OpinieBrexit

EU, laat minachting voor brexiteers varen

Europese politici en opinieleiders moeten niet doen alsof de EU moreel superieur is aan het VK. 

Een man protesteert als clown met een Boris Johnson masker op voor Downing Street 10. Beeld AP

Boris Johnson heeft met zijn verkiezingsoverwinning laten zien dat een meerderheid van het Britse electoraat echt de Europese Unie wil verlaten. Voor de ever closer union die in de afgelopen ­jaren bijna hardop hoopte dat een Brexit nog kon worden afgewend, is dat een forse tegenvaller, zoals Bert Lanting (O&D, 2 januari) terecht opmerkt. Hoog tijd om daaruit enkele lessen te trekken, want in februari begint alweer een nieuwe krachtmeting tussen Brussel en Londen.

Om te beginnen moeten Europese politici en opinieleiders de brexiteers eens serieus nemen. Velen vonden het referendum van 2016 onzinnig en op de uitslag werd vol ongeloof gereageerd. De roep om een nieuw referendum van de ontgoochelde Britse remainers vond in de EU brede bijval.

Gezichtsbedrog

Tegelijkertijd werd Boris Johnson in de Europese kwaliteitspers, de Britse incluis, op grote schaal afgeschilderd als een clown en oplichter die zijn land naar de ondergang leidt. Om hem te diskwalificeren is hij steevast op één hoop gegooid met rechtse populisten als Le Pen of Wilders, en uiteraard met Trump, die allen zoals iedereen weet de EU te gronde willen richten. Ook wordt de brexiteers vaak verweten dat ze terugverlangen naar Victoriaanse cricketvelden met bijhorende dorpspub. 

Maar het ouderwetse brilletje van Jacob Rees Mogg is gezichtsbedrog. De conservatieve brexiteers gaan zich niet terugtrekken achter de krijtrotsen van Dover. En ze zijn ook, anders dan Labour, zeker niet van plan de Britse sectoren die in buitenlandse handen zijn (energie, spoorwegen, telecom, etc.) te nationaliseren. Het zijn eerder moderne globalisten dan nationalisten. De flamboyante kosmopoliet Johnson heeft vermoedelijk meer liberale trekjes dan christendemocraat Angela Merkel, die bang is voor kernenergie, en tot voor kort tegen het homohuwelijk was.

Het Britse afscheid past in een lange naoorlogse traditie van zowel Labour als de Conservatieven waarin de afwijzing van het EG/EU-lidmaatschap een volkomen geaccepteerde opvatting was, ook in intellectuele kring. Alle Britse premiers hebben de Europese gemeenschappen echter ook constructief benaderd. Zij gaven daarbij zelf de voorkeur aan een beperkt lidmaatschap, of aan afzijdigheid, zoals Boris Johnson dat nu doet.

Oase van vrede en democratie

De Brexit is niet door de rare populist Nigel Farage in gang gezet, maar door de eurocrisis, die in 2012 opeens veel meer integratie van de eurozone vergde, waardoor de kloof met het Verenigd Koninkrijk (zonder euro) ­alleen maar kon toenemen. Premier Cameron zinspeelde daarom al in juni 2012 op een vertrek. Het beroemde ‘whatever it takes’ waarmee Mario Draghi een maand later de redding van de euro garandeerde, versnelde vervolgens de beweging naar de uitgang. En de tomeloze immigratie vanuit Oost-Europa deed in de jaren daarna de deur dicht voor Londen.

De onomkeerbare megaprojecten van de EU (zoals uitbreiding, euro, en recentelijk klimaat) laten weinig speelruimte voor de lidstaten, ook niet als hun nationale belangen worden geschaad. Is het dan zo on­redelijk het EU-lidmaatschap op te zeggen? In ieder geval is het een misvatting dat het VK op 31 januari breekt met de zogeheten ‘Europese waardengemeenschap’. Dat is het geliefde verwijt van politieke en culturele elites (ook in Engeland), die de Brexit als een aanslag zien op de morele superioriteit van de EU, waarmee ze zichzelf ook graag identificeren. Alsof de Brusselse instellingen een monopolie op die waarden hebben.

Nu is de EU inderdaad een oase van vrede en democratie in vergelijking met vele schurkenstaten en oorlogsgebieden in haar nabije omgeving. Maar niet vergeleken met het VK. Op de democratie-ranglijst van The Economist scoort Engeland steevast hoger dan de meeste EU-lidstaten, inclusief Macrons gidsland, dat al jaren als een ‘gebrekkige democratie’ te boek staat.

De succesrijke Brexit-campagnes van 2016 (referendum) en 2019 (verkiezingen) waren in hoge mate het werk van Dominic Cummings. Deze zonderlinge maar bekwame strateeg is nu als chief advisor in Downingstreet 10 de stuwende kracht achter het ambitieuze regeerprogram van Johnson. Binnenkort zit EU-onderhandelaar Michel Barnier dus tegenover een heel andere Britse regeringsdelegatie. Een delegatie vol zelfvertrouwen, die mede dankzij een solide meerderheid in het Lagerhuis veel sterker staat dan in de afgelopen jaren. 

Alfred Pijpers is politicoloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden