opinie euthanasie bij kinderen

Euthanasie onder de 12 jaar moet bij wet geregeld, betoogt strafrechtadvocaat Tim Vis

Kinderartsen doen terecht een beroep op de wetgever om euthanasie bij kinderen mogelijk te maken, betoogt strafrechtadvocaat Tim Vis.

Beeld Getty Images/iStockphoto

Het pleidooi van een meerderheid van kinderartsen om, bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden, actieve levensbeëindiging ook bij kinderen onder de 12 jaar mogelijk te maken, verdient navolging van de wetgever.

Om dat goed te begrijpen, eerst de juridische stand van zaken. Bij pasgeborenen tot één jaar is levensbeëindiging bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden mogelijk. Dan gelden voor de arts strikte zorgvuldigheidscriteria, diens handelen wordt nadien getoetst en vervolgens geldt bindend vervolgingsbeleid, waarbij het Openbaar Ministerie niet vervolgt als de arts zorgvuldig heeft gehandeld.

Voor kinderen tussen 12 en 16 jaar bestaat een bijzondere regeling: zij kunnen, met instemming van de ouders, om euthanasie vragen. Vanaf 16 jaar is de Euthanasiewet (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding), mits de ouders bij de besluitvorming zijn betrokken, onverkort van toepassing. De harde juridische realiteit is dat actieve levensbeëindiging bij één- tot twaalfjarige kinderen nu geheel verboden is. Uit aangrijpende verslagen van kinderartsen volgt dat bij die groep nu, noodgedwongen, wordt gekozen voor palliatieve sedatie of versterven, hetgeen een langdurig overlijdensproces kan opleveren. Dat is niet alleen vanuit zorg- en hulpverlenersperspectief bezwarend, maar kan ook op ouders en andere nabestaanden een zware wissel trekken. Al om die redenen verdient het, zoals overigens minister Borst in 2006 al bepleitte, aanbeveling het huidige verbod op actieve levensbeëindiging voor kinderen onder de 12 jaar te herzien.

Geen legitiem tegenargument

Er is nog een andere goede reden voor herziening. Hoewel ik, normaal gesproken, sterk waak voor juridisering van het euthanasiedebat – medische levensbeëindiging is een delicate kwestie tussen hulpverlener en patiënt, daarbij past vertrouwen en kunnen wij juristen beter ver weg blijven – bestaan sterke verdragsrechtelijke argumenten vóór een euthanasiemogelijkheid voor kinderen onder de 12 jaar. Nederland heeft zich gebonden aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dat verdrag bepaalt niet alleen dat bij alle handelingen betreffende kinderen de belangen van het kind ‘de eerste overweging’ vormen (Artikel 3), maar het bevat ook een verbod op onmenselijke of onterende behandeling (Artikel 37, onder a). Die bescherming volgt bovendien ook voor eenieder uit Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

In die bescherming van de menselijke waardigheid, die niet alleen logischerwijs ook voor kinderen geldt maar ook nog eens expliciet uit het kinderrechtenverdrag volgt, ligt een plicht tot voorkomen van onnodig lijden. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de Euthanasiewet niet zonder reden oog gehad voor het uitgangspunt dat met actieve levensbeëindiging erger lijden wordt voorkomen. De ministers Korthals en Borst betrokken – hoewel zij niet in zijn algemeenheid wilden aangeven dat het recht gevrijwaard te blijven van onmenselijke of vernederende behandeling boven het recht op leven zou gaan – de menselijke waardigheid nadrukkelijk bij de totstandkoming: actieve levensbeëindiging ter voorkoming van uitzichtloos en ondraaglijk lijden is bescherming tegen onmenselijke of vernederende behandeling. De vraag is dan waarom kinderen die bescherming niet zouden verdienen. Er is geen legitiem argument te vinden waarom dit niet voor kinderen van één tot twaalf jaar ook zou gelden. Ook hun menselijke waardigheid verdient bescherming.

Handelingsbekwaam

Het kinderrechtenverdrag kent bovendien nog een belangrijk uitgangspunt: het participatierecht van kinderen, waarbij de mening van het kind moet worden gehoord en worden betrokken bij alle besluitvorming rond het kind (Artikel 12). Dat is niet anders waar het gaat om de vraag om actieve levensbeëindiging, maar de wet sluit uit dat de eigen visie van kinderen ter zake daadwerkelijk wordt opgevolgd.

Een argument tegen wordt vaak gevonden in het feit dat kinderen ter zake niet handelingsbekwaam worden geacht, en dat een dergelijke beslissing, anders dan beslissingen over ‘normaal’ medisch handelen, niet bij ouders kan worden belegd. Dat wringt, nu zelfs de Staatscommissie Euthanasie in 1985 al constateerde waar we nu nog steeds mee worstelen: ondanks de juridische realiteit kunnen ook zeer jonge kinderen feitelijk wel degelijk gewogen inzicht hebben in beslissingen rond hun eigen levenseinde. Het is tijd ook hun stem serieus te nemen. Ook jonge kinderen hebben het recht te worden gehoord als het gaat om het voorkomen van onnodig verder lijden.

Een oplossing in twee delen ligt voor de hand. Voor jonge minderjarigen die ter zake wilsbekwaam moeten worden geacht kan de Euthanasiewet worden uitgebreid. Ook bij ‘normaal’ medisch handelen hebben deze kinderen een stem, zij het dat de ouders beslissen. De Euthanasiewet kent eenzelfde systeem al voor de kinderen tussen 12 en 16 jaar oud. Er is geen goede grond dat niet ook voor jongere kinderen te laten gelden. Voor de minderjarigen die ter zake géén gewogen inzicht hebben, verdient de regeling voor levensbeëindiging voor pasgeborenen uitbreiding. Daarbinnen gelden uiterst strikte criteria, die de arts in samenspraak met de ouders in staat stelt erger lijden te voorkomen, zonder dat de arts nadien wordt vervolgd. Deze oplossing in twee delen doet recht aan het uitgangspunt van ons euthanasiebeleid en aan de rechtspositie van minderjarigen: ook kinderen behoren niet onnodig te hoeven lijden.

Tim Vis is strafrechtadvocaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden