OpinieGeopolitiek

Europa, blijf terughoudend in het Midden-Oosten

Het verwijt dat Europa zich internationaal slap opstelt, is niet helemaal terecht, betoogt Chams Eddine Zaougui.

Demonstranten buiten de Amir Kabir universiteit in Teheran, hier braken protesten uit na het neerhalen van een Oekraïens passagierstoestel.Beeld AFP

Er wordt tegenwoordig nogal klagerig gedaan over de rol van Europa in het Midden-Oosten. Pardon, over hoe Europa géén rol speelt. En dat terwijl er zich zo veel belangrijke ontwikkelingen voordoen in het Midden-Oosten. Ontwikkelingen die van invloed zijn op Europa.

Denk aan de eb en vloed van volksprotesten. De oorlogen in Jemen en Syrië. De desintegratie van Irak. Saoedi-Arabië en Iran die hun invloed in de regio proberen te vergroten en zo in elkaars vaarwater terechtkomen. De dreiging van terrorisme. De burgeroorlog in Libië. De liquidatie van de Iraanse top­generaal Qassem Soleimani door de Verenigde Staten.

En wat doet Europa? Zeuren. Zeuren over de toestroom van vluchtelingen en oproepen tot kalmte en de-escalatie. Hoe irrelevant kunnen we onszelf maken? De geopolitieke power brokers in het Midden-Oosten zijn Rusland, de VS, Turkije, Iran en ­Saoedi-Arabië. Zo machteloos en voorzichtig als Europa zich gedraagt, zo assertief en stoutmoedig gedragen die landen zich. Zij steunen hun bondgenoten niet alleen in woorden, maar ook in daden. Zij durven hun tegenstanders aan te pakken. Zij zitten aan de onderhandelingstafel. Zij durven risico’s te nemen om hun eigen belangen te ­verdedigen.

Het contrast met Europa kan niet groter. Onze leiders belichamen die slappe internationale houding die ons continent tot mikpunt van spot maakt: ze zijn kleurloos, saai, onopvallend, afwachtend. Redacteur Arnout Brouwers omschrijft Europa als een ‘lijdzaam ogende missionaris, die ook nadat hij is gevloerd, zalvend door blijft praten. En die na elke klap zijn opponent nog inniger omhelst’. (Ten eerste, 10 januari) Arm Europa.

Ik vind die kritiek – die al dateert van voor het uitbreken van de Arabische opstanden, negen jaar geleden – niet helemaal terecht. In een wereld die ­almaar complexer wordt en waar opkomende machten zich assertief en nerveus gedragen, is het omgekeerde charisma van Europa – rustig, mild, beheerst – geen zwakte maar een kracht. Het loont de moeite om even stil te staan bij de geopolitieke slagvaardigheid van bijvoorbeeld Rusland en Iran. Wat winnen die landen daarbij? Minder dan je zou denken. Het kost beide landen, die het economisch moeilijk hebben, vooral geld, veel geld. Maar het is een prijs die ze bereid zijn te betalen. Het is hen te doen om prestige. Ze willen zich internationaal profileren als macht­hebbers om rekening mee te houden. Tegelijk hopen ze zo de nationale trots wat op te krikken, wat gezien de repressie en sputterende economie niet gek is.

Het Midden-Oosten wordt in elk geval niet beter van de vele inmengingen. Integendeel, het maakt de regio waar kolonialisme, dictatuur, corruptie en oorlogen de samenlevingen hebben verminkt, nog instabieler. Maar daar liggen landen als Rusland, Iran, Saoedi-Arabië en Turkije niet van wakker.

Cynisch genoeg biedt chaos hen een opportuniteit. In tijden van angst en onrust kunnen ze zichzelf opwerpen als beschermers. Zelfs Amerika, een democratisch land dat niet uit is op chaos en de voorbije decennia enorme middelen heeft ingezet in het Midden-Oosten, is niet bij machte gebleken om de regio in de richting te bewegen die het wil, of om het lot van de betrokken bevolkingen te verbeteren. Het laatste wat het Midden-Oosten nodig heeft, is een zoveelste impulsieve internationale speler met een eigen agenda.

Dat wil niet zeggen dat Europa niet méér kan doen. Terughoudendheid en een actief buitenlandbeleid hoeven elkaar niet uit te sluiten. De vraag is: hoe streef je in een regio met complexe ­dynamieken je eigenbelangen na zonder de bestaande ellende te vergroten? Dat vraagt doordachte keuzes.

Om te beginnen kan een strategisch plan voor het Midden-Oosten alleen werken als Europa met één stem spreekt. Als Italië de Libische regering in Tripoli steunt en Frankrijk de rivaliserende generaal Khalifa Haftar, ondergraaft Europa zelf zijn geloofwaardigheid.

Een ander belangrijk punt is onze ­relatie met de VS. Als we niet de prijs willen betalen voor het vaak eenzijdige Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten, hebben we militaire en economische geloofwaardigheid nodig – en moeten we die durven gebruiken. Niet om oorlogje te spelen, maar om de eigen troepen en mensen in de regio te beschermen. We zouden de zware Amerikaanse sancties, waardoor de Iraanse bevolking moet afzien en die het regime aanmoedigen om het kernprogramma verder door te voeren, kunnen verlichten door onze economische banden met het land niet helemaal door te knippen.

Last but not least: we mogen onszelf niet wijsmaken dat de regimes in het Midden-Oosten bondgenoten zijn in de strijd tegen terrorisme en echt van plan zijn om hun samenlevingen te liberaliseren. Dat een bullebak als Trump of iemand als Poetin, die via de zoveelste politieke acrobatiek zijn macht veilig weet te stellen, ‘sterke’ leiders als de Saoedische kroonprins Mohamed bin Salman en de Syrische dictator Assad steunt, hoeft niet te verbazen. Ze herkennen hun spiegelbeeld. Europa daarentegen moet aan de goede kant van de geschiedenis staan. Het zijn geen ingrediënten voor een mirakeloplossing, een die het Midden-Oosten uit een diep dal trekt, maar ik geloof echt dat we zo de kans verkleinen dat we het in de ­regio, excusez le mot, verkloten. Dat is al heel wat.

Eddine Zaougui is arabist en auteur van Dictators. Een Arabische geschiedenis (Polis, 2016).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden