Column Eva Hoeke

Eva Hoeke gaat op vakantie en moet alleen nog even de laatste dingetjes wegwerken om lekker te kunnen ontspannen

Met een vriendin boekte ik een vakantie, vijf dagen, naar het Griekse eiland Mykonos. Zonder kinderen, zonder man, de eerste keer ooit dat ik zonder hen zou zijn, op een nachtje Deventer na, drie jaar geleden, maar toen was ik zwanger en strontverkouden dus om nou te zeggen dat ik het er toen van had genomen, niet echt. Daarna waren er nog wel plannen geweest, maar steeds was het leven ertussen gekomen, net zolang tot ik dingen riep als: Nederland is ook mooi, en: ik hou eigenlijk helemaal niet zo van vakantie.

Allemaal waar.

Maar nu was er een noodzaak. Ik had me zowat over de kop gewerkt, tien slagen in de rondte, het schrale lot van de freelancer, altijd bang om nee te zeggen, altijd bang om te verliezen, en ’s nachts, wanneer ik net genoeg slaap had gehad om over mijn ergste vermoeidheid heen te zijn, lag ik wakker, denkend aan hoeveel ik nog moest doen. Dat zou wat zijn, dacht ik hollend van de ene afspraak naar de andere, dat ik straks omkom van de stress, dat mijn hart het begeeft, dat ze moeten zeggen het was een aardige meid en ze bedoelde het goed, maar doseren kon ze niet en nooit op vakantie hè, altijd maar jakkeren, domdomdom, en dus keek ik nog één keer naar de plaatjes van cypressen, oleander en hagelwitte huizen tegen een azuurblauwe zee en drukte ik op akkoord. Ik zag een klap geld van mijn rekening verdwijnen en voelde me meteen weer 20.

Ik, met een vriendin in een hotel!

Elke dag lezen! In de zon! Geen pampers, geen snoetepoetsers!

Wijn bij de lunch, praten zonder onderbrekingen, ’s avonds vroeg naar bed en eindeloos slapen, of juist nog eens ouderwets in de lampen hangen, want dat kon dan ook weer, niemand die me om kwart voor vijf wakker zou tetteren met de mededeling honger/dorst/eng gedroomd en ik zou ook niet drie keer per dag met stoffer en blik onder tafel liggen om broodkorsten en stukken ei op te vegen. Goed, dat zou de thuisblijver van dienst vermoedelijk ook niet doen, maar toen ik hem daar die avond in bed mee confronteerde, werd dat direct weggewoven. Nee hoor, ik kon gerust gaan, sterker, het zou allemaal ook zomaar eens een stukje makkelijker kunnen zijn zónder al die dagelijkse commando’s. Heerlijk, een keer geen opmerkingen te krijgen over een scheve vaatdoek, fijn, de kinderen nou eens niet elke dag in bad. Leuk ook, om te zien hoe zij zouden reageren op een relaxter regime. Alleen dat van dat uitgaan, daar had hij nog een vraagje over. Die vriendin met wie ik ging, die had toch ook gewoon een man en kinderen? Ik dacht even aan mijn oom Guus, die als hij vroeger zijn schapen ging voeren zei dat je ze schraal moet houden, skraal, en glimlachte mysterieus, jazeker dat we daar uit zouden gaan.

Iedereen had er zin in, kortom, nu alleen nog even de laatste dingetjes wegwerken. Om lekker ontspannen op vakantie te kunnen had ik mijn dagen extra strak gepland. De dagen werden in uren onderverdeeld en als ik me daaraan hield zou alles af zijn op de dag van vertrek, op één voorwaarde, en dat was dat de rest van het universum zich óók aan dat schema zou houden. Er moest nu geen interviewkandidaat afzeggen, er moest geen trein uitvallen en er moest zeker niemand ziek worden, ik voorop.

Helaas. Wat begon met een kriebelhoest eindigde met een luchtwegeninfectie, en zo ging ik op vakantie, grauw van vermoeidheid, met tintelende typvingers en hoestend en blaffend als een lepralijer.

‘Ben je echt bang dat ik aan een leuke Griek blijf hangen?’, vroeg ik de Man de avond voor vertrek flemend. Hij keek me aan. ‘Niet echt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden