OPINIE

Europese ministers: als het Verdrag van Istanbul sneuvelt, is dat een aanval op de veiligheid van vrouwen

Het Verdrag van Istanbul over geweld tegen vrouwen vindt niet langer weerklank in het Turkije van president Recep Erdogan. Maar ook binnen de EU groeit de weerstand. Een grote groep Europese ministers maakt zich zorgen.

Vrouwenprotest in Istanbul na de terugtrekking uit het verdrag door Turkije. Beeld EPA
Vrouwenprotest in Istanbul na de terugtrekking uit het verdrag door Turkije.Beeld EPA

Vandaag is het 10 jaar geleden dat het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld werd opengesteld en ondertekend in Istanbul. Het verdrag, dat het resultaat is van een reeks Europese initiatieven die in de jaren ’90 van start zijn gegaan, is op 1 augustus 2014 in werking getreden en staat sindsdien bekend als het Verdrag van Istanbul. Op dit moment hebben 33 landen het ondertekend, geratificeerd en ten uitvoer gelegd. Nog eens 11 landen hebben het ondertekend, maar nog niet geratificeerd. Eén land heeft zich onlangs uit het verdrag teruggetrokken.

Het Verdrag van Istanbul is een mijlpaal in de strijd tegen gendergerelateerd geweld. Het is het eerste juridische bindende Europese verdrag op dit gebied. Het omvat een reeks breed opgezette maatregelen om geweld te voorkomen, de slachtoffers ervan te beschermen en de daders te vervolgen. Het biedt de ondertekenende landen een reeks concrete maatregelen, zoals opvangcentra, hulplijnen en uitgebreide hulp voor slachtoffers van alle soorten geweld.

Naast deze concrete maatregelen wordt in het verdrag duidelijk gesteld dat geweld tegen vrouwen een schending van de mensenrechten en een vorm van discriminatie is. Het verdrag creëerde ook een juridisch kader op pan-Europees niveau en omvat een specifiek toezichtsmechanisme om ervoor te zorgen dat de bepalingen ervan worden uitgevoerd.

Impact

De uitvoering van het Verdrag van Istanbul heeft al een reële impact gehad op het leven van vrouwen en meisjes in Europa. Het heeft bijgedragen aan een grotere bewustwording van gendergerelateerd geweld in de samenleving en dat er in de nationale wetgevingen ambitieuzere normen voor beleid zijn opgenomen. Bovendien heeft het geleid tot meer opleiding voor beoefenaars van juridische beroepen, gezondheidswerkers en rechtshandhavers − een zeer belangrijke maatregel als we de obstakels voor de toegang tot de rechter voor slachtoffers van gendergerelateerd geweld uit de weg willen ruimen. Belangrijk is ook dat het maatschappelijk debat over deze kwestie is gegroeid.

Met grote bezorgdheid moeten wij vaststellen dat de weerstand tegen dit verdrag steeds groter wordt. Op het moment dat zich een gezondheids-, economische en sociale crisis voordeed, bevonden vrouwen zich in de frontlinie van de pandemie van het coronavirus en waren zij vaak werkzaam in de gezondheidszorg, de zorg, het onderwijs, de detailhandel of de schoonmaaksector. Tegelijkertijd nam het aantal meldingen van huiselijk en intiem partnergeweld in de eerste maanden snel toe, net als de vraag naar opvangtehuizen voor slachtoffers. Vrouwen en meisjes zaten vaak thuis opgesloten met hun daders tijdens sluitingen en uitgaansverboden. En toch zijn de stemmen tegen het verdrag luider dan voorheen.

Bescherming

Elke vrouw en elk meisje heeft het recht om vrij van geweld te leven. Het voorkomen van alle vormen van geweld is niet controversieel. De bescherming van slachtoffers van misbruik is niet controversieel. En bovenal: het is niet onderhandelbaar. En toch werd het verdrag vanaf het begin geconfronteerd met een nooit eerder geziene campagne van desinformatie en verkeerde interpretatie. Tegenstanders namen aanstoot aan de definitie van gender als sociaal construct in het verdrag of aan de eis dat lesmateriaal over niet-stereotiepe rolpatronen moet worden opgesteld.

Nog zorgwekkender is dat het verzet tegen het verdrag de laatste tijd ook afkomstig is van sommige regeringen en parlementsleden binnen de Europese Unie. Dit heeft onder meer ertoe geleid dat het ratificatieproces door sommige lidstaten is geblokkeerd en dat het ratificatieproces door de Europese Unie tot stilstand is gekomen. Één EU-lidstaat kondigde aan zich uit het verdrag te willen terugtrekken.

Het recente besluit van de Turkse regering van 19 maart 2021 om zich uit het verdrag terug te trekken, baart ons ernstige zorgen en toont aan dat de dreiging van intrekking reëel is.

Verontrust

Wij zijn diep verontrust door deze ongekende aanvallen op de rechten van vrouwen en hun veiligheid. Wij zijn solidair met vrouwen en meisjes in Turkije en daarbuiten. Wij doen een beroep op Turkije om op zijn besluit terug te komen.

Wij doen ook een dringend beroep op alle lidstaten van de Raad van Europa die dit nog niet hebben gedaan, dit baanbrekende verdrag te ondertekenen en te bekrachtigen. Wij hebben ons eraan verbonden en zijn vastbesloten te zorgen voor de uitvoering en handhaving ervan in onze landen en samen te werken om de door het verdrag gewaarborgde fundamentele waarden te beschermen.

De ondertekenaars van dit artikel

Nederland
Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met gendergelijkheid
Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken
Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming

Oostenrijk
Susanne Raab, minister van Vrouwenzaken, Gezinszaken, Jeugdzaken en Integratie

België
Sarah Schlitz, staatssecretaris voor Gendergelijkheid; Gelijke Kansen en Diversiteit
Sophie Wilmès, vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken

Frankrijk
Elisabeth Moreno, gedelegeerd minister voor Gendergelijkheid, Diversiteit en Gelijke Kansen bij het kabinet van de premier
Jean-Yves Le Drian, minister van Europa en Buitenlandse Zaken
Franck Riester, gedelegeerd minister van Buitenlandse Handel en Economische Aantrekkingskracht
Jean-Baptiste Lemoyne, staatssecretaris van Toerisme, Onderdanen van Frankrijk in het buitenland en Francofonie
Clément Beaune, staatssecretaris voor Europese Zaken

Duitsland
Franziska Giffey, minister van Gezinszaken, Ouderen, Vrouwen en Jeugdzaken

Estland
Signe Riisalo, minister van Sociale Bescherming

Denemarken
Peter Hummelgaard, minister van Gelijke Kansen.

Finland
Krista Kiuru, minister van Gezinszaken en Sociale Diensten
Thomas Blomqvist, minister voor Noordse samenwerking en gelijkheid

Ierland
Roderic O’Gorman, minister van Kinderen, Gelijkheid, Integratie, Gehandicapten en Jeugdzaken

Italië
Elena Bonetti, minister van Gelijke Kansen en Gezinszaken

Luxemburg
Taina Bofferding, minister voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen

Noorwegen
Ine Eriksen Søreide, minister van Buitenlandse Zaken

Spanje
Irene Montero, minister van Gelijke Kansen

Zweden
Märta Stenevi, minister van Gendergelijkheid en Huisvesting, verantwoordelijk voor stadsontwikkeling, anti-segregatie en anti-discriminatie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden