OPINIE

Europa heeft te hoge dunk van grootmachten Azië

Europa heeft een te hoge dunk van opkomende Aziatische grootmachten als China, betoogt Jonathan Holslag, en heeft te weinig oog voor de enorme spanningen die bestaan in en tussen die landen.

Chinese forensen staan in de rij voor een securitycheck in een metrostation in Peking. Beeld getty

Professoren, politici, ondernemers en studenten, velen staren met open mond hoe Azië zichzelf met zijn eindeloze drommen arbeiders, zijn fabriekshallen, zijn prestigeluchthavens en ontelbare wolkenkrabbers naar de top van de internationale orde stuwt. Jazeker, de Aziatische werklust en ambitie zijn aanstekelijk. Azië werkt op Europa als viagra op een oudemannetjeshuis.

Beeld Valentina Vos

De Vlaamse politicoloog en Chinakenner Jonathan Holslag (1981) behandelt in Vonk acht grote thema's voor de toekomst. Eerder dit jaar publiceerde hij De kracht van het paradijs Hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw. Aan de Vrije Universiteit Brussel doceert hij internationale politiek.

Eigenaardig genoeg zien veel Aziaten het anders en dat laten ze blijken ook. De voorbije jaren rolde er een golf van sociale onrust door de regio. Sinds 2000 zette Azië een jaarlijks groeicijfer neer van ruim 6 procent. Dat is fors, maar de inflatie steeg jaarlijks met 4 procent en wiste dus het grootste deel van de koopkracht uit. De groei vertaalde zich in een jaarlijkse toename van de werkgelegenheid van slechts 0,8 procent. De bevolking tussen 16 en 65 groeide tezelfdertijd met 1,1 procent per jaar. Honderden miljoenen Aziaten blijven dus afhankelijk van informele baantjes of onzekere inkomsten uit kleine landbouwperceeltjes. Er is ontevredenheid over corruptie en het uitblijven van politieke vrijheid, hetgeen deze week nog eens werd bevestigd in Hongkong.

Belangrijk is dat prestaties van de meeste Aziatische landen verbleken bij China's steile klim. Dikten de inkomens in Azië sinds 2000 jaarlijks gemiddeld met zowat 50 euro aan, dan was dat in China bijna 150 euro. China heeft sinds de eeuwwisseling het leeuwendeel van de Aziatische industriële sector naar zich toegetrokken en de andere landen gedrongen in een rol van grondstoffenleverancier, afzetmarkt of er, zoals Laos en Cambodja, een vakantiepark van gemaakt.

Het probleem met China is dan weer dat de Communistische Partij biljoenen euro's spaargeld van de gezinnen op het spel heeft gezet om die industrie te ontwikkelen en dat veel van de fabrieken niet kunnen overleven zonder export of nog meer financiële hulp. Door de beperkingen op kapitaaluitvoer hebben gezinnen weinig andere keus dan hun geld naar de staatsbanken te brengen, die het dan goedkoop aan bedrijven en overheden uitlenen. Dat brengt ons meteen bij een eerste spanningsveld: net nu de Chinese bevolking van de rijkdom geproefd heeft, willen de buurlanden hun welvaart veiligstellen. Japan wil bijvoorbeeld voorkomen dat zijn industriële basis verder wegkwijnt en India wil honderd miljoen nieuwe banen in de industrie.

Nieuw Middenrijk

Als China ooit een rijk land wordt, kan het ook meer investeren in de industrie van armere landen, maar op korte termijn wil het zelf nog meer en vooral betere fabrieken. Eigenlijk bereikt China het punt waarop industrialiserende landen in het verleden rijken begonnen te bouwen. Peking is er als de dood voor om als nieuw rijk te worden bekeken. In plaats van oorlogsschepen stuurt het handelsdelegaties die door middel van eindeloze kredieten, het scheppen van positieve verwachtingen en het financieren van handelsroutes alsnog de toegang tot grondstoffen en afzetmarkten veiligstellen.

Ook zonder geweld blijft het resultaat dat er een Aziatische machtsorde ontstaat waarin alle wegen naar Peking leiden. Hoezeer de Volksrepubliek ook vasthoudt aan het principe van gelijkheid tussen landen, de uitkomst van wat China wil, kan alleen maar een nieuw Middenrijk zijn. De controle over grensgebieden als Tibet, Xinjiang, Taiwan en de Zuid-Chinese Zee betekent automatisch de controle over cruciale strategische waterreserves, grondstoffen en doorvoerroutes. Met 1,3 miljard inwoners impliceert de ambitie om een rijk land te worden onvermijdelijk dat het bijna alle andere buurlanden, op India na, zal overschaduwen en ook over de meeste middelen beschikt om te investeren in militaire macht.

Vreedzaam of agressief

Ik beticht Peking er niet van bewust aan expansionisme te doen. De meeste Chinese diplomaten die ik dit voorleg, kijken me doorgaans met grote ogen aan. Vaak zijn zij er heilig van overtuigd dat China enkel welvarend kan worden als Azië vreedzaam blijft en hun land daartoe ook flinke inspanningen levert. De ambitie om een rijk land te worden, is legitiem en dat geldt ook voor het recht te investeren in defensie. Ik geloof zelfs dat veel van China's territoriale eisen minstens evenzeer steekhouden als die van zijn buurlanden. Kortom, het zou fout zijn om China als een opkomend rijk van het kwade te beschouwen, maar een rijk blijft een rijk. Het is intimiderend en bedreigend.

Net dat aspect van Azië zien we in Europa vaak over het hoofd. Omdat Japanse autofabrieken in China investeren of omdat Chinezen de palmboomstranden in Thailand wel weten te waarderen, is het nog niet zo dat Azië de spanningen te boven komt. Nog nooit waren de economische relaties tussen China en landen als Japan, Vietnam en de Filipijnen zo verstrengeld en nog nooit was het publieke wantrouwen zo groot. China kan dan wel beloven dat het geen agressieve macht zal zijn, maar garanties zijn er niet en, trouwens, wat is agressie? Militaire macht gebruiken om eilanden te verdedigen die Peking als eigen territorium beschouwt, is vanuit Chinees perspectief niet agressief, maar puur defensief.

Een billboard in de metro van Beijing. Beeld ap

Sommige cynische strategen zullen beweren dat we blij mogen zijn met nucleaire wapens, omdat enkel die landen manen tot voorzichtigheid. Ik ben daar minder van overtuigd. Eigenlijk zitten we vandaag al in de drôle de guerre (schemeroorlog). Aziatische landen dialogeren erop los, sluiten akkoorden, drijven handel, maar brengen ook alles in gereedheid voor een meedogenloze strijd om invloed. Op economisch vlak wordt gestreden met muntdevaluaties, streven naar exclusieve handelsblokken, harde industriepolitiek en regelrecht protectionisme ook al wordt dat graag verkocht als vrijhandel.

Op militair vlak gaat het nog harder. Het belangrijkste strijdperk is de maritieme zone tussen het Aziatische continent, Japan en de Zuidoost-Aziatische archipel. Ik heb het ooit de Balkan van Azië genoemd, maar het Aziatische Rijnland is door de talrijke grensconflicten wellicht meer toepasselijk. De strijd gaat er om meer dan de controle van wat rotsen, olievelden en visgronden. Landen als China gaan ervan uit dat als een stuk zee tot hun exclusieve zone zou behoren, zij de bevoegdheid hebben strijdkrachten van andere landen de toegang te ontzeggen. Dan is er nog Taiwan. Nu steeds meer Taiwanezen een eenwording niet zien zitten, is het allerminst zeker dan het geschil met Peking vreedzaam zal aflopen.

Geavanceerd vangnet

China heeft de voorbije tien jaar bijna meer geïnvesteerd in defensie dan alle buurlanden samen. Japan, India en Vietnam proberen tegenwicht te bieden door China in te sluiten in een web van partnerschappen, maar uiteindelijk rekenen ze allemaal op Amerika. De VS hebben afgelopen jaar een geavanceerd vangnet klaargezet. Met nieuwe satellieten, onbemande vliegtuigen, een netwerk van sensoren op de zeebodem en krachtige radars langs de hele eerste eilandenketen wordt elke beweging van China gevolgd. P8-vliegtuigen staan klaar in Japan om China's geduchte onderzeebootvloot te treffen.

Die kwetsbaarheid is de belangrijkste reden voor Peking om met een vijftal vliegdekschepen, moderne destroyers en nieuwe nucleaire aanvalsonderzeeërs permanent in de Stille Oceaan te blijven en er de Amerikaanse superioriteit te doorbreken, hetgeen de Amerikanen dan weer aanzet om torpedo's te ontwikkelen die zichzelf activeren als er een Chinese onderzeeër voorbijvaart, of nieuwe kruisraketten en de capaciteit om via elektronische en cyberaanvallen het Chinese commandosysteem lam te leggen. Die onzichtbare wapenwedloop kan grote consequenties hebben voor oorlogvoering.

De kans is groot dat confrontaties met kleinere staten escaleren of dat de grootmachten partij kiezen in een conflict tussen kleinere landen. Ook het toenemend nationalisme in Japan en India kan voor problemen zorgen, zeker aangezien China grensconflicten met hen heeft en een lange geschiedenis van rivaliteit. Ik geloof niet dat de huidige sterke politici, Shinzo Abe en Narendra Modi, de economische uitdaging in hun land snel genoeg zullen kunnen aanpakken. Daardoor rijst de vraag of India en Japan nog een vuist zullen ballen tegen China voordat zij daar eigenlijk niet meer toe in staat zijn en moeten leven in de Chinese schaduw.

Ik vermoed helaas dat die kans klein is, vooral in het geval van Japan. De historische wrok tussen de twee landen is fenomenaal en Japan heeft nu ook zijn militaire modernisering versneld. Aanvaringen in de Oost-Chinese zee nemen toe. Het groeiend verzet in Taiwan tegen hereniging met de Volksrepubliek heeft eveneens een negatieve uitwerking op de verhouding tussen Peking en Tokio, om nog maar te zwijgen over Noord-Korea. Neem daarbij dat de economische onzekerheid in de twee landen snel groter wordt en externe vijandsbeelden politiek interessanter worden, en je schept een wel zeer brandbare cocktail.

Hoe de spanningen in Azië ook aflopen, nu reeds is duidelijk hoe de rivaliteit tussen de grootmachten het ook voor Europa moeilijker maakt om te gaan met brandhaarden als Syrië. Het wantrouwen tussen China en het Westen bemoeilijkt beslissingen in de VN-Veiligheidsraad en laat landen als Rusland, Turkije of Saoedi-Arabië toe het Westen uit te spelen tegen het Oosten. De wapenwedloop waaiert uit naar de ruimte of de cybersfeer. Geavanceerde wapensystemen hangen daarvan af en dus stellen de grootmachten alles in het werk om elkaars communicatie en commandoketens te kunnen treffen.

Een bewaker houdt de rijen op een chinees station in de gaten. Beeld reuters

Geopolitiek analfabetisme

Veel politici willen dan ook dat Europa een actievere rol gaat spelen in Azië, zijn economische belangen verdedigt, mee onderhandelt in Aziatische conflicten en zelfs de Verenigde Staten militair bijstaat. Geopolitiek analfabetisme speelt ons daarbij duidelijk parten. Om te beginnen is het slechts schijn dat Azië, zoals we vaak van onze diplomaten horen, belangstelling heeft om het Europees model van regionale integratie over te nemen. Ook de economische impact van Azië is, hoe vreemd dat ook klinkt, klein. Een aantal grote multinationals mag dan flink in Azië geïnvesteerd hebben, maar wat daarvan aan inkomsten terugvloeit naar Europa is gering.

Europese landen in hun kleine uithoekje van die roerige Euraziatische landmassa zijn op elkaar aangewezen. Net zoals gold voor de gordel van onzekerheid, die zich van Gibraltar over het Midden-Oosten uitstrekt tot in Wit-Rusland, zouden we het voortouw moeten nemen in de ontwikkeling van een groeimodel dat meer kansen schept en daardoor de economische onzekerheid en rivaliteit tempert. Maar we kunnen er niet omheen: we zullen ons ook geopolitiek moeten positioneren.

Onze geopolitieke prioriteiten vallen niet noodzakelijk samen met die van de Verenigde Staten. In plaats van mee de draai naar Azië te maken, zouden wij onze positie tegenover de Aziatische grootmachten moeten versterken door de samenwerking met landen als Turkije, Iran en Rusland te herstellen, door onszelf onmisbaar te maken in Afrika, het Midden-Oosten, het Zwarte Zeegebied en het hoge noorden en uiteindelijk de harde macht te behouden om de Aziatische grootmachten te raken waar zij het kwetsbaarst zijn: hun lange aanvoerlijnen naar het Midden-Oosten en Afrika. Dat is waar we het meest kunnen bijdragen aan onze veiligheid ten opzichte van de Aziatische grootmachten, maar ook het meest druk kunnen uitoefenen als het in Oost-Azië ooit zou komen tot een gewapend conflict.

Het zou fout zijn om China als een opkomend rijk van het kwade te beschouwen, maar een rijk blijft een rijk: intimiderend en bedreigend

Een vrouw daalt af naar het metrostation in het zakendistrict van Peking. Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.