Opinie

Europa ziet alleen Orbáns cultuuroorlog, niet zijn nog sinistere ingrepen

De autoritaire Hongaarse leider Orbán lacht in zijn vuistje bij alle verontwaardiging over zijn anti-homowet bij het EK-voetbal. Het maakt hem thuis sterker bij zijn achterban, terwijl hij in het geniep een schaduwstaat opbouwt, waarschuwt Zsuzsanna Szelényi.

De Hongaarse premier Viktor Orbán op de EU-top in Brussel op 24 juni.  Beeld Reuters
De Hongaarse premier Viktor Orbán op de EU-top in Brussel op 24 juni.Beeld Reuters

De weigering van de Uefa om het verzoek van de burgemeester van München in te willigen het stadion van de stad in regenboogkleuren te verlichten tijdens de Euro 2020-voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Hongarije was gerechtvaardigd. Niet alleen omdat het sport en politiek zou hebben vermengd, maar ook omdat het contraproductief zou zijn geweest: de Duitse politicus zou in Orbáns nieuwste val zijn gelopen.

De burgemeester van München reageerde op de nieuwe wet die het door Orbán gedomineerde Hongaarse parlement een week geleden goedkeurde. Die wet verbiedt het verspreiden van informatie die homoseksualiteit zou propageren aan kinderen onder de 18 jaar. Organisaties die seksuele voorlichting geven op scholen hebben voortaan een vergunning nodig.

Verward met pedofilie

Het doel van dit wetsvoorstel was zogenaamd ‘kindermisbruik aan te pakken’, maar met een op het laatste moment doorgevoerde wijziging werd pedofilie opzettelijk verward met lhbti’ers. De wet volgt op twee recente besluiten van Orbáns regering om de lhbti-rechten in te perken: verhinderen dat transseksuelen hun naam in officiële documenten veranderen en het adoptierecht voor alleenstaanden (en paren van hetzelfde geslacht) ernstig inperken.

Vorig jaar nam József Szájer, het belangrijkste lid van het Europees Parlement van Orbáns partij Fidesz, zijn beroemde ontslag nadat hij een ‘homoseksfeest’ had bijgewoond dat een inbreuk vormde op de strenge afsluitingsmaatregelen in Brussel. Toen Orbán van het schandaal hoorde, zei hij: ‘Wat József Szájer heeft gedaan, hoort niet thuis bij de waarden van onze politieke familie, ... zijn daad is onaanvaardbaar en onverdedigbaar.’

De partijleider heeft niet gespecificeerd wat hij precies onaanvaardbaar vond: het feit dat Szájer homo was, het overtreden van de cipiersregels of de schandalige manier waarop hij werd betrapt, maar ik ben ervan overtuigd dat zijn verontwaardiging door het laatste werd ingegeven. Szájers seksuele geaardheid was vanaf het begin een publiek geheim in de Fidesz-partij, ook al is zijn vrouw Tünde Handó een prominente advocaat en de laatste genomineerde van Orbán voor het Hongaarse Constitutionele Hof. Het Szájer-verhaal werpt een licht op de hypocriete houding van Fidesz tegenover homoseksualiteit. Homo zijn is geen probleem binnen de Fidesz-partij, totdat het openbaar wordt gemaakt.

God, natie en familie

Toen Fidesz veranderde van een liberale in een conservatieve kracht in 1993, werd de partijslogan ‘God, natie en familie’. Fidesz besefte echter dat de publieke opinie in Hongarije steeds liberaler werd en stelde de onuitgesproken regel in dat iedereen elke seksuele geaardheid mag hebben, zolang die maar niet zichtbaar is. Een Fidesz-politicus zei onlangs nog: ‘Bij ons in Fidesz kan iedereen vrijelijk zijn seksuele identiteit aannemen.’

Waarom heeft Fidesz dan toch opzettelijk zulke provocerende wetten aangenomen om lhbti’ers in een kwaad daglicht te stellen? De belangrijke context vormen de parlementsverkiezingen in Hongarije in het voorjaar van 2022. In tegenstelling tot de vorige twee verkiezingen werkt de versnipperde Hongaarse oppositie nauw samen in een poging Orbán af te zetten.

Aangezien Fidesz en de oppositie volgens de peilingen net aan nek staan, zou Orbáns partij de verkiezingen over tien maanden kunnen verliezen, na twaalf jaar Hongarije te hebben omgevormd. Er staat dus voor alle partijen heel veel op het spel.

Samenzweringstheorie

Er zijn drie redenen waarom Orbán vorige week de anti-lhbti-wet heeft ingevoerd. Ten eerste maakt dit deel uit van een groeiende antiliberale samenzweringstheorie rond homopropagandisten die de wereld zouden overnemen, een effectieve manier om kiezers op het platteland te mobiliseren, de ‘normale mensen’ die moeten worden opgezet tegen het liberale, homogezinde Boedapest. Orbán moet elke stem van extreem- rechts binnenhalen.

De tweede reden is dat hij verdeeldheid wil zaaien in de oppositie, waar zeven partijen het moeizaam eens worden over welke kandidaat het in elk van de 106 kiesdistricten zal opnemen tegen de kandidaat van Fidesz. De fragiele coalitie omvat liberalen, socialisten, groenen en het rechtse Jobbik, dat voor de anti-homowet stemde, terwijl andere oppositiepartijen de stemming boycotten.

Tot slot was de cynische anti-lhbti-wet bedoeld om de Europese liberale verontwaardiging op te wekken om zo de aandacht af te leiden van andere ingrijpende en problematische wetsvoorstellen waarover op dezelfde dag werden gestemd.

Zo werd een begroting goedgekeurd die de regering de vrije hand geeft om onder de kiezers onbeperkt geld uit te geven, nog vóór de verkiezingen. En er werd een overheidsstichting opgericht om de particuliere Chinese campus van de Fudan Universiteit in Boedapest te huisvesten – te bouwen met een Chinese lening die de Hongaarse belastingbetaler tientallen jaren in de schulden zal steken, een Fidesz-stokpaardje. Ondertussen worden de oude Hongaarse universiteiten, die Fidesz ziet als bolwerken van de oppositie, de toegang ontnomen tot onderzoeksfondsen van de Hongaarse overheid en van de Europese Unie.

Staat binnen de staat

De Fidesz-partij heeft een paar maanden geleden dit soort stichtingen voor het beheer van openbaar bezit opgericht om staatsbezit en eigendommen – bijvoorbeeld universiteiten en snelwegen – uit te besteden aan door Fidesz geleide instellingen. Deze stichtingen, die worden bestuurd door personen die Fidesz heeft benoemd, zullen een schaduwstaat binnen de staat creëren die het een volgende regering onmogelijk zal maken om te regeren als Fidesz de verkiezingen verliest.

Helaas heeft deze reeks beslissingen, die de integriteit van de Hongaarse staat bedreigen, geen protest uitgelokt bij Ursula von der Leyen, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken of de Duitse regering. Die waren allemaal te druk bezig de anti-lhbti-wet in hun tweets te veroordelen, omdat ‘de wet indruist tegen alles wat wij als onze gemeenschappelijke Europese waarden beschouwen’. Net als de burgemeester van München zien ze alleen wat Orbán wil dat ze zien: de ideologische provocatie, de cultuuroorlog en de samenzweringstheorie.

Ondertussen werkt Orbán ongemerkt aan plannen om zijn invloed op het land te behouden, zelfs als hij wordt verslagen.

Zsuzsanna Szelényi is een voormalig Hongaars politicus en deskundige op het gebied van het buitenlandse beleid. Zij begon haar loopbaan bij Fidesz, die zij van 1990 tot 1994 in het parlement vertegenwoordigde. Zij is momenteel fellow van de Robert Bosch Academie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden