Lezersbrieven Zaterdag 4 mei

Eurokritisch is niet hetzelfde als populistisch

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 4 mei.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag: Eurokritisch is niet hetzelfde als populistisch

Diederik Samsom neemt zijn oud-collega’s op de korrel: zij zouden Brexit-hardliners zijn omdat een eurokritische motie van SGP en SP is aangenomen (Opinie&Debat, 1 mei).

Het is een bekend stramien: kritiek op de huidige Europese samenwerking is populistisch en gevaarlijk. Deze ­reflex toont desinteresse in het standpunt van de ander en zet de tegenstander weg als irrelevant. En dat is zonde, want door kritiek weg te wuiven als populistisch wordt een inhoudelijk debat over de Europese samenwerking stilgelegd. Terwijl we zien dat een grote meerderheid in ons land vóór samenwerking is, maar ook vóór minder bemoeienis. Maar een heel klein gedeelte wil een Europese ­superstaat en meer regie vanuit Brussel. Een debat over ­alternatieven is hard nodig.

De wens om in een nieuw verdrag de zinsnede ‘ever closer union’ – de belofte dat de ontwikkeling altijd zal leiden tot verdere Europese eenwording – uit het verdrag te halen, is niet gevaarlijk. Het is een keuze voor andere samenwerking. Voorstanders van het huidige project, dat de EU en haar markt als één ziet, doen alsof er geen alternatief kan zijn. Juist deze ‘er is geen alternatief’-politiek jaagt mensen met kritiek in de handen van ‘exit’.

Het is tijd voor een nieuw verdrag dat de Europese ­samenwerking flexibeler maakt, waarbij landen de mogelijkheid krijgen op onderdelen niet of niet langer mee te doen met de interne markt. Niet om de samenwerking op te blazen, maar omdat we erkennen dat de – nu nog – 28 landen van de EU nu eenmaal verschillend zijn en mogen blijven. De van bovenaf opgelegde eenheid doet ons tekort en ondermijnt juist toekomstige samenwerking. Wat dat betreft zijn de voorstanders van de aangenomen motie juist pleitbezorgers voor nuchtere ­Europese samenwerking met oog voor de menselijke maat, waarbij niet de Brusselse elite de baas speelt.

Renske Leijten, SP-Tweede Kamerlid

Lachgas

Meer dan 25 jaar gaf ik mijn patiënten dagelijks lachgas als anestheticum op de OK. Dit geneesmiddel, en geen partydrug, wordt onder strikt gecontroleerde monitoring aan patiënten toegediend, en dat is niet voor niets.

Studenten zoals Merel Thönissen (Ten eerste, 1 mei) zouden slim genoeg moeten wezen om te weten dat het wel gevaarlijk is. En voor slagroom heb je echt geen distikstof-(mono)oxide nodig.

Kees Knol, Enschede

Partydrugs

Zolang niet vaststaat wat de effecten van lachgasgebruik op de lange termijn zijn, kunnen overheden beter inzetten op het tegengaan van overlast, aldus Sander van Walsum (Opinie&Debat, 2 mei). Interessant hoe we altijd eerst willen wachten op (wetenschappelijk) onderzoek, terwijl we zonder hiervoor gestudeerd te hebben kunnen vaststellen dat geen enkel ­lichaam vraagt om lachgas.

Ik mis een wezenlijke vraag in de berichtgeving over de toename in lachgasgebruik, en dat is de waarom-vraag. Waarom zoeken steeds meer jongeren die roes op? Is het uit jezelf lachen en plezier hebben met elkaar zonder dat je hiervoor een partydrug nodig hebt niet meer mogelijk?

Het lijkt erop dat steeds meer jongeren, maar volwassenen ook, vergeten zijn dat het echte vieren van jezelf en het leven niet zit in een partydrug, maar in de verbinding met jezelf en met elkaar. Kortom, het echte feest vindt van binnen plaats, en niet daarbuiten.

Mariette Reineke, Amsterdam

Red Pill

Een artikel over hoe het idee van de Red Pill nog steeds voortleeft (V, 2 mei), kan niet zonder het vernoemen van de bekende complottheorieën en de mensen die daarin geloven. Zo is er in de VS de jaarlijkse Red Pill Expo, waar bekenden uit de alternatieve denkwereld als G. Edward Griffin en James Corbett hun presentaties houden over zaken als de deep state, het financiële systeem, de oorlog in Syrië en vele andere onderwerpen.

Zo beschouwd gaat de Red Pill niet sec over vrouwenhaat en de nieuwe macho, maar over het afstappen van het geloof in wat de reguliere media brengen. En het is om het even of het dan doorgedraaid feminisme, de aanslagen van 11 september of de massavernietigingswapens in Irak betreft.

Bart van Oerle, Alkmaar

Toerisme

Gezien het eindeloze gezever van ­Amsterdam over toeristen verdient het aanbeveling om, in navolging van Indonesië, Australië en Brazilië, onze hoofdstad elders te situeren.

Een nieuwe metropool (‘Neerlandia’?) in de veenkoloniën of de Peel is een mogelijkheid, maar nogal prijzig. Verstandiger is te kiezen voor een veelbelovende kern als Scheemda, Almelo of Hendrik-Ido-Ambacht.

Joost Heyink, Zuidwolde

Eerlijke sport

De wens van de IAF en de oplossing van het CAS geven helaas pijnlijk aan dat eerlijke sport een illusie is en dat discriminatie nog alomtegenwoordig is (‘Testosteron Semenya moet lager’, Ten eerste, 2 mei).

Voor het gemak draai ik het even om. Stel, ik ben een man met het syndroom van Klinefelter en heb XXY-chromosomen waardoor ik te weinig testosteron aanmaak. Mijn spierontwikkeling blijft achter. Mijn vraag aan de IAF is: mag ik onbeperkt testosteron tot me nemen om de 100 meter te winnen? Het antwoord zal ‘nee’ zijn, want je mag geen prestatiebevorderende middelen gebruiken.

Mijn advies aan de IAF: maak eindelijk eens duidelijk wat het verschil is tussen dopingplicht en dopingverbod. Leg het begrip ‘eerlijke sport’ nog eens goed uit. En zijn er misschien sporten waarbij de sekse geen verschil uitmaakt? Dansen, bridgen, stuntvliegen, schaken of koken zijn interessante onderzoeksgebieden waarbij seksegebonden kampioenen ­totaal overbodig zijn.

Toon Mentink, Moergestel

Wearable

Ik moest wel lachen om het gemak van de wearable: een ring of armband om langs de kassa te halen als je toevallig met een glas bier of een huilend kind aan je arm staat (Ten eerste, 2 mei).

Dan hoef je niet helemaal je tas open te doen om je pinpas of telefoon te pakken. Hoe krijg je je boodschappen ingepakt met een glas bier in je hand?

Ineke Remijnse, Edam

Pathologie

Joost Zaat prikkelt ons als pathologen met zijn column (Wetenschap, 29 april). Hij is verbaasd dat er variabiliteit is tussen pathologen in de beoordeling van de gradering van borstkanker. Tijdens zijn medische opleiding heeft hij dit ­aspect van het vak pathologie blijkbaar onvoldoende geleerd. Het doet ons deugd dat pathologiediagnosen met respect worden gelezen, maar er is geen ­patholoog die beweert onfeilbaar te zijn, laat staan een goddelijke status te hebben.

Zaat legt de vinger op de zere plek: ‘de onzichtbare dokter’. Inderdaad, voor velen is de patholoog onzichtbaar. Daartegenover stelt de Britse Pathologie­vereniging: ‘without pathology there is no medicine’. Juist omdat er zulke grote ­behandelconsequenties volgen op de diagnosen die wij stellen, initiëren wij zelfevaluatie en verbetertrajecten. Door hierover te publiceren stellen we ons kwetsbaar en transparant op en werken we gericht en continu aan verbetering.

We nodigen Joost Zaat uit om niet alleen over de uitkomsten van onze zelfevaluatie te schrijven, maar ook over de resultaten van de verbetertrajecten en innovaties die we hebben gerealiseerd en de positieve rol die de ‘onzichtbare dokter’ speelt in het multidisciplinaire patiëntoverleg voor het ­bepalen van de juiste diagnose en behandeling.

Jos Bart, patholoog,voorzitter Nederlandse Vereniging Voor ­Pathologie en Robby Kibbelaar, patholoog en secretaris

Slavernijverleden

Steeds opnieuw wordt gesteld dat er in Nederland in het onderwijs nooit aandacht is besteed aan ons slavernijverleden.

In Keten der Geslachten, geschiedenisboek dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw op de middelbare scholen werd gebruikt, werd daar zeker wel aandacht aan besteed. Ik herinner me nog steeds de afbeelding van een slavenschip die in het boek stond.

Bovenstaande doet natuurlijk niets af aan de verschrikkingen van destijds, maar onbekend waren deze zeker niet.

Gerrie Mantel, Loenen aan de Vecht

KNIL

Ik wil u bedanken voor het interview met Eduard Steinmetz (‘We hebben ons eigen falen in Indonesië stelselmatig genegeerd’, Ten eerste, 3 mei) en hoop dat velen het zullen lezen. Het is alleen jammer dat over dit soort geschiedenis pas nu zo wordt geschreven in een dagblad.

Er zijn nog zoveel meer gebeurtenissen in Indonesië geweest die de moeite waard zijn om in de krant te zetten, al was het alleen maar om het feit dat de doorsnee Nederlander eigenlijk niet weet wat er zich werkelijk heeft afgespeeld in de voormalige rijke kolonie waar Nederland zijn rijkdom aan te danken heeft, en wat voor onrecht KNIL-familieleden is aangedaan.

W.G de Jongh (zoon van een KNIL-militair die gestorven is aan de Birma-spoorlijn voor de Nederlandse vlag)

Japanse invasie

Zuiver chronologisch heeft Eduard Steinmetz gelijk. De Nederlandse ballingenregering heeft 8 december 1941, daags na de Japanse aanval op Pearl Harbor, als eerste westerse mogendheid de oorlog verklaard aan Japan.

Maar op zijn conclusie dat men miljoenen heeft blootgesteld aan Japanse agressie valt het nodige af te dingen. Ten eerste geeft hij zelf toe dat een Japanse invasie toch al ‘in the pipeline’ zat. Japan had Indonesische grondstoffen, met name olie, nodig.

Ten tweede, om onduidelijke ­redenen laat Steinmetz dit achterwege, zag Japan Nederland niet voor vol aan. De toenmalige Nederlandse consul in Japan, Jean Charles Pabst, kreeg te horen dat Japan de Nederlandse oorlogsverklaring naast zich neer zou leggen. Japan beschouwde alleen Amerika en ­Engeland als vijand.

Echter, dat de Nederlandse regering leed aan totale zelfoverschatting, een verschijnsel dat heden ten dage nog steeds voorkomt, kan zonder meer aan Steinmetz worden meegegeven.

Bert Ten Holter, Prinsenbeek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden