden met ware kunstwerkjes. Schuimpjes zus en crèmepjes zo en hier en daar een torentje van, ja, van wat eigenlijk? 'Zó', zeiden we hoopvol tegen elkaar, 'zoiets hebben we bij ons niet.' De laatste keer dat we in het Dorp uit eten gingen, was het Spaanse Avond geweest bij het huiskamerrestaurant, wat inhield dat de uitbater om de tien minuten 'olé' riep en dan de glazen volschepte met sterke drank en fruit.

Toen het bevriende stel klaar was met lachen, zij wonen nog wél in Amsterdam, gingen we bestellen. Op de kaart stonden alleen de ingrediënten, biet punt schorseneer punt wortel punt prei punt, we moesten maar zien wat de koks ervan zouden brouwen. De ober gaf ons de keuze tussen een vier-, vijf-, zes- of zevengangenmenu met de aantekening dat een mooi schilderij het best tot z'n recht komt als je ook goed op de details let. Zeven gangen dus, we waren tenslotte geen provincialen.

We trapten af met een glas rode wijn, de ober bracht vier thee-lepels: de amuse.

'Hmm, lekker', zei de Man. 'Een wormpje.'

'Een garnaal', zei de ober onverstoorbaar.

Glas wijn leeg.

Allemaal een stukje brood.

Wij kletsen, nog wat meer kletsen, want het duurde even voor de volgende gang. Daar was de ober weer, hij vouwde zijn handen en deed of hij nadacht. Als hij ons was, zou hij bij de volgende gang de duurste Duitse wijn bestellen, een Gewürtztraminer. Of een Riesling, dat kon ook.

De gang kwam.

Of beter: er kwam een schoteltje met een bibberend stukje slak.

'Op', zei de man.

Ik schonk mezelf nog maar eens een glas in.

Fles weer leeg. Uit mijn kies haalde ik nog een stukje van het krokantje van karnemelk. Weer dezelfde ober. Bij de volgende gang, een stukje lam gegaard in een brouille van peer en kwezel of zoiets, zou hij voor de duurste Italiaanse wijn gaan.

De Man: 'Maar jij bent ons niet, dat is ondertussen wel duidelijk.'

Ik, sussend: 'Nou, nou...'

De vriendin van het bevriende stel vroeg om nog wat brood.

'Jezus hee', snibde ik toen de ober weer weg was.

De Man: 'Jíj wilde hier heen.'

Ik, onvast: 'Ik kon toch niet weten dat het zo lang zou duren?'

De Man: 'Volgende keer gaan we gewoon naar een eetcafé.'

Vriend, opverend: 'In de Javastraat heb je leuke tentjes, dat is hier vlakbij.'

De Man: 'Op de Nieuwmarkt hebben ze een goeie Thai.'

Ik: 'Maar daar zít je niet gezellig.'

Vriendin: 'Volgende keer komen jullie gewoon bij ons eten, ik kan Thais koken.'

Na het dessert kwam de rekening, we waggelden naar buiten. Even later stonden we met vier man bij de Febo.

De Man: 'Wat zou jij hierbij drinken?'

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden