Column The New York Times

Europa redden? Kijk naar Polen, waar de crisis ook kansen biedt

Velen zien Polen tegenwoordig als een waarschuwing voor Europa: een land dat zich in rap tempo afkeert van de liberale democratie. De partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), die nu vier jaar aan het bewind is, vertegenwoordigt volgens velen enkele van de zorgwekkendste trends in Europa.

Inderdaad heeft de democratie te lijden onder PiS. Maar er moet over Polen ook een ander verhaal verteld worden, over hoe liberalen leren vechten voor de democratie.

Als PiS en verwanten het bij de Europese verkiezingen over het hele continent goed doen, zal dat volgens veel mensen een steun zijn voor andere niet-liberale partijen. Daarom is het belangrijk om lessen te trekken uit de Poolse situatie. 

PiS schetst een zwart-witbeeld van de Poolse samenleving. Zo wordt beweerd dat er twee tegengestelde Polens bestaan, een van ‘solidariteit’ en een van ‘liberalisme’. Dat heeft vervelende gevolgen gehad, maar inmiddels weet de liberale oppositie deze polarisering in haar voordeel te gebruiken. Als de politiek daadwerkelijk, zoals PiS beweert, draait om ‘wij tegen zij’, moeten we niet vergeten dat ‘wij’ met meer zijn.

In februari hebben bijna alle partijen die tegen PiS zijn – van de Conservatieven tot de Groenen – zich voor de Europese verkiezingen verenigd in de Europese Coalitie. Deze partijen hebben elkaar gevonden in hun streven om nog iets van de democratie en de rechtsstaat te beschermen, en in hun steun voor de Europese Unie.

Dat is niet eenvoudig. Elke partij moet tot pijnlijke compromissen bereid zijn: de economisch liberalen moeten zich neerleggen bij een zekere mate van herverdelingsbeleid; de linkse partijen moeten tijdelijk iets van hun maatschappelijke doelen opgeven, zoals verruiming van de abortuswet. Dat betekent niet dat de politici in deze coalitie net doen alsof er geen verschillen tussen hen bestaan. Maar door hun meningsverschillen terzijde te stellen en door niet zozeer met één stem te spreken maar met vele stemmen dezelfde boodschap uit te dragen, maken ze duidelijk dat de niet-liberale verdeel-en-heersstrategie niet gaat werken.

Niet-liberale politici hebben goed door dat in het tijdperk van sociale media politiek vooral entertainment is. Ze weten hoe ze de aandacht kunnen vasthouden en met een mengeling van humor, hoon en venijn weten ze de burgers te amuseren of angst aan te jagen – of allebei.

In Polen trekken politici van PiS de aandacht met schandelijke uitspraken. Zo zei partijleider Jaroslaw Kaczynski over vluchtelingen dat ze ‘parasieten en protozoa’ meebrachten.

In de eerste jaren dat PiS aan de macht was, was de oppositie zo druk met reageren op iedere provocatie dat er amper tijd was om na te denken. Gaandeweg hebben ze echter geleerd politiek te bedrijven op twee snelheden. Natuurlijk is het belangrijk om PiS op internet te bestrijden door te reageren op hun provocerende berichten. Tegelijkertijd is het belangrijk om na te denken over de langere termijn. Soms moet je je telefoon – en je politiek – in de ‘vliegtuigstand’ zetten, even de waan van de dag negeren en werken aan een democratische agenda.

Sinds begin 2017 werkt de Poolse oppositie aan een geheel nieuw programma. Liberale partijen en organisaties hebben congressen gehouden over herstel van de rechtsstaat en van overheidsinstellingen, maar we weten dat dat niet genoeg is. Wij liberalen beseffen dat we, om te winnen, andere onderwerpen en ander beleid moeten aansnijden, zoals ecologie, gezondheidszorg en welzijn. Protesteren tegen schendingen van de rechtsstaat is, hoe gerechtvaardigd ook, reactief. Alleen door een rijke democratische agenda op te stellen, kunnen we de schade die de huidige regering heeft aangericht repareren. Daarmee zijn we nu begonnen en het lijkt te werken, vooral op maatschappelijke thema’s als lhbti-rechten. Nu worden de niet-liberalen gedwongen te reageren op wat de liberalen te berde brengen.

De huidige strijd voltrekt zich in de context van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Voor de meeste kiezers staat Brussel gelijk aan ‘saai’, de belichaming van afstandelijke, ontoegankelijke politiek. Tientallen jaren hebben Europese liberalen gedacht dat ze zich niet druk hoefden te maken over verkiezingen omdat het complexe systeem er wel voor zou zorgen dat hun politiek en beleid gewoon door zouden gaan.

De opkomst van niet-liberale nationalisten heeft die denkwijze aangetast. Die politici bieden politiek met hartstocht, gebaseerd op sterke identiteiten, radicalisme en polarisatie.

Deze crisis biedt dus ook kansen. De vorming van de Europese Coalitie laat zien dat de liberalen in Polen beginnen te begrijpen dat niemand een natuurlijk recht kan claimen om de politiek te domineren en dat we het niet aan advocaten en technocraten kunnen overlaten om onze waarden te beschermen. We moeten toekomstgerichte bewegingen bouwen die brede lagen van burgers en kiezers aanspreken.

De les voor de andere landen in Europa is deze: zorg dat je je op creatieve wijze aanpast aan de uitdagingen van de 21ste-eeuwse politiek. Niet-liberalen handelen in angst en nostalgie; liberalen moeten hulp bieden in plaats van defaitisme te cultiveren.

Karolina Wigura en Jaroslaw Kuisz zijn verbonden aan Kultura Liberalna (‘Liberale cultuur’), een mediaorganisatie die streeft naar een open maatschappij, pluralisme en wederzijds respect.

Dit is een ingekorte versie van de column van Karolina Wigura en Jaroslaw Kuisz in The New York Times. Vertaling: Leo Reijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden