Europa, stop dat onderling gekibbel

Het is hoog tijd dat Europa een serieus buitenlands - en defensiebeleid krijgt. Europa kan een machtig blok vormen, maar is nu vrijwel tandeloos. Dat zal haar duur komen te staan.

Een tijdje geleden ging het programma Tegenlicht over de kwetsbaardheid van onze energievoorraden en netwerken. Een geopolitiek expert schetste een scenario waarbij een van de hoofdterminals voor olietankers in de Perzische Golf werd uitgeschakeld door een bomaanslag, met enorme olieschaarste tot gevolg. Dit scenario had plaats ergens in het derde decennium van deze eeuw.

De expert vertelde hoe, in het verleden, Europa tijdens dit soort crises altijd
1-800 USNAVY heeft gebeld. Dat heeft meestal goed uitgepakt, omdat de VS tot nu toe altijd over voldoende militaire middelen hebben beschikt om tegelijkertijd hun eigen belangen en die van hun Europese bondgenoten veilig te stellen.

Admiraals
De vraag was nu: wat als, met opkomende supermachten als China en India, de VS al die middelen nodig hebben om haar eigen belangen te behartigen? En wat als die belangen verschillen van de Europese? Kortom: wat doet Europa als de admiraals aan de andere kant van de lijn niet opnemen?

Het zal met zo'n vaart niet lopen. Europa en de VS zijn nog altijd de twee meest natuurlijke bondgenoten in de wereld. Maar het is niet uitgesloten dat zo'n moment er komt: tien, twintig jaar van nu. Bovendien gaat het niet alleen om de vraag of de VS altijd zullen willen – waarschijnlijk zullen de belangen van Europa en de VS bijna altijd samenvallen – maar of ze altijd zullen kunnen. Dus nogmaals de vraag: wat te doen in zo'n geval?

Geen bevredigend antwoord
Er is op dit moment voor Europeanen geen bevredigend antwoord op deze vraag. Weliswaar zijn in het kader van een gemeenschappelijke defensiepolitiek stappen voorwaards gezet, zoals het creeëren van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB). Ook zijn de Europese Battlegroups geformeerd, een totaal van zestigduizend troepen die een Rapid Reaction Force vormen en ingezet kunnen worden als de GBVB hierom vraagt. Bijvoorbeeld voor vredesmissies, humanitaire missies en crisismanagement.

Dat klinkt allemaal heel indrukwekkend. In zekere zin is het dat ook: nooit eerder is Europa zo ver gegaan in het afstemmen van het veiligheids- en defensiebeleid op elkaar. Dit is echter een prestatie die nogal gerelativeerd moet worden, om de simpele reden dat Europa eigenlijk nooit eerder serieus, op Europees niveau en zonder de Amerikanen, aan integratie van het veiligheidsbeleid heeft gedaan – zeker niet van concrete zaken zoals defensie.

Militaire arm
Zo was ooit de Europese Defensiegemeeschap bedoeld als militaire arm van de vroege Europese integratie. Dit is echter nooit van de grond gekomen: het verdrag liep stuk in het Franse parlement in 1954. Wel werd de West Europese Unie in 1948 opgericht. Deze organisatie werd geschapen in het kader van de Koude Oorlog om tegengewicht te bieden aan het Warschaupact. Dat werd al snel gedaan door de NAVO, dus de WEU werd spoedig als overbodig gezien. Volgend jaar zal de WEU een zachte dood sterven, na drieënzestig jaar irrelevant te zijn geweest.

Nu is er dus de Rapid Reaction Force, maar of deze ooit een effectieve militaire macht zal vormen is zeer de vraag. Op de korte termijn ziet het daar niet naar uit. De belangrijkste reden hiervoor is het gebrek aan consensus. Het is natuurlijk niet zo moeilijk om het eens te worden over goede doelen: mensenrechten, crisisbestrijding enzovoorts. Maar als puntje bij paaltje komt en er geld moet worden uitgegeven om manschappen uit te zenden, maakt vaak de laagste gemene deler het beleid uit.

Besluitvorming
De belangrijkste reden voor dit gebrek aan slagvaardigheid is de besluitvorming. Defensie- en buitenlands beleid werd en wordt bijna geheel op intergouvernmentele basis bepaald. Dit houdt in dat landen er onderling uit moeten komen, in de Raad van de Europese Unie, naast het Europarlement een van de belangrijkste besluitvormingsorganen van de EU. In deze Raad moet over het GBVB, waar uiteindelijk het gezamenlijk defensiebeleid uit vloeit, vrijwel altijd unanimiteit worden bereikt, enkele uitzonderingen daargelaten.

De Raad kan bovendien beleidsinitiatieven nemen. Op Europees niveau zijn deze bevoegheden, initiatief en controle, gesplitst tussen de Europese Commissie en het Europees Parlement: een veiliger en democratischer scheiding van machten.

Mis?
Wat is hier dan eigenlijk mis mee? Het probleem met de Raad van de EU is dat zij wordt gevormd door de ministers van individuele lidstaten. Het gevolg hiervan is dat het meer een arena wordt om onderling de eigen belangen zoveel mogelijk te behartigen, in plaats van een eenduidige Europese koers te varen waar uiteindelijk iedereen belang bij heeft. Wat dat op economisch gebeid betekenmt zien we dagelijks om ons heen.

Omdat het GBVB bij de Raad van de EU is ondergebracht wordt in de huidige situatie maar zelden een snelle, eenduidige beslissing genomen als het erop aankomt. Dit is een belangrijke reden voor het gebrek aan 'hard power' om de aanzienlijke 'soft power' van de EU van directe slagkracht te voorzien.

Daarmee bedoel ik niet dat het wenselijke zou zijn dat de EU altijd gebruik maakt van hard power. Het ligt in de aard van de EU om allereerst de dialoog aan te gaan en omstandigheden te creeëren waardoor het gunstiger is voor landen om mee te gaan in de koers die de EU uitzet. In heel veel gevallen levert dit ook veel resultaat op. Wanneer dit niet zo is heeft de EU echter momenteel geen stok achter de deur.

Kwalijk

Dit is een kwalijke situatie: individueel kunnen de lidstaten op het wereldtoneel, zelfs de allergrootste, weinig uithalen op het gebied van soft power, noch hard power. De EU is er voor om de belangen van Europese burgers te behartigen, ook op het terrein van buitenlands beleid. De EU kan dit inmiddels al redelijke goed als het op soft power aankomt. De hard power component ontbreekt vooralsnog.

Daarom zou het zinnig zijn om op termijn de bevoegdheden op buitenlands terrein meer overgeheveld worden naar de Europese Commissie en het Europees parlement. Voorwaarde is dan wel dat de Commissie democratischer tot stand komt: nu wordt door lidstaten onderling bekonkeld wie erin komt, waarna het Parlement ja of nee mag zeggen.

De lidstaten van de Unie moeten onder ogen zien dat de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw niet meer door organen uit de twintigste eeuw kunnen worden getackeld. Klimaatverandering, de opkomst van China, internationaal terrorisme: het vraagt allemaal om een gezamenlijke aanpak door de EU, niet gefragmenteerd gekibbel tussen de lidstaten.

Irak
Bedenk hoe zaken in de afgelopen tien jaar anders hadden kunnen lopen, ook voor Nederland op zich. Met een EU-kader voor buitenlandse betrekkingen en defensie had Nederland zich, binnen het geheel van de Europese stem, kunnen uitspreken tégen de leugenachtige en illegale oorlog in Irak, omdat er een veilig en sterk blok zou zijn waar we onze belangen gewaarborgd zien.

Hetzelfde geldt voor hopeloze missie in Afghanistan: Nederland en Europese landen in het algemeen doen mee uit respect voor de VS, blijkt nu dankzij WikiLeaks. Maar iemand die zichzelf respecteert en uit een positie van kracht standpunten inneemt hoeft niet zijn respect te betuigen door altijd te doen wat door een ander van hem gevraagd wordt. Met een Europees kader voor buitenlands en defensiebeleid zou Europa die kracht hebben.

Voorwaarts
Het verdrag van Lissabon is een goede stap voorwaarts: dingen die de hele EU aangaan worden al soepeler geregeld doordat er op minder terreinen unanimiteit vereist wordt in de Raad. De Raad zelf is echter een achterhaald orgaan, dat op termijn haar verantwoordelijkheden zal moeten afstaan aan de uitvoerende en wetgevende machten van de EU, respectievelijk de Commissie en het EP.

Naast economisch beleid zijn buitenlands- en defensiebeleid bij uitstek terreinen waar veel gewonnen kan worden door verdere integratie, maar ook juist die beleidsonderdelen waar lidstaten het meest terughoudend in zijn als het gaat om overhevelen van bevoegdheden. Historisch begrijpelijk, maar voor de toekomst heel jammer.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden