commentaarkolonialisme

Europese musea moeten hun Afrikaans kunstbezit aan ‘forensisch onderzoek’ onderwerpen

Drie beelden in het Quai Branly Museum in Parijs. De kunstwerken gaan naar een nieuw te bouwen museum in Benin City in Nigeria.Beeld EPA

Jarenlang was het thema voor westerse musea onbespreekbaar, maar sinds kort staat het prominent op hun agenda: de terugkeer van oude Afrikaanse kunst naar de landen van herkomst. Een door de Franse president ­Emmanuel Macron in het leven geroepen commissie beveelt de ‘repatriëring’ aan van kunstvoorwerpen die Franse musea in koloniale tijden hebben verkregen. Het zou gaan om ongeveer de helft van de 90 duizend objecten die tussen 1885 en 1960 van Afrika naar Frankrijk zijn verscheept.

De commissie gaat verder dan de deelnemers aan de ­Benin Dialogue, een conferentie over de bestemming van kunstvoorwerpen uit het voormalige koninkrijk Benin, die vorige maand in Leiden plaatsvond. Zij hebben afgesproken dat een deel van de collecties in etnografische musea in vijf Europese landen in bruikleen wordt afgestaan aan een nieuw te bouwen museum in Benin City, Nigeria. Daarbij gaat het overwegend om kunstvoorwerpen die na een Britse strafexpeditie in 1897 in Europa zijn terechtgekomen.

Voorstanders van restitutie beroepen zich op het principe dat oorlogvoerende landen zich niet aan elkaars kunstschatten vergrijpen. Tegenstanders en twijfelaars menen dat het Afrikaans kunstbezit in Europese musea onder betere condities wordt geconserveerd dan Afrikaanse zusterinstellingen kunnen bieden, en dat het als onderdeel van het werelderfgoed in Europa – vooralsnog – voor een groter publiek te bezichtigen is dan wanneer het naar Afrika zou worden overgebracht. Ook vrezen zij dat gerepatrieerde kunst verhandeld zal worden en dientengevolge helemaal uit het publieke domein verdwijnt.

Helemaal ongegrond zijn deze bedenkingen niet. De terugkeer van objecten naar Afrika – in bruikleen of als gift – zou dus altijd gepaard moeten gaan van de garantie dat ze een museale bestemming krijgen. Om te kunnen bepalen welke voorwerpen daarvoor in aanmerking komen, moeten ze – in de woorden van Stijn Schoonderwoerd van het Nationaal Museum van Wereldculturen – worden onderworpen aan ‘forensisch onderzoek’: hoe, wanneer en onder welke omstandigheden zijn ze verkregen? Met deze kennis zal de discussie over hun uiteindelijke verblijfplaats beter kunnen worden gevoerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden