Europa kijkt weer naar Duitsland

Twintig jaar na de val van de Muur zal Duitsland zich assertiever gaan roeren in Europa dat het niet zal redden zonder Duitse stuurmanskunst.

De val van de Berlijnse Muur die vandaag feestelijk herdacht wordt, is zonder twijfel het hoogtepunt van de naoorlogse Europese geschiedenis. In de vele herdenkingen lijkt iedereen een aandeel in deze wereldhistorische gebeurtenis te willen opeisen. Succes heeft vele vaders.

Nerveus
Dat veel West-Europese landen met Engeland en Frankrijk voorop zeer nerveus waren over het perspectief van een Duitse eenwording en actief lobbyden om dit te verhinderen, is een pijnlijke kwestie waaraan we nu liever niet worden herinnerd.

De angst en onzekerheid over wat een herenigd Duitsland voor Europa zou betekenen, was groot. Zou de eenwording leiden tot een golf van nationalisme, en zou Duitsland nog wel zo gecommitteerd blijven aan de Europese zaak? En wat zouden de gevolgen zijn van de eenwording voor de machtsverhoudingen in Europa? Zou het fragiele evenwicht niet worden verstoord?

De schrikbeelden zeggen vooral iets over het verwrongen Duitslandbeeld van de politieke elites in 1989. De oude stereotypen werden nog steeds gekoesterd, ook al had de Bondsrepubliek al veertig jaar bewezen een stabiele en betrouwbare democratie te zijn.
Voor Duitsland was het van het grootste belang de twijfels en angsten zo snel mogelijk weg te nemen en te bewijzen dat ook het verenigd Duitsland een loyale en geëngageerde Europese bondgenoot zou zijn.

Opgeven
Helmuth Kohl besefte dit als geen ander en wilde het nieuwe Duitsland zo snel mogelijk nog verder in Europa integreren, zodat elke twijfel over een mogelijke Duitse Alleingang werd weggenomen. Om dit te bereiken was hij zelfs graag bereid de Duitse Mark op te geven.

Hoewel de integratie van de beide Duitslanden veel duurder bleek en trager verliep dan gehoopt, hinderde deze nationale opgave hem niet om zich vooral als Europees staatsman te profileren. De Bondsrepubliek nam niet alleen telkens weer het initiatief in handen, zij trok ook regelmatig de portemonnee om landen over de streep te trekken. Het is vooral aan de grote Duitse inzet te danken dat het integratieproces niet is gestokt en het de immense klus van de uitbreiding heeft kunnen klaren.

Prestatie
Nu, twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur heeft dit proces met het verdrag van Lissabon zijn voorlopige einde gevonden. Van de aanvankelijke angsten horen we niets meer. Duitsland wordt nu als een normaal land ervaren dat geen bijzondere gevoelens zoals vroeger meer oproept. Dit is een prestatie van formaat. Het effect ervan is echter wel dat men ook in Duitsland er steeds minder voor voelt om een bijzondere historische verplichting voor Europa toegeschoven te krijgen. Het land maakt pas op de plaats.

Niet langer voortgestuwd door de noodzaak zichzelf en anderen te moeten bewijzen van de Europese gezindheid, kan de Duitse regering vaker en uitdrukkelijker eigen nationale belangen op de voorgrond plaatsen. Bovendien zijn de problemen als gevolg van de nog altijd kostbare eenwording en de financiële en economische crisis zo groot dat het Euro-enthousiasme en het draagvlak onder de bevolking om offers voor Europa te brengen, snel afkalft. De Bondsrepubliek zal in de toekomst niet langer de rol van betaalmeester voor Europa vervullen.

Ook het Duitse constitutionele hof heeft in zijn uitvoerige Lissabon-oordeel het belang van de nationale staat beklemtoond en duidelijke grenzen gesteld aan de overdracht van soevereiniteit aan Brussel. Duitsland is uit zijn post-nationale droom ontwaakt, waarin de nationale staat zou afsterven en Europa het nieuwe vaderland zou worden. Dit getuigt van realiteitszin. Het betekent voor de andere lidstaten ook dat Duitsland zich in de toekomst steeds assertiever zal opstellen.

Sturing
De bereidheid van Duitsland om sturing te geven aan Europa lijkt ook af te nemen. Bij de verdeling van nieuwe Europese posten heeft Duitsland zich zeer terughoudend opgesteld. Dat Merkel niet met eigen kandidaten is gekomen, kan nog simpel verklaard worden. Theoretisch komen voor het presidentschap Kohl en Schröder in aanmerking, maar beiden zijn geen reële opties. Voor de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken wordt Joschka Fischer wel genoemd, maar hij is toch echt van de verkeerde partij.

Dat Merkel Günter Oettinger als Duitse commissaris naar voren heeft geschoven, is echter geen goed signaal. Door de stuntelende en weinig charismatische minister-president van Baden-Württemberg op deze manier weg te promoveren, geeft ze aan weinig belang te hechten aan de Duitse plek in de commissie.

Aanjager
Nu Duitsland zich niet langer opstelt als de aanjager van de EU, dreigt het integratieproces te stokken. En dat terwijl de internationale uitdagingen voor Europa groter zijn dan ooit. Net als tijdens de val van de Berlijnse Muur neigen de landen van Europa er naar op een onzekere omgeving en ongewisse toekomst te reageren met nationale reflexen.

Mede uit angst aan macht in te boeten of buurlanden competitieve voordelen te gunnen, houdt men het buitenlandse beleid liever in eigen hand. De kleine verschillen in de politiek tussen de hoofdsteden worden weer als parels van nationale soevereiniteit gekoesterd.

En daarom kijken we twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur toch allemaal weer naar Duitsland. Niet omdat het land nog steeds zijn Europese gezindheid en engagement moet bewijzen, maar omdat Europa zonder Duitse stuurmanskunst al snel een dobberend schip wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.